%27Boer+kan+concreet+iets+doen+om+waterkwaliteit+te+verbeteren%27
Interview
© Niek Stam

'Boer kan concreet iets doen om waterkwaliteit te verbeteren'

De bodemstructuur en -vruchtbaarheid van landbouwgrond spelen een belangrijke rol bij de hoeveelheid stikstof en fosfaat die in het oppervlaktewater wordt gemeten. Dat blijkt uit een studie van NMI Wageningen. Onderzoeker Gerard Ros presenteerde de uitkomsten op een Niscoo-bijeenkomst in Heerenveen.

Wat is er onderzocht?

'Centraal stonden twee vragen: waar komen de stikstof en het fosfaat in het oppervlaktewater vandaan en met welke maatregelen valt het beste te sturen op de stikstof- en fosfaatbelasting? Maar ook: hoe kan het dat de concentraties voor met name fosfaat de afgelopen vijftien jaar stabiel zijn gebleven?

Het fosfaatgehalte in het Friese oppervlaktewater is nauwelijks te sturen met bemesting

Gerard Ros, onderzoeker bij NMI

'Als je weet wie of wat verantwoordelijk is voor de stikstof- en fosfaatbelasting, kun je gericht gaan sleutelen om de belasting naar beneden te krijgen. Bemesting is maar één factor die een rol speelt. Daarnaast heb je de invloed van de kwaliteit van de boven- en ondergrond, het waterbeheer, watervogels, rioolwaterzuiveringen en het beheer van de sloot, zoals baggeren en maaien.'

Hoe is het onderzoek opgezet?

'De rode draad van het onderzoek was het vergroten van inzicht van de bronnen en routes van stikstof en fosfaat, op basis van metingen. We hebben zoveel mogelijk data uit de landbouw- en waterwereld bij elkaar gebracht. Daarbij kun je denken aan informatie over mestgiften, bodemanalyses, vogeltellingen, waterkwaliteit, slootdiepten en perceelkenmerken.

'Dit soort analyses zijn nieuw. Tot op de dag van vandaag wordt vooral gebruikgemaakt van computermodellen die de processen in de bodem en de sloot simuleren. De kunst is om uit de vele meetgegevens de juiste verbanden te halen. Dat interpreteren is meer dan statistiek alleen, het vergt de nodige kennis van het systeem en de bodem.'

Wat is de belangrijkste conclusie uit het onderzoek?

'Uit het onderzoek is gebleken dat het fosfaatgehalte in het oppervlaktewater in het grootste gedeelte van Friesland nauwelijks is te sturen met bemesting. Het is vooral afhankelijk van de bodemstructuur en de eigenschappen van de sloot en slootkant.

'De fosfaatverliezen worden bepaald door een combinatie van de fosfaattoestand in de bodem, afspoelingsrisico en waterhuishouding. Anders dan voor fosfaat zijn bij de stikstofbelasting zowel de bemesting als de bodemvruchtbaarheid belangrijk.'

Wat betekent dit voor de praktijk?

'De maatregelen die boeren en waterbeheerders kunnen nemen om de waterkwaliteit te verbeteren, verschillen per gebied en zijn afhankelijk van bodemtype, bouwplan en grondwaterstand. Daarom moet je ook uitgaan van maatwerk.

'In driekwart van Friesland wordt de fosfaatconcentratie sterk bepaald door de grondsoort, ontwatering en de inrichting van het watersysteem. Binnen de huidige landbouwpraktijk en het mestbeleid heeft een boer weinig mogelijkheden om hier via bemesting op te sturen.

'Het effect van fosfaatverliezen op de waterkwaliteit in de sloot kan de ondernemer beïnvloeden door goed maaibeheer van de slootkant en het op diepte houden van de sloot. Hiermee kan hij het transport van fosfaat belemmeren en er zo voor zorgen dat het minder snel in de sloot komt. Je moet je dus focussen op de rand van je perceel en de sloot, daar zijn de grootste stappen te zetten. '

En hoe zit het met de stikstofbelasting?

'Anders dan bij fosfaat, waarvan het gehalte de afgelopen achttien jaar nauwelijks is gedaald, is de concentratie stikstof op de meeste meetpunten wel gedaald. Voor de uitspoeling van stikstof blijken bemesting en de bodemvruchtbaarheid de belangrijkste knoppen te zijn waaraan gedraaid kan worden om de waterkwaliteit te verbeteren.

'Mineralenverliezen kunnen vooral worden voorkomen door goed bodembeheer en een uitgekiend bouwplan. Gras en granen hebben bijvoorbeeld minder stikstofuitspoeling dan aardappelen en snijmais. Ook precisiebemesting draagt bij aan een betere benutting en daardoor een kleinere uitspoeling.'

Wat kan een boer concreet met de resultaten?

'Uit het onderzoek wordt duidelijk hoe je als boer actief kunt bijdragen aan een betere waterkwaliteit, door de fosfaat- en stikstofbelasting te verminderen. In 2018 is voor elk perceel in Nederland in kaart gebracht met welke maatregelen dit mogelijk is. Voor sommige gebieden gaat het om maatregelen die gericht zijn op verlaging van de stikstofuitstoot, voor andere ligt de focus meer op het voorkomen van fosfaatuitspoeling.'

Wat wordt er verder met de resultaten gedaan?

'De resultaten worden gebruikt als input voor studiegroepen en om richting te geven aan maatregelen binnen het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Er zijn allerlei manieren om als boer en waterbeheerder de waterkwaliteit te beïnvloeden. Maak daar gebruik van.

'Daarnaast geeft het onderzoek richting aan duurzaam bodembeheer. De bodem komt namelijk in elke opgave terug. Denk maar aan klimaat, biodiversiteit en dus ook waterkwaliteit. Het is zaak om al die opgaves te integreren in een consistent verhaal met een focus op het boerenbedrijf. De juiste kennis moet bij elkaar gebracht worden. Daar is dit onderzoek een voorbeeld van.'

Hoe is het onderzoek ontvangen bij de boeren?

'Er was aanvankelijk veel argwaan tegenover modelgebaseerde inzichten over de invloed van bemesting. Dit onderzoek heeft deze houding positief veranderd in erkenning dat waterbeheerders en boeren samen kunnen werken aan de waterkwaliteit.

'Er liggen hiervoor nog veel mogelijkheden en kansen. Boeren herkennen dat. Deze benadering, gebaseerd op metingen en de vertaalslag naar kansen, biedt concrete handvatten.'

'Gebiedsspecifieke maatregelen mogelijk'
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Mesdag Zuivelfonds en Wetterskip Fryslân. Aanleiding was het onderzoek van onderzoeksjournalist Geesje Rotgers naar de waterkwaliteit in landbouwgebieden. Daaruit bleek dat de fosfaatbelasting relatief hoog is in regio's met weinig veehouderij. 'Wat Gerard Ros van het NMI heeft gevonden is in lijn met wat we binnen het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer al weten. Het heeft niet zozeer nieuwe inzichten opgeleverd, maar wel aanvullende gegevens waar we in de praktijk wat mee kunnen', zegt dagelijks bestuurslid Jan van Weperen van Wetterskip Fryslân. 'Doordat hij het gebied nauwgezet in kaart heeft gebracht, kunnen we gebiedsgericht aan de slag en maatregelen effectief inzetten. Dat gegeven maakt het onderzoek waardevol. Het is ook verhelderend dat je met management minimaal invloed hebt op de fosfaatbelasting. Met uitmijnen kun je de concentratie wel verlagen, maar dan heb je het echt over de lange termijn.'

Weer

  • Maandag
    8° / 6°
    70 %
  • Dinsdag
    5° / 2°
    50 %
  • Woensdag
    7° / 6°
    90 %
Meer weer