Veel+variatie+eiwit+in+eerste+snede
Nieuws
© Koen van Wijk

Veel variatie eiwit in eerste snede

In de voorjaarskuilen van 2019 varieert de hoeveelheid oplosbaar ruw eiwit (RE) sterk. Hierdoor ontstaat een grote variatie in eiwitkwaliteit. Dat blijkt uit de eerste duizend kuilmonsters die Eurofins Agro analyseerde.

Dit jaar is de eerste snede in grofweg drie etappes gemaaid. Een groot deel rond Pasen, een ander deel de eerste week van mei en de laatste etappe rond half mei. Door het verschil in maaimoment is er veel variatie in eiwitkwaliteit ontstaan.

De kuilen van eind april bevatten 195 gram ruw eiwit per kilo droge stof, waarvan 69 procent oplosbaar is. Die van begin mei en half mei bevatten respectievelijk 185 gram en 191 gram ruw eiwit, waarvan respectievelijk 66 en 61 procent oplosbaar is.

Drogestofpercentage

Als gevolg van de lagere oplosbaarheid van het ruwe eiwit van de kuilen van half mei is het eiwit aanzienlijk bestendiger. Hiermee is de kwaliteit van dit eiwit beter. De lagere oplosbaarheid komt mede doordat dit latere gras met een hoger drogestofpercentage is ingekuild.

Een goede eiwitkwaliteit in het rantsoen zorgt voor een hoger eiwitgehalte in de melk en een hogere melkproductie, meldt Eurofins. Gezien de sterke variatie in eiwitkwaliteit, is het belangrijk om de eiwitkwaliteit en zwavelvoorziening van de voorjaarskuilen te meten. Dat is nodig om op een juiste manier in het rantsoen bij te sturen.

Bekijk meer over: