Landbouw+in+Estland+ziet+weer+heil+in+co%C3%B6peratie
Reportage
© Bert Hartman

Landbouw in Estland ziet weer heil in coöperatie

De landbouw in Estland staat voor een nieuwe stap voorwaarts. Sinds de onafhankelijkheid in 1990 ontwikkelt het land zich met vallen en opstaan in een liberale economie. Na de harde rigoureuze breuk met het Sovjet-verleden zijn de contouren zichtbaar van nieuw elan, die saillant genoeg weer schuilt in de coöperatieve gedachte.

Samenwerking is cruciaal voor een betere afzet, stelt Toomas Kevvai, secretaris-generaal voedselveiligheid, onderzoek en ontwikkeling bij het ministerie van Plattelandszaken in Tallinn. ‘Probleem is dat nog steeds een grote aversie bestaat tegen de oude planeconomie. Veel ondernemers klaren het liever in hun eentje.’

In de ‘harde’ liberaliseringsslag voerde Estland de voorbije decennia diverse hervormingen door. Eerst werd al het land van de ruim driehonderd kolchozen teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaren van voor de Russische annexatie na de Tweede Wereldoorlog. Daarna werden de overige agrarische eigendommen herverdeeld in de vorm van aandelen aan de werknemers op basis van hun arbeidsjaren.

Totale verwarring

De derde hervorming was sociaaleconomisch van aard. De overheid trok zich grotendeels terug, met totale verwarring als resultaat, blikt Kevvai terug. ‘Geen importtarieven, exportsteun of andere vormen van subsidie. En dat terwijl de belangrijkste afzetmarkt – Rusland – op slot ging. Het was puur een kwestie van overleven, waarbij de grotere particuliere ondernemingen het heft in handen namen.’

‘Onze politici maken zich in EU hard voor nivellering toeslagen’

Toomas Kevvai, secretaris-generaal, ministerie van Plattelandszaken in Estland

Wel heeft de Russische bezetter indertijd, aldus Kevvai, voor een goede landbouwstructuur gezorgd. ‘Bedrijven zijn nog steeds relatief groot. Sommige zien daardoor minder heil in samenwerking, hoewel een individueel bedrijf van 2.000 hectare op de vrije Europese markt uiteraard weinig kan uitrichten.’

Ontwikkelingsplan tot 2030

Reden voor de overheid om ‘samenwerking’ en ‘ondernemerschap’ hoog op de agenda te zetten. ‘We werken momenteel aan een agrarisch ontwikkelingsplan tot 2030’, vertelt Kevvai. ‘Onze minister vindt dat Estland veel goede boeren heeft, die op het vlak van ondernemerschap nog veel kunnen leren. Dat is een harde boodschap, die wel de vinger op de zere plek legt.’

De Estse overheid biedt nog steeds weinig tot geen financiële steun aan individuele ondernemers, maar stimuleert samenwerking. ‘Die aanpak begint te werken. Zo vormt een groep melkveehouders een zuivelcoöperatie. De overige melkfabrieken zijn particulier bezit. En een groep vleesveehouders investeert in een verwerkingslijn voor de interne markt, die nu nog wordt beheerst door Finse slachthuizen.’

Graancoöperatie

Janno Toomet is hoofd ontwikkeling bij graancoöperatie Kevili, die een snelle ontwikkeling doormaakt met een verviervoudiging van de omzet sinds de oprichting in 2010. Vanwege het extreem droge seizoen zet die groei in 2018 niet zo hard door, verwacht hij. ‘De aanhoudende hitte heeft grote gaten geslagen in de productie. Het varieert per gebied, maar sommige akkerbouwers oogsten minder dan de helft van voorgaande jaren.’

Kevili telt nu 150 leden. Er is nog ruimte binnen de coöperatie. ‘Zeker na zo’n lastig jaar als dit’, stelt Toomet. ‘We hebben dit jaar veel graan van buitanf hebben moeten aankopen om de capaciteiten op onze twee locaties zo optimaal mogelijk te benutten.’

Afvallende leden

Ook bestaat het risico dat leden zullen afvallen. ‘Sommige akkerbouwers hebben het nu zwaar’, stelt Alar Sõro, manager van de graanterminal in Tartur.

‘Dit is al het derde lastige jaar op rij. In 2017 was de opbrengst per hectare hoog, maar door de natte oogstomstandigeden zijn veel extra droogkosten gemaakt. Positief punt is de vroege oogst van dit jaar, waardoor veel leden meer wintergranen hebben kunnen zaaien. Met een milde winter kan misschien het verlies van dit jaar wat worden gecompenseerd.’

Inhaalslag

De Estse graanmarkt is van oudsher grotendeels in Deense handen. Toch verwacht Toomet dat Kevili het marktaandeel de komende jaren kan verdubbelen van 15 naar 30 procent. ‘We zijn al bezig met een inhaalslag. Onze kracht schuilt in de pure coöperatieve gedachte. In tegenstelling tot onze concurrenten mikken wij niet op grote winsten uit de verkoop van zaaigoed, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. We proberen de kosten voor de leden laag te houden, zodat ze een optimale netto-opbrengst per hectare kunnen halen. Onze leden zijn ons kapitaal.’

Mede om die reden investeert Kevili in goede praktijkvoorlichting en studieclubs. ‘We steken veel tijd en energie in bijeenkomsten om van elkaar te leren. Op technisch vlak, maar ook op bedrijfseconomisch terrein’, vertelt Sõro. ‘Er is zeker bereidheid om resultaten met elkaar uit te wisselen. Er heerst een collegiale sfeer. Boeren zien elkaar niet als concurrenten.’ Toomet knikt: ‘Als er al sprake is van rivaliteit, dan gaat het om grond. Die is schaars.’

Gemengde gevoelens

De toetreding tot de Europese Unie heeft voors en tegens, vindt Sõlo: ‘Onze graanterminals zijn mede met Europese subsidie gefinancierd. Dat is op zich mooi voor de coöperatie, maar individuele boeren kijken met gemengde gevoelens naar de EU. De toeslag per hectare is slechts een derde van die van de andere lidstaten. Sommige leden zouden voor een eerlijkere concurrentiepositie nog liever hebben dat geen enkele Europese boer steun zou ontvangen.’

Kevvai herkent dat sentiment onder de Estse agrariërs. ‘In Brussel blijven onze politici zich hard maken voor nivellering van de toeslagen. Intern richten we ons op competitiever ondernemerschap, gericht op coöperaties, marketing en innovaties. Dat is onze koers richting 2030.’

Bekijk meer over:

Weer

  • Maandag
    25° / 13°
    10 %
  • Dinsdag
    26° / 14°
    10 %
  • Woensdag
    28° / 15°
    60 %
Meer weer