Minder ammoniak, meer opbrengst en minder beworteling met zodebemester

Emissiearme mesttoediening zoals zodebemesting dringt de ammoniakuitstoot effectief terug en verhoogt de grasopbrengst, maar leidt tot een hogere directe lachgasemissie.

Emissiearme mesttoediening zoals zodenbemesting dringt de ammoniakuitstoot effectief terug en verhoogt de grasopbrengst, maar leidt tot een hogere directe lachgasemissie.
© Niels de Vries

Emissiearm bemesten heeft geen effect op het bodemleven, terwijl bovengronds uitrijden op termijn gunstig is voor de beworteling en de bodemstructuur. Dat blijkt uit een grootschalig vijfjarig onderzoek van Wageningen Environmental Research en het Louis Bolk Instituut in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

In de agrarische sector bestaat al langere tijd zorg dat het insnijden van de graszode schadelijk zou zijn voor regenwormen en ander bodemleven. Het onderzoek – uitgevoerd op veertig praktijkbedrijven en via veldproeven op zand-, klei- en veengrond – laat zien dat er geen duidelijke negatieve effecten zijn van mestinjectie op regenwormen, bacteriën, schimmels of nematoden

Stikstof

Emissiearme technieken verlagen de ammoniakemissie sterk ten opzichte van bovengrondse toediening. Uit laboratoriummetingen blijkt dat het inwerken van drijfmest de emissie van ammoniak met gemiddeld 75 procent vermindert. Doordat er minder stikstof in de lucht vervliegt, blijft er meer stikstof beschikbaar voor het gewas.

In veldproeven leidde zodebemesting daardoor tot een 12 procent hogere grasopbrengst en een betere stikstofbenutting vergeleken met bovengrondse bemesting. Tegenover de lagere ammoniakemissie staat een verhoogde directe uitstoot van lachgas, een sterk broeikasgas. Het geconcentreerd inbrengen van mest in de bodem creëert lokale zuurstofarme omstandigheden in de injectiesleuven waarin lachgas sneller ontstaat.

Wanneer ook de indirecte lachgasemissies – die ontstaan nadat neergeslagen ammoniak in de bodem wordt omgezet – worden meegeteld, vervalt het verschil in totale lachgasuitstoot tussen de methoden grotendeels. De toegepaste techniek heeft bovendien geen invloed op het risico op nitraatuitspoeling.

Lichtere machines

Wel werden op percelen met een historie van bovengrondse bemesting een betere bodemstructuur (meer kruimelstructuur) en een diepere beworteling gemeten. De onderzoekers schrijven dit voornamelijk toe aan de lichtere machines die bij bovengrondse bemesting worden gebruikt, in tegenstelling tot de zwaardere mestinjecteurs die tot bodemverdichting kunnen leiden. Ook bleken bedrijven die bovengronds bemesten gemiddeld een extensievere bedrijfsvoering te hebben met minder kunstmestgebruik en een lagere stikstofconcentratie in de mest.

Op kleihoudende gronden kan zodebemesting tijdens aanhoudende droogte leiden tot sterke scheurvorming langs de injectiesleuven. Hoewel dit in de proeven geen direct effect had op het gemiddelde bodemvochtgehalte, adviseren de onderzoekers dat op gevoelige percelen in droge perioden verdunde drijfmest bovengronds kan worden toegediend met een sleepvoetbemester om het risico op scheuren te beperken.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Dinsdag
    24° / 16°
    20 %
  • Woensdag
    17° / 12°
    70 %
  • Donderdag
    17° / 11°
    60 %
Meer weer