Vruchtwisseling dreigt fiscaal te worden afgestraft

De eis van noodzakelijke vruchtwisseling in de uitgaande pacht is een overbodige eis die in de praktijk grote belemmeringen gaat vormen. Dat stellen LTO Nederland, de Vereniging van Accountants- en Belastingadviesbureaus (VLB) en het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) in een gezamenlijke reactie. ‘Het is van belang dat de noodzakelijkheidstoets wordt losgelaten en ook andere technische aanpassingen.’

In het geval van een akkerbouwer en een melkveehouder kan voor de verpachting van de melkveehouder aan de akkerbouwer een teeltpachtovereenkomst worden gesloten, maar de andere kant op niet.
© Job Hiddink

De voorgestelde wijziging van de Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de Doorschuifregeling (DSR) in de Fiscale Verzamelwet 2028 erkent het belang van vruchtwisseling. Dit is het resultaat van een lange lobby van LTO, VLB en NAJK waarin ze meermaals hebben benadrukt dat vruchtwisseling en de bijbehorende tijdelijke uitruil grote en maatschappelijke waarde heeft. Dit betreft bijvoorbeeld het behoud en de verbetering van bodemkwaliteit en de reductie van het gewasbeschermingsmiddelengebruik.

Het is volgens de belangenorganisaties onwenselijk dat boeren en tuinders hierbij het risico op een fiscale rekening dragen. In het kader van vruchtwisseling ruilen agrarisch ondernemers regelmatig tijdelijk gronden met elkaar uit. In het geval van een akkerbouwer en een melkveehouder kan voor de verpachting van de melkveehouder aan de akkerbouwer een teeltpachtovereenkomst worden gesloten, maar de andere kant op niet. ‘Hierdoor loopt de akkerbouwer het risico dat de verpachte gronden buiten de BOR en DSR-aanmerkelijk belang (ab) vallen. Een groot fiscaal risico voor een maatschappelijk gewenste werkwijze.’

Noodzakelijkheidstoets onnodig

Het wetsvoorstel in de Fiscale Verzamelwet 2028 houdt in dat als een ondernemer land pacht via een teeltpachtovereenkomst, op dat moment een verpachting onder de BOR en DSR-ab kan blijven vallen in een verhouding van 1 op 2. Die 1 op 2 betekent de verhouding tussen de grond die de ondernemer zelf pacht en de grond die hij verpacht voor vruchtwisseling.

Hier had in de ogen van LTO Nederland het wetsvoorstel moeten eindigen. Daarbij bevat het wetsvoorstel ook een noodzakelijkheidstoets voor verpachting: aangetoond moet worden dat de verpachting noodzakelijk is voor de instandhouding of verbetering van de grondkwaliteit van de verpachter. Volgens de belangenbehartiger zorgt dat in de praktijk voor een onwerkbare situatie, omdat deze eis onder meer moet worden aangetoond via vakstudies.

‘Hiermee wordt volledig overgeslagen aan het feit dat vruchtwisseling afhankelijk is van onder meer de grond, ligging, omstandigheden, het risico dat een ondernemer wil lopen en eventuele privéafspraken.’ LTO Nederland, NAJK en VLB vragen dan ook om het loslaten van de noodzakelijkheidstoets. Daarnaast zijn in de reactie nog andere technische opmerkingen opgenomen.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Donderdag
    19° / 10°
    5 %
  • Vrijdag
    19° / 12°
    40 %
  • Zaterdag
    22° / 11°
    20 %
Meer weer