Bio+en+gangbaar+strijden+samen+tegen+phytophthora
Achtergrond
© Haijo Dodde

Bio en gangbaar strijden samen tegen phytophthora

Het Zelfhandhavingsproject voor phytophthora draait in Zuidelijk Flevoland al vanaf 2006 naar volle tevredenheid. 'We houden elkaar scherp op mogelijke infectiebronnen', legt akkerbouwer Arjan van Beinum uit Zeewolde uit. 'Een goede controle en de inzet van alle aardappeltelers om phytophthora goed onder de knie te houden, geven vooral veel rust in ons gebied.'

'Hier staat te veel aardappelopslag', wijst Ton Boerma. Hij loopt door een peenperceel waar vorig jaar pootgoed heeft gestaan en na de oogst veel knolletjes zijn achtergebleven. 'Zoals de situatie nu is, vormt dit een serieuze infectiebron voor phytophthora. Het is goed om te zien dat de teler volop actie onderneemt om de opslag te bestrijden.'

Boerma is op stap met Arjan van Beinum. Zij zijn waarnemers voor het Zelfhandhavingsproject voor phytophthora en valse meeldauw dat in Zuidelijk Flevoland al jaren succesvol functioneert. 'Wij bekijken de situatie na een melding over ziektehaarden, opslag of over afvalhopen die niet goed zijn afgedekt. Met de betreffende telers overleggen we welke maatregelen nodig zijn.'

Zuidlob

Boerma is als voormalig biologische akkerbouwer namens de biologische sector vanaf het eerste uur bij het project betrokken. Van Beinum is gangbaar akkerbouwer in Zeewolde en sinds enkele jaren waarnemer. De zelfhandhaving omvat de Zuidlob van Zuidelijk Flevoland dat wordt begrensd door de Gooiseweg, de Nijkerkerweg en de Eemmeerdijk.

Er is weer respect voor elkaars manier van gewassen telen

Arjan van Beinum, voor het Zelfhandhavingsproject voor phytophthora en valse meeldauw in Zuidelijk Flevoland

In principe doen alle akkerbouwers met aardappelen en uien in het gebied mee. Het totale aardappelareaal schat Van Beinum op zo'n 400 hectare bij 25 telers.

Oplopende druk

Aanleiding voor het project was volgens Van Beinum de oplopende druk van phytophthora met de komst van meerdere biobedrijven in de periode na 1990. 'Dat zorgde voor hoogoplopende frustraties en spanningen tussen biologische en gangbare aardappeltelers. Iedereen zocht de oorzaak van de problemen bij een ander. Er moest iets gebeuren om ongelukken te voorkomen.'

Boerma vertelt dat twee studieclubs in het gebied, één voor de gangbare telers en één voor de biologische telers, toen de koppen bij elkaar hebben gestoken. 'Het idee ontstond om elkaars gewassen te monitoren. Daarbij hoorde de voorwaarde dat alle deelnemende telers de waarnemers zouden toelaten op hun percelen.'

Hoofdproductschap Akkerbouw

Het Zelfhandhavingsproject is opgestart onder auspiciën van het toenmalige Hoofdproductschap Akkerbouw (HPA). Voor de rechtszekerheid van het project hebben onder meer standsorganisaties, Wageningen University & Research en PPO Lelystad hun input geleverd. HPA stelde samen met de studiegroepen de richtlijnen op voor het praktisch en rechtmatig functioneren van de zelfhandhaving.

Eerst waren er vier waarnemers die werkten in twee koppels met één gangbare en één biologische aardappelteler. Dat is later afgebouwd naar één koppel. Het principe is dat de waarnemers meldingen binnenkrijgen van de telers in het gebied, die allemaal informant zijn.

De bevindingen en de getroffen maatregelen worden direct via e-mail gerapporteerd aan alle deelnemers, legt Van Beinum uit. 'Onze kracht is dat we elkaar direct op de hoogte houden en dat maatregelen veelal binnen een week worden afgerond.'

Beginperiode

Over de beginperiode van de zelfhandhaving vertelt Boerma dat het soms lastig was om elkaar te overtuigen van de noodzaak van bepaalde maatregelen.

'In de eerste periode werd er nog weleens nonchalant gereageerd. Bij discussies over handhaving van de teeltverordening of te nemen maatregelen schakelden we dan een controleur van de NAK in en dat doen we nog steeds als het nodig is. Zeker in de eerste jaren zijn regelmatig gele kaarten uitgedeeld of boetes uitgeschreven vanwege geconstateerde overtredingen.'

Bewust

Volgens Van Beinum heeft de zelfhandhaving de telers beter bewust gemaakt van de impact van infectiebronnen. 'Slecht afgedekte afvalhopen kom je hier niet meer tegen en ook is iedereen alert op opslagplanten. Verder reageren biologische telers adequaat als phytophthora in hun percelen wordt gevonden. Waar nodig, wordt het aardappelloof in aantastingshaarden snel en ruim weggebrand.'

Boerma voegt eraan toe dat de phytophthoradruk is afgenomen omdat er meer aandacht is voor de primaire bronnen van infecties. 'In 2016 hebben we een discussie gehad over het wel of niet sporuleren van een phytophthorahaard. Daar heeft de NAK toen uitsluitsel over moeten geven', vertelt hij.

Gunstige weersomstandigheden

'De afgelopen twee jaren waren er nauwelijks problemen, ook vanwege de gunstige weersomstandigheden. Dit seizoen zijn we tot pas twee keer samen op een praktijkperceel gaan kijken vanwege aardappelopslag. Tot half juli hebben we nog geen phytophthora gevonden.'

Boerma en Van Beinum zijn het erover eens dat door de zelfhandhaving de sociale rust in hun gebied is hersteld. Van Beinum: 'De aardappeltelers hebben vertrouwen dat iedereen alert is en dat daardoor de schimmelziektes beter beheersbaar zijn. Verder is het mooi dat de verhoudingen tussen bio en gangbaar hersteld zijn en dat er respect is voor elkaars manier van telen.'

Nog geen uitrol naar andere regio's
Na het wegvallen van Hoofdproductschap Akkerbouw in 2015 is de Zelfhandhavingspilot voor phytophthora in Zuidelijk Flevoland officieel gestopt. Maar de aardappeltelers in het gebied hebben toen volgens Ton Boerma en Arjan van Beinum unaniem aangegeven het systeem graag in stand te willen houden. 'We leggen nu als deelnemers zelf het geld bij elkaar dat nodig is om de kosten te delen en daarmee de zelfhandhaving in stand te houden', zegt Van Beinum. Over de uitrol van het principe van zelfhandhaven naar andere regio's met veel aardappelen vertelt de Flevolandse akkerbouwer dat er altijd wel belangstelling is geweest. 'Maar het is net als bij ons niet eenvoudig om iedereen in een teeltgebied mee te krijgen. Voldoende draagvlak is een absolute voorwaarde. Als dat niet lukt, dan zijn de problemen met phytophthora of met valse meeldauw kennelijk nog niet groot genoeg.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Zaterdag
    14° / 9°
    50 %
  • Zondag
    14° / 8°
    30 %
  • Maandag
    14° / 9°
    30 %
Meer weer