Nederlands rundvlees moet buitenlands product uit supermarkt verdringen

In de schappen van supermarktketen Jumbo ligt sinds kort kwaliteitsvlees uit Nederland dat moet kunnen concurreren met vlees uit Brazilië en Ierland. Het Nederlandse vlees komt van een programma met vrouwelijke kruislingkalveren uit een Holstein-koe en een blauwe stier. Door op te schalen, moet dit het buitenlandse vlees uiteindelijk verdringen.

Kruislingvaarzen op het voormalige melkveebedrijf van Jan en Astrid van Ginkel.
© Pieter Stokkermans

Het programma is een samenwerking van Jumbo, AgruniekRijnvallei en ketenregisseur Van Loon Group. Doel is om iedere week vlees van dezelfde kwaliteit in de schappen te leggen. De partijen zoeken nog deelnemende veehouders. Onlangs was er een wervingsbijeenkomst bij het rundveebedrijf van familie Van Ginkel in het Utrechtse Leersum.

Jumbo wil bij voorkeur Nederlands rundvlees verkopen. Veel consumenten geven hier volgens de keten de voorkeur aan, 'omdat dit een duurzaam, lokaal product is met een lage koolstofvoetafdruk, een transparante werkwijze, oog voor goed dierenwelzijn en een bekende afkomst'.


Levering is uitdaging

Via het programma moet het buitenlandse rundvlees in de Jumbo-schappen op termijn helemaal worden vervangen door Nederlands rundvlees. 'We zijn al over de helft met de realisatie. De uitdaging ligt nu in een tijdige en constante levering, om aan de groeiende vraag naar lokaal vlees te voldoen', stelt Paul Biermann, commercieel manager beef bij Van Loon Group.

Goede melkveehouders zijn vaak ook goede vleesveehouders; ze hebben gevoel voor voeding en herkennen de behoeften van een dier

Harm van Hattem, verkoopleider vleesvee bij AgruniekRijnvallei

'Dat vraagt om uiterste precisie', vult verkoopleider vleesvee Harm van Hattem van AgruniekRijnvallei aan. 'De retail wil dat ieder pakje vlees hetzelfde is, net als een koffiecupje. Of we er nu honderdduizend produceren of tien; de consument verwacht een constante kwaliteit.'

Voor die constante levering worden vrouwelijke kruislingkalveren opgezet, die op een geslacht gewicht van 350 kilo en met de juiste vetbedekking naar de slager gaan. Daarbij worden vraag en aanbod strikt op elkaar afgestemd om prijsstabiliteit te garanderen. Dit betekent dat boeren op basis van strikte planningen leveren.


Kapitaalintensieve overstap

Financieel gezien is voor veehouders de overstap naar dit vleesvee kapitaalintensief, vooral door de hoge aankoopprijzen van kruislingkalveren. Tegelijkertijd levert de verkoop van de melkveestapel meestal voldoende op voor de aanschaf van kruislingvaarzen.

Verder ziet Van Hattem dat de ketensamenwerking veel onzekerheid wegneemt. 'Iedere maand wordt de kostprijs doorgerekend op basis van de actuele voer- en kalverprijzen. De opbrengstprijs wordt daarop aangepast in de onderhandelingen met de supermarkt.'

Het succes van de boer valt of staat volgens begeleider Teun Voets van Van Loon Group met management en meten. 'Door kalveren op een leeftijd van drie maanden in de keten op te nemen en nauwkeurig te wegen, kan direct worden bijgestuurd op daggroei.'

Hij illustreert dit: 'Als de daggroei terugloopt door bijvoorbeeld een mindere kwaliteit mais, moet je direct kunnen ingrijpen met de voerfirma om je rendement te beschermen. Hoe sneller je het gewenste gewicht met de juiste vetbedekking bereikt, hoe beter het rendement. Voeding is hierbij de belangrijkste knop om aan te draaien.'


Liever donker vlees

Ook de rol van gras is binnen het concept essentieel, weet Van Hattem. 'De Nederlandse consument geeft de voorkeur aan iets donkerder rundvlees boven het lichte kalfsvlees. Gras zorgt voor die gewenste kleur.' Zo luidt het advies om minimaal een kwart van het rantsoen uit gras te laten bestaan.


Als ketenregisseur regelt Van Loon Group voor veel bedrijven ook de kalveren. Die kunnen op diverse leeftijden worden opgezet, bijvoorbeeld als starter op een leeftijd van drie of van zes maanden. Van Hattem adviseert om hier gebruik van te maken. 'Het aanbod is beperkt en zeker het eerste jaar is goede voeding belangrijk voor een goede groei. Is dit niet goed, dan wordt die groei later moeilijk ingehaald.'

Voormalig melkveehouder Jan van Ginkel, die nu samen met zijn vrouw Astrid in Leersum kruislingen houdt, koopt ook zelf kalveren uit de buurt. Hij ervaart het nut van begingroei. 'Ik heb ook ooit jaarlingen uit een natuurgebied uit de buurt gekocht. Het kostte veel energie en voer om die in de juiste conditie te brengen.'

Van Hattem signaleert dat melkveehouders de ideale partners zijn voor de productie van kwaliteitsvlees. 'Goede melkveehouders zijn vaak direct goede vleesveehouders. Ze hebben gevoel voor voeding, weten wat goed ruwvoer is en herkennen de behoeften van een dier. Zo kunnen ze sturen op resultaat. Daarbij hebben ze oog voor diergezondheid en hebben ze vaak stallen en mestplaatsingsruimte.'

Toch moet het een ondernemer passen, benadrukt de verkoopleider van AgruniekRijnvallei. 'Daarbij gaat het niet alleen om de stal. Je bent constant bezig met inkopen en verkopen van vee. Scherp zijn op inkoop en kwaliteit moet je liggen.'


Duidelijk stiereffect rond voederconversie en groei

In het programma waarbinnen de vaarskalveren worden afgemest, ziet ketenbegeleider Teun Voets een duidelijk verschil tussen de vaders van de kruislingkalveren rond voederconversie en daggroei. 'Ik vind genetica interessant en kijk dan ook naar welke dieren het best en het slechtst functioneren als het gaat om deze eigenschappen.' Zo weet hij welke stieren de kalveren leveren die goed passen binnen dit systeem. 'We hebben dan ook contacten met melkveehouders die bewust deze kruisingsstieren inzetten, zodat we de vaarskalveren hierbij in ons programma kwijt kunnen', besluit de ketenbegeleider.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Donderdag
    1° / -1°
    60 %
  • Vrijdag
    4° / -1°
    10 %
  • Zaterdag
    7° / 2°
    20 %
Meer weer