Voorpublicatie+nieuw+boek+Nieuwe+Oogst
Achtergrond
© Twan Wiermans

Voorpublicatie nieuw boek Nieuwe Oogst

Hypermoderne stallen, drones boven de akkers, vertical farms, zelfrijdende machines, kweekvlees, insectenburgers en gmo-teelten. Is dat hoe voedselproductie in Nederland zich de komende decennia ontwikkelt? Krijgen boeren en tuinders de ruimte of is krimp van de veehouderij en extensivering van plantaardige teelten het devies? Dit artikel is een voorpublicatie uit 'Hoe ziet de land- en tuinbouw er in 2050 uit?'

De agrarische sector in Nederland staat voor gigantische uitdagingen. Denk aan het terugdringen van de emissie van broeikasgassen, het behoud en verbeteren van de biodiversiteit en het vinden van een balans tussen leveren voor markten dichtbij en bijdragen aan het voeden van een groeiende wereldbevolking. Boeren en tuinders van de nieuwe generatie zullen met deze uitdagingen aan de slag gaan, op zoek naar nieuwe verdienmodellen.

Hoe kun je daar als individuele ondernemer op inspelen, wat zijn de toekomstperspectieven en welke factoren hebben daar nationaal en internationaal invloed op? Die vragen worden behandeld in het boek dat Nieuwe Oogst deze week presenteerde en dat komende week bij abonnees in de bus valt.

Kringlooplandbouw

De transitie naar kringlooplandbouw, in de schijnwerpers gezet door landbouwminister Carola Schouten, krijgt in het boek uitgebreid aandacht. Akkerbouwer Jaap van Wenum definieert de gewenste omslag als het vinden van een nieuwe balans tussen veehouderij en akkerbouw. 'De veehouderij zal, meer dan nu, in dienst komen te staan van de akkerbouw', verwacht hij. Op Europees niveau komt er volgens Van Wenum een einde aan de import van mineralen elders uit de wereld.

De veehouderij komt veel meer in dienst te staan van de akkerbouw

Jaap van Wenum, akkerbouwer

In een circulaire landbouw is geen plaats meer voor kunstmest die met inzet van fossiele brandstoffen is gemaakt uit elders gewonnen grondstoffen. Bewerkte dierlijke mest en stikstofkunstmest op basis van groene energie gaan de komende decennia voorzien in de vraag naar meststoffen.

Reststromen

Veehouders zullen hun dieren in de toekomst minder voeren met plantaardige grondstoffen die ook als menselijk voedsel gebruikt kunnen worden. Reststromen uit de akkerbouw, tuinbouw en voedingsindustrie zullen een prominentere plaats innemen.

Om te komen tot een weerbaar landbouwsysteem dat minder last heeft van ziekten, plagen en extreme weersomstandigheden, zijn vernieuwende en soms revolutionair andere teeltmethoden nodig.

Strokenteelt

Krijn Poppe van Wageningen Economic Research wijst op de strokenteelt die nog voordat Columbus Amerika ontdekte, al door indianen werd toegepast. Het telen van verschillende gewassen op één perceel zorgt voor meer (bio)diversiteit waardoor schadelijke organismen op natuurlijke wijze in de hand worden gehouden.

'Ik weet niet of ik over tien jaar nog varkens wil houden. Het maatschappelijk draagvlak in Nederland voor de intensieve veehouderij brokkelt af', verwoordt de jonge varkenshouder Iris Bouwers in het boek een dilemma waar de veehouderij mee worstelt.

Maatschappelijk draagvlak

Haar collega Hans Verhoeven wil zeker doorgaan, maar bepleit wel het gezamenlijk werken aan een groter maatschappelijk draagvlak. Volgens hem betekent het onder meer dat de sector zich zou moeten distantiëren van plannen van individuele ondernemers waarvan te voorzien is dat ze maatschappelijke weerstand oproepen.

Laat je niet alleen leiden door economische wetten, bepleit akkerbouwer Piet Hermus in dit verband. 'We moeten ook durven varen op ons moreel kompas.' Hij noemt als voorbeeld het voorrang geven aan het telen van voedsel op vruchtbare landbouwgrond boven de wellicht meer lucratieve installatie van zonnepanelen.

Dierlijke eiwitten

Bij de morele kwesties staat de consumptie van dierlijke eiwitten hoog op de lijst van onderwerpen die de samenleving bezighouden. Wanneer mensen vlees laten staan en overschakelen op een menu van peulvruchten, granen, groenten, noten en zaden, zou de wereld er volgens sommigen een stuk beter uitzien.

'Consumenten moeten overtuigd worden dat ze meer plantaardige eiwitten moeten eten', meent directeur Marjan Minnesma van Urgenda.'Daarvoor moeten we beter informeren over CO2 en landgebruik.'

Minder vlees

Maar wat betekent deze eiwittransitie voor Nederlandse boeren en tuinders? De trend om minder vlees te eten, kent in ons land ruime aanhang, maar wordt slechts in een klein deel van de wereld gevolgd.

'Wij kunnen ons de luxe permitteren dat er minder vlees gegeten moet worden. Waar men nu leeft van minder dan 1 dollar per dag en groeit naar 5 dollar per dag, wil men meer dierlijke eiwitten consumeren', stelt Siem Korver, hoogleraar food, farming and agribusiness van Tilburg University.

Ander evenwicht

'We gaan naar een ander evenwicht. Maar dierlijke productie blijft nodig', zegt melkveehouder Piet Boer. Daarbij zal in Nederland het accent verder verschuiven van bulkproducten naar specialiteiten en marktconcepten. Bovendien ontstaan nieuwe bronnen van dierlijk eiwit, zoals kweekvlees en insecten.

Breedgedragen wordt de opvatting dat de schaalvergroting in de land- en tuinbouw de komende decennia doorgaat. Bij continuering van de huidige trend zijn er in 2050 nog circa 22.000 bedrijven. In 2000 waren er dat nog 100.000 en in 1950 waren nog 400.000.

Financieringsvormen

Automatisering en digitalisering beperken de inzet van arbeid en geven ook ondernemers op een eenmansbedrijf een sociaal acceptabel leven. Een enorme uitdaging is wel de kapitaalsbehoefte van deze bedrijven, vooral rond de bedrijfsoverdracht. Daarvoor zijn nieuwe financieringsvormen nodig.

Ondernemers die niet mee willen of kunnen in de trend van schaalvergroting, kiezen voor de vaak beter betaalde productie voor nichemarkten en voor verbreding richting multifunctionele landbouw. Dat laatste wordt volgens zorgboer Arjan Monteny een serieuze economische poot onder een toenemend aantal bedrijven. 'Slechts zelden zal specialisering in de multifunctionele landbouw leiden tot het afstoten van de agrarische tak.'

Wereldwijde aanpak

De uitdaging om in 2050 tien miljard mensen te voeden, ligt niet in de eerste plaats op het bord van Nederlandse boeren en tuinders. Daarvoor is een wereldwijde aanpak nodig. Al is het alleen maar om volksverhuizingen te voorkomen. Emeritus hoogleraar Martijn Katan waarschuwt voor de effecten van voedseltekorten in Afrika. 'Dan blijft het niet bij wat bootjes op de Middellandse Zee. Dan zullen grote massa's op pad gaan.'

Versterking van de landbouw ter plaatse is het meest effectief. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van Nederlandse expertise. 'We zullen Afrikanen moeten enthousiasmeren om boer te worden. Dat is de enige begaanbare weg', oordeelt oud-landbouwminister Cees Veerman.

Inspiratieboek gaat naar alle lezers van Nieuwe Oogst
Het boek 'Hoe ziet de land- en tuinbouw er in 2050 uit?' is geschreven naar aanleiding van het dertigjarig bestaan van de organisatiebladen Oogst (1988-2005) en Nieuwe Oogst (2005-heden). Het begint met een beknopt overzicht van de ontwikkelingen in de Nederlandse land- en tuinbouw in de afgelopen dertig jaar. Daarna worden vanuit thema's als voedselopdracht, klimaatverandering, kringlooplandbouw, revolutionaire teelten en maatschappelijke acceptatie lijnen naar de toekomst getrokken. Het boek, geschreven door Patrick Bramer, Jan van Liere en Johan Boonen, schetst uiteenlopende mogelijkheden en perspectieven die boeren en tuinders kunnen inspireren bij het werken aan een kansrijke toekomst. De auteurs spraken daarvoor met met (jonge) boeren en tuinders, wetenschappers, voedselondernemers, bankiers, agrarische bestuurders, politici en anderen die zich druk maken over de land- en tuinbouw van morgen. Komende week ontvangen alle abonnees van Nieuwe Oogst een exemplaar van het boek.

Weer

  • Vrijdag
    22° / 9°
    20 %
  • Zaterdag
    18° / 8°
    20 %
  • Zondag
    17° / 10°
    50 %
Meer weer