Mogelijke toetreding van Oekraïne zet landbouw aan het rekenen

De Nederlandse boer krijgt er mogelijk een nieuwe collega bij. En niet zomaar één. Een absolute grootmacht. Oekraïne beschikt, ondanks de oorlog waarbij circa een kwart van de landbouwgrond buiten gebruik is geraakt, nog altijd over ruim 40 miljoen hectare landbouwgrond. Het land zou bij toetreding de grootste landbouwlidstaat van de Europese Unie worden.

Als Oekraïne toetreedt tot de EU, stijgt het Europese landbouwareaal met een kwart./SHIFTTAB/Foto: Pavlo Baliukh/Shutterstock
© Shutterstock

Oekraïne is voor de Europese landbouw geen doorsnee kandidaat-lidstaat. Waar eerdere uitbreidingen vooral nieuwe afzetmarkten opleverden, voegt Oekraïne juist productie toe. Het Europese landbouwareaal stijgt bij toetreding met 25 procent. Dan verandert niet alleen de politieke kaart van Europa, maar ook de economische verhoudingen op de markt.

Oekraïne behoort nu al tot de grootste producenten van granen, mais en oliehoudende gewassen, zoals zonnebloemen en koolzaad. Die vormen een belangrijke grondstof van het voer voor de Europese veehouderij, inclusief de biologische sector. De vraag is daarom niet alleen of Oekraïne lid wordt, maar vooral wat dat betekent voor de markt waarop Nederlandse boeren opereren.

Twee kritieke sectoren

De meeste sectoren zijn neutraal tot positief, weet Klaas Johan Osinga. Hij is beleidsspecialist Internationaal bij LTO Nederland en sprak met diverse sectoren. ‘Twee springen eruit: de suikerbietenteelt en de pluimveehouderij.’ Met name die laatste vreest dat de concurrentie sterk toeneemt. De pluimveehouderij wordt in Oekraïne gedomineerd door grote ondernemingen. Er wordt op grote schaal geproduceerd en deels zijn zij al actief in de Europese Unie.

‘Zolang de import wordt begrensd, is dat één discussie’, zegt Osinga. ‘Zodra Oekraïne volledig toetreedt tot de interne markt, komt daar een mededingingsvraagstuk bij. Moet je toestaan dat zulke dominante bedrijven zonder beperkingen kunnen opereren?’ Ook op de suikermarkt kan een grotere productie uit Oekraïne leiden tot extra prijsdruk. Daar staat tegenover dat een ruimer aanbod van granen en oliegewassen gunstig kan uitpakken voor de veehouderij, doordat de kosten van veevoer onder druk komen te staan.

Dan de strategische kant. Europa importeert nog altijd grote hoeveelheden soja en andere eiwitrijke grondstoffen voor veevoer uit Zuid- en Noord-Amerika. Het merendeel komt uit Brazilië. Een deel van die behoefte kan straks mogelijk worden ingevuld door Oekraïne. ‘Vergeet niet dat wij al jaren graan, mais en oliehoudende gewassen uit Oekraïne importeren. Dat deden we al vóór de Russische invasie’, stelt Osinga. ‘Oekraïne zal Brazilië niet volledig vervangen, maar kan wel bijdragen aan een grotere Europese zelfvoorziening.’

Osinga ziet ook nieuwe markten ontstaan, zoals voor aardappelen. Oekraïne heeft geen fritesindustrie, wat de vraag naar Nederlands pootgoed kan vergroten. En ook voor de tuinbouw ziet hij mogelijkheden. ‘We hebben dat eerder gezien. In 2004 kwamen er tien landen bij, in 2007 werden Roemenië en Bulgarije lid. Toen was er ook discussie. Maar als je nu terugkijkt, kunnen we concluderen dat het ons winst heeft opgeleverd. We kregen er afzet bij. Mensen gingen meer verdienen, kregen meer koopkracht en konden zich zo andere producten veroorloven’, licht Osinga toe.

Daar komt bij dat toetreding de Nederlandse sector toegang geeft tot een pool van werknemers. Osinga: ‘Nederlanders willen dat werk vaak niet doen. Ik durf te stellen dat alle toetredingen ons geen windeieren hebben gelegd. Oekraïne is een iets ander verhaal, want dat is een absolute grootmacht. Maar met de landen die erbij komen wordt onze lobby in Brussel ook sterker.’

Europese regels volgen

Toetreding valt of staat met eerlijke concurrentie. Wil Oekraïne lid worden van de interne markt, dan moet het aan de Europese regels voldoen voor voedselveiligheid, dierenwelzijn, milieu en controles. Zo ver is het land nog lang niet. ‘Wij hebben een goed georganiseerd systeem van toezicht en certificering’, benadrukt Osinga. ‘Oekraïne moet dat nog opbouwen. Daarom voelen wij niets voor een lange overgangsperiode waarin Oekraïense bedrijven onder soepelere voorwaarden kunnen produceren. Zo creëer je een ongelijk speelveld.’

Dan Brussel. Want niet alleen de markt verandert. De financiering van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) komt ook onder druk te staan. Als een landbouwland van deze omvang toetreedt, moet dezelfde pot over meer hectares worden verdeeld. Daar wordt in Brussel nu al over gesproken. Volgens Osinga vraagt vooral de structuur van de Oekraïense landbouw om een fundamentele heroverweging. Er zijn bedrijven die honderdduizenden hectares land pachten van duizenden grondeigenaren. Dan verdwijnt een hectarepremie in de pachtprijs. ‘Het huidige GLB werkt niet in Oekraïne.’

De uitbreiding met Oekraïne komt eraan. Misschien niet morgen, maar de onderhandelingen zijn officieel begonnen. Waar sommige sectoren zich moeten onderscheiden op kwaliteit, zal de de bulkproductie verschuiven naar het oosten. ‘Nederlandse boeren moeten zich afvragen: op welke markt kan ik straks concurreren? Er liggen kansen en bedreigingen. Het is de kunst om de kansen te benutten en de risico’s te beperken. En daar maken wij ons hard voor’, besluit Osinga.

‘Concurrentie is prima, als het maar eerlijk gebeurt’
Voor de Nederlandse pluimveesector is een toetreding van Oekraïne misschien wel het spannendst. Volgens Eric Hubers, pluimveehouder en vicevoorzitter van de Europese pluimveewerkgroep van Copa-Cogeca, is de concurrentie nu al merkbaar. ‘Door vogelgriep was er veel minder aanbod. Dan valt extra import minder op. Nu de markt weer in balans komt, zie je dat verwerkte eieren uit Oekraïne invloed hebben op de prijs.’
Vooral het ongelijke speelveld baart Hubers zorgen. In Nederland wordt geproduceerd onder hoge Europese eisen op het gebied van dierenwelzijn, voedselveiligheid en milieu. ‘Die regels maken onze kostprijs hoger. Als Oekraïne toetreedt, moeten daar dezelfde eisen gelden. Anders wordt het een oneerlijke concurrentiestrijd.’ Hij pleit voor harde voorwaarden. ‘Komt er een overgangsperiode, zorg dan voor strikte controle. Eigenlijk mogen er nu al geen stallen meer worden gebouwd die straks niet aan de eisen voldoen.’
Toch ziet hij ook kansen. Bijvoorbeeld een goedkopere aanvoer van granen. Daarmee kan de voerprijs worden gedrukt en dat helpt de pluimveehouderij. De wereldwijde vraag naar eieren en pluimveevlees groeit bovendien nog altijd. ‘Concurrentie is prima, als het maar eerlijk gebeurt. Onder dezelfde voorwaarden. Uiteindelijk zijn wij zelf ook een exportland. Ik wil er genuanceerd naar kijken. Als mens en als boer. Er liggen kansen, maar alleen als de spelregels voor iedereen gelijk zijn. En dat is nu niet het geval.’

Bekijk meer over:

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Vrijdag
    25° / 16°
    35 %
  • Zaterdag
    26° / 13°
    0 %
  • Zondag
    27° / 14°
    10 %
Meer weer