Unie van Pluimvee Producenten geeft pluimveehouders stem in de markt

De Unie van Pluimvee Producenten (UPP) wil pluimveehouders uit de rol van prijsnemer halen. Vooral leghennenhouders zoeken via UPP grip op prijsvorming, afzet en positie in de keten. Sectorhoofd leg Klaasjan Salomons: ‘Wie risico draagt, moet invloed hebben.’

Volgens UPP wordt inmiddels ruim 50 procent van de Nederlandse eieren via de organisatie verhandeld.
© Koos van der Spek

Vijf jaar na de oprichting is de Unie van Pluimvee Producenten (UPP) een partij van betekenis. Met 280 leden en een marktaandeel van ruim 50 procent in eieren, stuurt de producentenorganisatie namens pluimveehouders op prijs en afzet. UPP werd in 2021 formeel opgericht door een groep pluimveehouders die vond dat producenten meer positie moesten pakken in de keten.

Salomons, vicevoorzitter van UPP en sectorhoofd leg, raakte eind 2022 bij het bestuur betrokken. 'De aanleiding was eigenlijk simpel: in de legsector droegen pluimveehouders de grootste risico's en verantwoordelijkheden, maar ze hadden nauwelijks invloed op de prijs die voor hun product tot stand kwam.'

Eerlijke prijs

Dat voelde steeds schever. 'Wij maakten het product, maar bij verkooptrajecten kregen we soms het gevoel dat grotere afnemers onderling al bespraken wie welke producent erbij kreeg. Dan kun je als individuele pluimveehouder nooit een vuist maken’, stelt Salomons. ‘Wij wilden weten: wat is nu eigenlijk een eerlijke prijs?' Die vraag vormt de kern van UPP. Vanuit de behoefte om als producent eerder en sterker aan tafel te zitten.

Daarom onderzocht de groep of UPP als producentenorganisatie mocht optreden. 'We hebben bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de Autoriteit Consument & Markt laten toetsen wat onze ruimte was. Als producentenorganisatie mogen we namens leden afspraken maken. Dat was voor ons de basis om leden te gaan werven', legt de UPP-vicevoorzitter uit.

Aanvankelijk leefde het initiatief vooral bij een aantal grotere pluimveehouders. De noodzaak werd volgens Salomons zowel in de vleeskuikenhouderij als in de legsector gevoeld. Toch zag hij verschil. 'In de legsector zitten vrij veel ondernemers die zelf willen bepalen waar ze hun voer kopen, waar ze hun hennen vandaan halen en aan wie ze hun eieren verkopen. Die ondernemersgeest is daar sterk aanwezig.' Dat maakt die sector geschikter om collectieve afzet en onderhandeling van de grond te krijgen.

Rechtvaardigheid

Salomons stapte in omdat hij de manier waarop eieren werden verkocht wilde verbeteren. 'Het ging mij om rechtvaardigheid. De verkoop moest beter worden georganiseerd. Niet om ons af te zetten tegen de afnemers, maar wel met een betere positie voor de producent.'

De vicevoorzitter benadrukt dat UPP de eierhandel niet in een kwaad daglicht wil zetten. 'Afnemers zijn onze klanten. Zij betalen ons product en we hebben elkaar keihard nodig. Maar in het verleden is wel gebruikgemaakt van de onwetendheid van producenten. Wij willen dat er meer naar de stem van leghennenhouders geluisterd wordt in de markt.'

In de legsector werken veel pluimveehouders met een vaste afnemer en met prijzen die worden bepaald op basis van de NOP-notering of Weser-Ems. Ook zijn er contracten met vaste prijzen voor een jaar of ronde. UPP probeert daar meer marktinformatie tegenover te zetten.

'Doordat wij input krijgen van leden en van de markt, weten we beter wat er in Europa speelt. Denk aan vogelgriep, beschikbaarheid van eieren en ontwikkelingen bij grote ‘traders’. Deze informatie had een pluimveehouder normaal gesproken niet. Die is erg belangrijk voor een goede onderhandelingspositie', aldus Salomons.

Europese ruimte voor producentenorganisaties biedt nieuwe kansen
De UPP is opgezet als een erkende producentenorganisatie, een samenwerkingsvorm die mogelijk is binnen de Europese gemeenschappelijke marktordening (GMO). Die regelgeving biedt landbouwproducenten ruimte om zich collectief te organiseren, gezamenlijk over afzet en contracten te onderhandelen en afspraken te maken over productie, kwaliteit en verduurzaming.
De achterliggende gedachte is dat boeren een sterkere positie krijgen tegenover de vaak veel grotere schakels in de keten. Denk bijvoorbeeld aan pakstations, slachterijen, verwerkers en supermarkten.
De Nederlandse pluimveesector wordt gekenmerkt door veel individuele ondernemers tegenover een relatief beperkt aantal afnemers. Daardoor kan de onderhandelingspositie van individuele bedrijven onder druk staan.
Deze ‘horizontale samenwerking’ tussen producenten kan de positie van boeren versterken, mits er genoeg deelnemen en de organisatie professioneel wordt aangestuurd. De UPP koopt zelf geen eieren of vleeskuikens in en wordt geen eigenaar van het product. Ze treedt op als verkoopbemiddelaar en maakt afspraken namens de aangesloten leden.

UPP kent verschillende type leden. B-leden steunen het concept, maar onderhandelen zelf. A-leden brengen hun product via UPP Sales in de markt. Vooral dat laatste telt zwaar, geeft Salomons aan. 'Dat geeft marktaandeel. Hoe meer product via UPP loopt, hoe beter wij namens pluimveehouders kunnen onderhandelen.' Volgens Salomons spreekt het concept veel ondernemers aan door de resultaten. 'Er zijn bedrijven die op jaarbasis fors beter uitkomen qua inkomsten. Bij een bedrijf met 100.000 kippen kan het verschil richting enkele tonnen per jaar gaan.'

Bovendien is marktmacht bij de primaire producenten in de pluimveehouderij wat gemakkelijker te organiseren, weet Salomons. 'Ongeveer een kwart van de Nederlandse eiproductie zit bij een relatief kleine groep ondernemers. Die passen bij wijze van spreken in één kantine. Ter vergelijking: in de melkveehouderij zou je daar Ahoy voor af moeten huren.'

Pluimveehouder beslist

Tegelijk benadrukt de vicevoorzitter dat de individuele pluimveehouder uiteindelijk de eindstem heeft. 'De UPP bepaalt niet wie de eieren komt ophalen. We maken samen met de pluimveehouder de keuze voor de beste deal. Dat kan ook bij de afnemer zijn waar een leghennenhouder al jaren aan levert.'

Zekerheid is prettig, maar draagt niet altijd bij aan gezonde marktwerking

Klaasjan Salomons, sectorhoofd leg bij Unie van Pluimvee Producenten

Voor Salomons gaat het niet alleen om een betere prijs, maar ook om anders ondernemen. 'We zijn in de landbouw gewend geraakt aan ontzorgen. De afrekening komt binnen en je wacht af. Zekerheid is prettig, maar draagt niet altijd bij aan gezonde marktwerking.'

In de vleeskuikensector is de opgave lastiger. Vleeskuikenhouders zitten sterker vast in contracten, met de slachterij als ketenregisseur. Toch ziet Salomons ook hier kansen voor een eerlijkere markt.

‘De waakvlam brandt in de vleeskuikensector, maar de stap is groot’
Bij vleeskuikenhouders staat UPP nog aan het begin. Van de 280 pluimveehouders die lid zijn, houden 35 ondernemers vleeskuikens. Bovendien loopt er in deze sector feitelijk nog niets via de producentenorganisatie. Dat maakt de situatie anders dan in de legsector, waar UPP wel concreet werkt aan afzet, contracten en prijsvorming.
Vleeskuikenhouders hebben vaak vaste afspraken met slachterijen, met planning van opzet, de afname van diervoeders en kuikens, levering en conceptkeuze. De afhankelijkheid van de slachterij als ketenregisseur is groot. De behoefte aan betere afspraken zijn er volgens UPP wel, maar de stap om dat via een producentenorganisatie te doen is aanzienlijk.
Voorlopig is UPP bij vleeskuikens vooral een mogelijkheid voor de toekomst. ‘Onze activiteiten in de vleeskuikensector staan op een waakvlam’, zegt Salomons. Het contrast met de legsector laat zien dat collectieve afzet niet alleen een juridische kwestie is, maar ook van vertrouwen, durf en timing om bestaande praktijken te veranderen. Bovendien blijkt het gevoelig te liggen voor ondernemers om zich hierover uit te spreken.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Vrijdag
    35° / 17°
    0 %
  • Zaterdag
    27° / 18°
    20 %
  • Zondag
    23° / 16°
    20 %
Meer weer