Duitse+en+Ierse+kalveren+het+meest+in+trek
Achtergrond
© Jacomien Voorhorst

Duitse en Ierse kalveren het meest in trek

In de eerste 24 weken van 2019 importeerde de kalversector bijna 417.000 kalveren. In 2018 waren dat er in dezelfde periode iets meer dan 380.000. De import van kalveren is daarmee 9,5 procent groter dan in 2018. Dit blijkt uit cijfers van overheidsdienst RVO.nl.

De toename van de importaantallen is vooral toe te schrijven aan grotere importen uit Duitsland en Ierland. Met bijna 254.000 kalveren (tot en met week 24) blijft Duitsland de grootste leverancier van kalveren voor de Nederlandse vleeskalversector. Ten opzichte van 2018 is de import uit Duitsland met 6,9 procent gegroeid.

Meer dan 80 procent van de geïmporteerde kalveren komt uit directe buurlanden van Nederland: Duitsland en België. Uit België kwamen de eerste 24 weken van dit jaar bijna 34.000 kalveren naar Nederland. Dit zijn er bijna 20.000 minder dan vorig jaar. Oorzaak van deze afname is een uitbraak van blauwtong in België, waardoor sinds eind maart de kalverenstroom vanuit België naar Nederland minimaal is.


Spectaculaire toename

Procentueel is de toename van de kalverimport uit Ierland spectaculair te noemen. Die is dit eerste halfjaar bijna 80 procent groter dan in 2018. Tot en met 16 juni kwamen er dit jaar 43.389 kalveren naar Nederland. Dat zijn er ruim 1.800 per week. Naar verwachting neemt de Ierse import op korte termijn fors af. Dat komt doordat Ierland een overwegend voorjaarskalvende melkveestapel heeft.

Dat de vleeskalverensector meer kalveren uit het buitenland haalt, heeft veel te maken met de introductie van het stelsel van melkveefosfaatrechten in Nederland. Daardoor is de melkveestapel gekrompen en worden er minder kalveren geboren.

Goede reputatie

De groeiende populariteit van Duitsland en Ierland als herkomstland van de importkalveren is niet alleen een kwestie van prijs en afstand. Zowel Duitse als Ierse kalveren hebben in Nederland een goede reputatie. Na aankomst op Nederlandse vleeskalverbedrijven is er maar weinig sprake van ziekte. Ierse kalveren hebben iets meer een dubbeldoeltype dan de kalveren van Nederlandse melkveehouders. Dat maakt ze wat robuuster.

Het kalveraanbod vanuit Ierland is toegenomen, omdat de melkveestapel in dat land sinds het afschaffen van de melkquotering flink gegroeid is, tot ongeveer 1,6 melkkoeien. Niet alleen Nederland importeert dit jaar meer Ierse kalveren. Er zijn ook flinke aantallen Ierse kalveren verkocht aan Spanje en Italië.

Een kwetsbaar punt van de Ierse vee-export vormen de gevolgen van een eventuele harde brexit. Ook het transport van de kalveren naar Europa is een risicofactor. Een zeereis is hierbij onvermijdelijk. En die is niet altijd voorspelbaar. Dit kan leiden tot een langere transporttijd. Het gevolg daarvan kan zijn dat Ierse kalveren in bepaalde marktconcepten moeilijk te gebruiken zijn.

Minder herkomstlanden

De laatste jaren concentreert de herkomst van kalveren voor de vleeskalverhouderij zich op een beperkt aantal landen. Tot enkele jaren geleden kwam er nog een flinke stroom kalveren uit diverse Oost-Europese landen naar Nederland. Die is grotendeels opgedroogd.

De grootste leverancier van kalveren uit het oostelijk deel van Europa was Polen. Belangrijkste reden voor het wegvallen van het kalverenaanbod uit dit land is de groei van de rundvleesproductie in Polen zelf. De roodvleessector (stierenhouderij) in Polen is de laatste vijf jaar flink gegroeid.

Uitbraken van ziekten als de Afrikaanse varkenspest hebben ook een remmende invloed gehad op de import van kalveren uit Oost-Europese landen.

Bekijk meer over:

Weer

  • Donderdag
    24° / 14°
    50 %
  • Vrijdag
    24° / 15°
    20 %
  • Zaterdag
    24° / 16°
    60 %
Meer weer