‘De bestuiving is het cruciale onderdeel in de zaadteelt’

De bijen in de kas van Floris Sexbierum vliegen in drie weken tijd 500 kilometer om vrouwelijke bloemen te bestuiven. De insecten zijn belangrijke medewerkers van zaadtelers Bastiaan en Timo Borst, die op 13 hectare zaden telen van een breed assortiment vollegrondsgroenten.

Een honingbij vliegt ongeveer 500 kilometer tijdens de bloeifase in de kassen, die drie weken duurt.
© Koen van Wijk

Amper van school stapte Timo Borst als 18-jarige naar de makelaar om te informeren naar het glastuinbouwbedrijf dat te huur stond in het Friese Sexbierum. ‘Ik vond dat hij dat zelf moest doen, om te laten zien hoe graag hij het wilde’, blikt vader Bastiaan Borst drie jaar later terug.

De voormalige chrysantenteler is al tien jaar actief als zaadteler, eerst in Heerhugowaard op zo’n 4 hectare. Hij stapte over op de zaadteelt, mede vanwege de investeringsdruk door energiebesparingseisen in de glastuinbouw. De zaadteelt is rustiger en op lange termijn stabieler, vindt hij.

Dat voordeel ziet zoon Timo ook. ‘We werken met vaste prijsafspraken, de opdracht is vooral om de vereiste kwaliteit te halen en genoeg kilo’s te produceren’, geeft hij aan.

Alle handelingen per gewas houden we bij in een app die we ontwikkelden met hulp van AI

Timo Borst, zaadteler in Sexbierum (FR)

De tuinderszoon, die nu 21 jaar is, was al jong bezig met plantjes en vulde een verkoopstalletje langs de weg voor het ouderlijk bedrijf. Tijdens zijn mbo-opleiding Plantenteelt groeide de interesse om in het bedrijf te stappen. Daarvoor was uitbreiding nodig.

Na gesprekken met de makelaar verhuisde de familie Borst in 2024 naar Friesland. ‘Dit was voorheen het tomatenbedrijf van firma Hartman. Wij huren een deel van de kassen en hebben de inrichting aangepast aan de eisen van de zaadteelt’, aldus Bastiaan Borst.

Net als de teeltgoten gingen de meeste verwarmingsbuizen eruit, omdat vorstvrij stoken voldoende is voor de vollegrondsgroenten. De ramen werden voorzien van insectengaas om ongewenste insecten buiten te houden. Ook kwam er een schermdoek en werden de kassen verdeeld in 41 compartimenten van circa 3.000 vierkante meter.

Het gewas is klaar voor de oogst zodra de zaadpeulen droog zijn.
Het gewas is klaar voor de oogst zodra de zaadpeulen droog zijn. © Koen van Wijk

Borst: ‘Elk gewas en ras telen we afgeschermd van de rest. Kruisbestuiving is uit den boze. We telen nu diverse rassen van alle koolsoorten, peen, ui, prei, spruiten, rode bieten, radijs, spinazie en venkel.’ Ook de beregeningsinstallatie is aangepast. In veel afdelingen verdwenen de druppelslangen van de grond en kwam er een regenleiding boven in de kas voor in de plaats.

In een afdeling met uien in volle bloei is het begin zomer ogenschijnlijk rustig, op een enkele vliegende honingbij na. Maar schijn bedriegt. ‘Er vliegen 280.000 bijen rond in deze afdeling’, vertelt Borst.

De uien zijn ruim een meter hoog en staan nog in volle bloei. Mooie, bolvormige bloemschermen zijn het, in elke kap zes rijen dik geplant. Een nadere blik toont het verschil tussen de ‘mannetjes’ en de ‘vrouwtjes’, die om en om zijn geplant.

Leger aan honingbijen

De bloemen van de mannelijke planten hebben stuifmeeldraden, de vrouwelijke niet. De crux in de zaadteelt is dat deze worden bestoven, daarvoor vliegt in de meeste kasafdelingen een leger aan honingbijen rond.

‘Elke bij maakt zo’n 500 vliegkilometers tijdens de bloeifase, die drie weken duurt’, weet Borst. Voorin elke afdeling staat een rij bijenkasten. Die huren de telers van een imker, 250 in totaal.

Timo Borst: ‘De bestuiving is het cruciale onderdeel van ons werk tijdens de bloei. We verzorgen onze bijen daarom goed door ze bij te voeren met suikerwater, zodat ze in conditie blijven en actief zijn.’

Uien zijn afgeschermd

De uienafdeling is volledig afgeschermd, zodat de bijen niet naar andere gewassen kunnen vliegen. Niet elke afdeling blijft hermetisch gesloten tijdens de bloei. Spinazie is bijvoorbeeld een windbestuiver, legt Bastiaan Borst uit. Die afdeling ligt daarom open en de ramen staan open, zodat het kan doorwaaien.

Opvallend in de kas zijn ook de witbloeiende plantjes, ‘sneeuwkleed’ genaamd, als bodembedekker rondom de uien en andere gewassen. Dit is een bankerplant die als uitvalsbasis fungeert van de biologische bestrijder Orius, een roofwants. De gewasbescherming verloopt grotendeels biologisch.

Floris Sexbierum teelt momenteel het zaad voor een grote groenteveredelaar en is daarbij verantwoordelijk voor een van de laatste teelten in de veredelingscyclus van nieuwe rassen. Het geoogste zaad is dus nog niet beschikbaar voor telers. ‘Het raszuiver houden is daarom extra belangrijk’, benadrukt Borst. ‘Tijdens de bloeifase komen wekelijks medewerkers van het zaadbedrijf om de planten te controleren op dwalingen en mutanten.’

De zaadtelers worden per kilo betaald en voor een kilo zijn zeker 39.000 zaadjes nodig.
De zaadtelers worden per kilo betaald en voor een kilo zijn zeker 39.000 zaadjes nodig. © Koen van Wijk

Dit selectiewerk luistert nauw. Maar voor het zover is, hebben vader en zoon Borst al maandenlang voor het gewas gezorgd. ‘We telen in de grond, dus we starten met het frezen en spitten van de bodem. Sommige gewassen planten we op biologisch afbreekbaar folie, dat onkruid tegenhoudt’, legt Timo Borst uit.

De zaadteelt is een kwestie van het hele jaar door telen. Ongeveer de helft van de gewassen wordt aangeplant in de nazomer, de andere helft in het vroege voorjaar. De peen is al buiten opgekweekt, net als de uien; die gaan groot de grond in.

‘Bij de start van de teelt krijgen de planten een beetje kunstmest mee als voorraadbemesting, daarna nauwelijks meer’, licht Borst toe. Ook met de watergift zijn de telers zuinig. De meeste gewassen krijgen maar één keer water, kort na het planten. Ze hoeven niet snel te groeien, anders dan in de productieteelt.

Planten treiteren

De planten worden juist een beetje getreiterd zodat ze in bloei komen, legt Bastiaan Borst uit. ‘We houden van een schraal plantje om de winter mee door te gaan. In de koolplanten willen we ook geen grote kolen hebben, want die vragen veel energie en maken de plant zwakker.’

De echte kunst van het zaden telen zit hem in het in bloei brengen van de gewassen, ofwel het ‘schieten’. ‘Een koolplant ontwikkelt makkelijk een kool, maar om die te laten bloeien moet je de plant echt helpen. Uien ook, zeker omdat deze gewassen juist zijn veredeld om niet te gaan bloeien, want in de productieteelt is dat ongewenst’, stelt Borst.

Wat wel zo mooi is aan een jonge opvolger in het bedrijf, is dat deze zijn computervaardigheden meebrengt. Timo Borst ontwikkelde een app om de gewasverzorging per afdeling bij te houden. Met behulp van AI is dat volgens hem helemaal niet moeilijk.

Geen overbodige luxe

De tool is geen overbodige luxe, want alleen al van rode kool staan zeven variëteiten in de kas. Borst houdt per afdeling bij welke handelingen zijn uitgevoerd. Zo houden de telers zicht op de duur van de bestuiving en andere teeltfases, en bouwen ze data op voor de juiste teeltstrategie.

Die registratie is nodig, want de verschillen tussen de gewassen zijn groot. Zo staan er 41 teelten met een groeiduur van 3,5 tot 11 maanden. Sommige gewassen reiken 40 centimeter hoog, andere 2,5 meter.

Om de hoog opgeschoten stengels bijeen te houden, gebruiken de telers bamboestokken en touwtjes. Hiervoor hebben ze ook een handige manier bedacht. De touwtjes worden al neergelegd als de planten nog laag zijn en worden later opgetrokken.

Inzicht in kostprijs

Alle kennis over het verloop van de teelten helpt de telers de kostprijs per gewas beter in beeld te krijgen. Arbeid en investeringen in de aankoop en aanpassing van de kassen vormen de grootste kostenposten. De energiekosten blijven daarentegen beperkt.

Na de bloei en zaadzetting worden de mannelijke lijnen verwijderd of ondergehakseld. Daar trekken de telers gronddoek in de kas tegen onkruid, terwijl de vrouwelijke planten ruimte krijgen om zaad te zetten. Zodra de zaadpeulen droog zijn, volgt de oogst.

Timo Borst: ‘Wij knippen de takken met zaad geheel af en slaan ze kortstondig op in kuubskisten. Binnen twee dagen gaat alles naar de opdrachtgever, die zelf het zaad dorst.’ Dan volgt de afrekening. De zaadtelers worden per kilo betaald, maar om tot dit gewicht te komen, zijn al snel 39.000 zaadjes nodig. Voor het bedrijfsrendement zijn de jaarlijks afgesproken kiloprijzen essentieel.

‘We hebben een kassencomplex dat optimaal is ingericht voor de zaadteelt en een jonge ondernemer aan boord. Daarom gaan we vol ambitie de toekomst in’, geeft Bastiaan Borst aan. In lijn hiermee breiden vader en zoon Borst hun portfolio graag verder uit. ‘Nieuwe opdrachtgevers zijn zeker welkom’, benadrukt Timo Borst.

Zaadtelers Bastiaan en Timo Borst van Floris Sexbierum
Zaadtelers Bastiaan en Timo Borst van Floris Sexbierum © Koen van Wijk

Bedrijfsgegevens
Bastiaan en Timo Borst runnen Floris Sexbierum in het gelijknamige Friese dorp. Het bedrijf omvat 13 hectare glasopstanden. Jaarlijks worden er in 41 kasafdelingen diverse groentezaden geteeld voor de zaadveredeling. Deze laatste fase van de veredeling omvat onder andere kool, ui, prei, peen en spinazie. Door een gespreide arbeidsfilm kunnen vijf vaste krachten een groot deel van het seizoen de werkzaamheden uitvoeren.

Lees ook

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Woensdag
    25° / 13°
    10 %
  • Donderdag
    26° / 16°
    90 %
  • Vrijdag
    22° / 16°
    95 %
Meer weer