Epidemioloog: 'Samenwerking cruciaal bij aanpak zoönosen'

De aandacht voor van dieren op mensen overdraagbare ziekten kreeg in de coronatijd een impuls. Na de Q-koortsepidemie is er veel verbeterd, maar de vogelgriepuitbraken maken een stevigere aanpak van zoönosen actueel. 'Een nulrisico bestaat niet', stelt Gerdien van Schaik. 'Onze goede veterinaire infrastructuur en het snel acteren zijn sterke troeven.'

Epidemioloog%3A+%27Samenwerking+cruciaal+bij+aanpak+zo%C3%B6nosen%27
© Koos Groenewold

Vogelgriep is vrijwel dagelijks in de media. Volgens experts vormt de H5-variant van het influenzavirus geen groot risico voor de mens. Maar het risico op het ontstaan van een voor de mens gevaarlijke griepvariant is niet nul. Deze actualiteit sluit aan op de plannen die de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit komende zomer gaan presenteren als reactie op het rapport 'Zoönosen in het vizier'.

De volgende pandemie komt waarschijnlijk weer via Schiphol Nederland binnen

Gerdien van Schaik, epidemioloog bij GD

'De gesprekken met de betrokken partijen worden gevoerd. Dat er nieuwe maatregelen op de veehouderij afkomen om het risico op zoönosen te verlagen, is zeker', stelt Gerdien van Schaik, epidemioloog bij GD. 'Wat er gaat komen, is voor mij ook nog ongewis.'


Draait alles om het beheersen van risico's?

'Een nulrisico van dier op mens overdraagbare ziekten bestaat niet. Wel profiteren we in Nederland van een goede veterinaire infrastructuur en een hoge gezondheidssituatie. We zijn een klein land en GD is het centrale punt waar vragen over gezondheid van landbouwhuisdieren en paarden bijeenkomen. Hier zit veel kennis en expertise en we zitten erbovenop. Zo ontdekten we bijvoorbeeld snel dat het coronavirus circuleerde bij nertsen. De overheid heeft ons signaal direct opgepikt en actie ondernomen.

'Het delen van informatie en elkaar informeren op het moment dat er potentieel zoönotische dierziekte-uitbraken zijn, verloopt soepel. Beter dan vijftien jaar geleden na de meldingen van abortusstormen bij geiten veroorzaakt door de Q-koortsbacterie.'


Is de risicobeheersing in Nederland op orde?

'Vanuit de veterinaire kant is veel kennis aanwezig over ziektes en spreiding van infecties, ook op het gebied van zoönosen. Dierlijke sectoren zijn er altijd mee bezig. Verschillende programma's zijn opgezet om zoönosen zoals salmonellose, campylobacter, leptospirose en rundertuberculose aan te pakken.

'Na de Q-koortsuitbraak zijn melkschapen- en geitenhouders verplicht om hun dieren jaarlijks te vaccineren tegen de Q-koortsbacterie. Als land met veel mensen en dieren op een klein oppervlak zijn we verplicht om die zaken goed op orde hebben. We mogen niet op onze lauweren rusten.'


Is een bijzonder succes geboekt?

'Nederland is in de vorige eeuw vrij geworden van rundertuberculose. Een meer recent voorbeeld is dat Nederland het enige land in de EU en ik denk ook in de rest van de wereld is dat een leptospirosevrijstatus bij melkvee heeft. Die infectie, veroorzaakt door de bacterie Leptospira hardjo, kan bij de mens leiden tot melkerskoorts. Het leptospirosevrij worden is gelukt door een gezamenlijke aanpak en we bewaken die vrijstatus via monitoring van tankmelk.'


Baart vogelgriep u zorgen?

'Natuurlijk, want er komen nog steeds nieuwe besmettingen bij en de epidemie is nog niet tot staan gebracht. Een drama voor de betrokken houders en hun pluimvee. Ik hoop dat het vogelgriepvirus snel uitdooft in de pluimveerijke Gelderse Vallei. Er is hier al veel discussie over dieraantallen en de dichtheid van veehouderijen.

'Landen om ons heen hebben veel meer moeite om de verspreiding van het vogelgriepvirus in te dammen. In Frankrijk worden veel meer besmettingen met vogelgriep gemeld, ook al is de bedrijfsomvang kleiner en liggen pluimveebedrijven aanzienlijk verder uit elkaar.'


Wat betekent dat volgens u?

'Als epidemioloog kijk ik naar feiten en cijfers. Je hebt meer transmissie tussen bedrijven als je honderd bedrijven hebt met duizend dieren dan bij tien bedrijven met tienduizend dieren. Ook neemt het zoönoserisico in de tweede situatie af, omdat er minder mensen in direct contact komen met productiedieren. De impact per bedrijf is wel groter als een infectie binnenkomt op een groot bedrijf.

'Hoe meer virussen circuleren, hoe groter de kans op mutaties waardoor die gevaarlijk kunnen worden voor de mens. Daarom is het voor professionele bedrijven ontzettend belangrijk om de biosecurity goed voor elkaar te hebben en dat dieren worden gevaccineerd als er een onderscheidend vaccin voor is.'


Is een maximale omvang van dieraantallen per bedrijf wenselijk?

'Als er moet worden geruimd vanwege een zoönotische virusinfectie, dan is het belangrijk dat dat binnen een redelijke tijd kan gebeuren, zodat verdere verspreiding wordt voorkomen. Uit het oogpunt van de ruimingscapaciteit zou een grens aan dieraantallen per locatie kunnen worden gesteld.'


Is er een witte zoönosevlek?

'Griep bij varkens kan een zoönoseprobleem worden. Daarom wordt er gewerkt aan een vorm van monitoring van influenza op varkensbedrijven, zodat we beter weten welke griepstammen wel en ook welke niet bij gehouden varkens voorkomen. Dat is nu onvoldoende goed in beeld.'


Komt er een vaccinatieplicht tegen griep voor varkens- en pluimveehouders?

'Dat is een vraag voor de overheid, dat is de enige instantie die een vaccinatieplicht kan opleggen. Belangrijk is dat dan wel helder is wat het doel is van zo'n jaarlijkse griepprik. Het voorkomen van ziekte of het verminderen van de transmissie tussen dieren, tussen mensen of tussen dier en mens. Hier moet bij de besluitvorming rekening mee worden gehouden.'


Zijn veehouders zoönosegeletterd?

'Veehouders zijn dagelijks met de gezondheid van hun dieren bezig en zijn bekender met de materie dan het grote publiek. Zij zijn het die de eerste signalen van een infectieziekte bij hun dieren oppikken als er iets speelt. Als ze snel hun dierenarts erbij halen en de dierenarts kan bij vermoedens van een zoönose overleggen met GD, dan kan het treintje snel gaan lopen. Samenwerken met vertrouwen vergroot de kans op het in de kiem smoren van infecties.

'De meeste zoönosen ontstaan in de (sub)tropen en komen met de mens deze kant op. De volgende pandemie komt waarschijnlijk weer via Schiphol Nederland binnen. Dus ook aan de humane kant moeten we alert zijn.'


Wie is Gerdien van Schaik

Gerdien van Schaik (51) is senior epidemioloog bij GD. Tussen 2004 en juli 2021 was ze hoofd van de afdeling Epidemiologie bij GD. Ook is ze sinds 2015 hoogleraar monitoring en surveillance van de gezondheid van landbouwhuisdieren bij de Universiteit Utrecht. Deze leerstoel versterkt de samenwerking tussen GD en de Universiteit Utrecht op het gebied van ziektebestrijding bij landbouwhuisdieren en verbindt de praktische kennis en directe toegang tot veldgegevens met de nieuwste wetenschappelijke kennis. Van Schaik studeerde dierwetenschappen aan Wageningen University & Research en promoveerde daar op de economie van diergezondheid. Als expert heeft Van Schaik bijgedragen aan het tot stand komen van het rapport 'Zoönosen in het vizier' dat in juni 2021 is gepubliceerd. Een expertgroep zoönosen werd in 2020 ingesteld door de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om advies uit te brengen over (maatregelen tegen) het ontstaan, de verspreiding en de ernst van zoönosen.


Wilma en Gert van Beek van Van Beek SPF Varkens in Lelystad.
Wilma en Gert van Beek van Van Beek SPF Varkens in Lelystad. © Studio Kastermans

'Griepvirus is en blijft ongrijpbaar'


'Het rapport 'Zoönosen in het vizier' is mij bekend. Ik sta kritisch tegenover de aanbevelingen over griepmonitoring in de varkenssector en het vaccineren van varkenshouders en hun medewerkers', zegt Gert van Beek, fokker van SPF-varkens met Topigs Norsvin-genetica.

'Vanmorgen nog had ik het met onze medewerkers over corona en het vaccineren tegen die aandoening. Toevallig is griep toen ook ter sprake gekomen', zegt Van Beek.

'We houden al ruim twintig jaar specifieke aandoeningen buiten de varkensstallen. Maar het griepvirus is en blijft ongrijpbaar. Zelfs in deze varkensvrije regio en met een strenge biosecurity op mijn kernfokbedrijf duikt het wel eens bij mijn dieren op. Het virus vliegt met de lucht de stal in of komt via de mens binnen. Vaak merken we niets aan de varkens en komen we er per toeval achter. Dat kan gebeuren als we bloedmonsters voor de export van fokvarkens ook specifiek moeten laten onderzoeken op influenza.'


Juiste proporties

De varkenshouderij neemt zoönosen serieus, vindt de varkenshouder. 'Maar het moet wel in de juiste proporties blijven. De kans dat het griepvirus van het varken op de mens overgaat en voor grote problemen zorgt, is marginaal. Als monitoring van influenza op varkensbedrijven op een kostenefficiënte manier gebeurt en het stelt de overheid en de maatschappij gerust, dan kan het voor ons als sector iets toevoegen.'

Over het halen van een jaarlijkse griepprik zegt Van Beek: 'Vaccineren werkt en ik heb er persoonlijk geen moeite mee als het voordeel echt aantoonbaar zou zijn.'



Jeannette van de Ven, geitenhouder en LTO-portefeuillehouder Gezonde Dieren
Jeannette van de Ven, geitenhouder en LTO-portefeuillehouder Gezonde Dieren © Eljee Bergwerff

Q-koorts bij de mens leidt tot One Health-aanpak


De uitbraak van Q-koorts bij de mens was verschrikkelijk om mee te maken, vindt geitenhouder en LTO-portefeuillehouder Gezonde Dieren Jeannette van de Ven. 'Deze harde les heeft geleid tot een betere koppeling tussen de humane en veterinaire gezondheid, de One Health-gedachte.'

De Q-koortsuitbraken bij geiten die vanaf 2007 optraden, hebben geleid tot infecties bij de mens. Dat werd niet direct onderkend, omdat een goede samenwerking tussen de humane en veterinaire gezondheidszorg nog ontbrak. Omdat die samenwerking daarna wel goed van de grond kwam en signalen over mogelijke zoönosen wel goed worden opgepikt, is tijdig gemerkt dat corona bij nertsen een probleem was.

Bij melkgeiten en melkschapen komt Q-koorts, veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii, al jaren niet meer voor. Dat lukt met een flink aantal maatregelen. Via tankmelkonderzoek wordt voortdurend gemonitord of een bedrijf vrij is van de bacterie. Daarnaast geldt er een meldplicht als er sprake is van abortus. Het bedrijf wordt dan gecontroleerd.


Hygiëneprotocol

Tijdens de aflammerperiode geldt een bezoekverbod voor geiten- en schapenbedrijven. Het verwijderen van de nageboortes verloopt via een speciaal hygiëneprotocol. Mest moet dertig dagen afgedekt worden opgeslagen voordat deze het bedrijf mag verlaten. Verder is er een verplicht vaccinatieprotocol. Ieder jaar worden alle dieren gevaccineerd op bedrijven met meer dan vijftig geiten of schapen en ook op locaties met minder dieren waar bezoekers komen, zoals een kinderboerderij.

Van de Ven: 'Nederland is het enige land waar we jaarlijks vaccineren. Het zou goed zijn om te onderzoeken of er een bovengrens moet zijn aan het aantal vaccinaties van een dier. Geiten reageren bij een vijfde of zesde vaccinatie steeds heftiger. De vraag is of het wat betreft bescherming nog wat toevoegt.'



Jacco Wisserhof, pluimveehouder en voorzitter van de Kring Leghennenhouders van LTO/NOP
Jacco Wisserhof, pluimveehouder en voorzitter van de Kring Leghennenhouders van LTO/NOP © LTO/NOP

'Vaccineren is enige oplossing tegen vogelgriep'


Het vaccineren van pluimvee is de enige oplossing om vogelgriep aan te pakken. Dat voorkomt dat pluimvee ziek wordt en voorkomt mogelijke verspreiding naar de mens. Al lijkt dat risico klein, zegt pluimveehouder en voorzitter van de Kring Leghennenhouders van LTO/NOP Jacco Wisserhof.

De vogelgriep slaat dit jaar voor de tweede keer toe in Nederland en veel andere Europese landen, maar ook in Azië en Noord-Amerika. Het virus is wijdverbreid in de wildevogelpopulatie en daarmee lopen pluimveebedrijven voortdurend een risico.

'Gelukkig hebben we het hier behoorlijk goed onder controle, ook al is ieder getroffen bedrijf er één te veel', stelt Wisserhof. 'In bijvoorbeeld Frankrijk is dat heel anders met ruim 1.200 besmette bedrijven.'

Of het risico van vogelgriep groot is voor de mens, is volgens de pluimveehouder de vraag. 'Het ligt er maar aan aan wie je dat vraagt. In Engeland is er één persoon aan overleden, nadat die drie weken lang zieke eenden in zijn huis had verzorgd.'


Direct melden

Pluimveehouders letten scherp op verschijnselen bij hun dieren en melden het direct als er mogelijk vogelgriep zou zijn. Wisserhof: 'De vogelgriep krijgt bij ons geen kans om zich te verspreiden en zo de mens te besmetten.'

Omdat het vogelgriepvirus zo wijdverbreid is onder wilde vogels en er overal wel water is dat vogels aantrekt, is niet te voorkomen dat pluimvee soms besmet raakt. Wisserhof: 'Vaccineren van pluimvee is op termijn de enige optie om zieke dieren en verspreiding van vogelgriep te voorkomen zonder ruimen.'

Bekijk meer over:

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Dinsdag
    9° / 4°
    20 %
  • Woensdag
    8° / 5°
    20 %
  • Donderdag
    6° / 3°
    10 %
Meer weer