Boer haakt af bij provinciale stoppersregeling

Provincies hebben nog geen enkele piekbelaster opgekocht via de Regeling provinciale aankoop veehouderijen (Rpav) nabij natuurgebieden. Een kleine zeventig veehouders zijn met de provincies in gesprek over mogelijke opkoop van hun bedrijven. Dat blijkt uit een inventarisatie van Nieuwe Oogst.

Boer+haakt+af+bij+provinciale+stoppersregeling
© Twan Wiermans

De animo onder veehouders voor de eerste opkoopronde blijkt veel geringer te zijn dan verwacht. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) mikte eind vorig jaar op zo'n 130 tot 180 boerenbedrijven die vrijwillig zouden worden uitgekocht om de stikstofdepositie in overbelaste Natura 2000-gebieden terug te dringen. Maar voorlopig blijft dit aantal steken op enkele tientallen boeren die in gesprek zijn met de provincie.

In de provincies Noord- en Zuid-Holland heeft zich geen enkele boer gemeld voor de regeling. In Flevoland voldoet niemand aan de voorwaarden. Gelderland heeft als enige provincie de regeling niet opengesteld, omdat zij meer ziet in de regeling voor opkoop van kalverhouderijen die ze vorig jaar opstelde.

Zuid-Holland heeft de negen veehouders die voldoen aan de voorwaarden voor de regeling gericht benaderd voor een verkennend gesprek, maar niemand toonde belangstelling. 'We achten de kans klein dat er zich nog boeren aanmelden', laat een woordvoerder van de provincie weten.

Eerste tranche provinciale regeling is gewoon te mager

Steven van Westreenen, directeur Van Westreenen Adviesgroep


Provincie Noord-Holland stuurde vorige week een brandbrief naar LNV waarin staat dat ze tot nu toe weinig baat heeft gehad bij de uitkoopregeling. In Limburg, Noord-Brabant en Overijssel is de meeste belangstelling voor de regeling.

Limburg is met 22 ondernemers in gesprek. Noord-Brabant heeft overleg met achttien boeren: tien rundveehouders, vijf varkenshouders en zes pluimveebedrijven. De meeste piekbelasters (zes) zitten bij Natura 2000-gebieden de Peelvenen en Kampina (vier). Overijssel hoopt met dertien boeren tot overeenstemming te komen.

Een verklaring voor de geringe animo is volgens het Interprovinciaal Overleg (IPO) dat het kader van de regeling te weinig bewegingsruimte biedt voor de provincies. Bovendien is de poule aan bedrijven die in aanmerking kunnen komen voor de opkoop klein.


Drempelwaarde

Voorwaarde voor aankoop van veehouderijbedrijven via de Rpav is een drempelwaarde van 2 mol stikstof per hectare per jaar, voor gemiddeld alle Natura 2000-gebieden in een straal van 10 kilometer. De fiscale gevolgen van de aankoop, de stoppersverklaring en het herbestemmingsvraagstuk worden ook genoemd als verbeterpunten, laat een woordvoerder van het IPO weten.

Volgens directeur Steven van Westreenen van Van Westreenen Adviesgroep is het aanbod voor de huidige eerste tranche gewoon te mager. Taxatie gebeurt op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde van het bedrijf, de component goodwill wordt helemaal niet meegenomen. De agrarisch ondernemers die deelnemen zien dus geen vergoeding terug voor het feit dat ze nooit meer mogen boeren.


Van Westreenen krijgt nu vooral oudere boeren aan de telefoon voor advies. Het zijn bedrijven die dicht bij Natura 2000-gebieden zitten, mensen zonder bedrijfsopvolger of gepensioneerde boeren die nog wel vee hebben of stikstofrechten bezitten. 'Veel jongere ondernemers vinden de opkoopprijs te laag.'

De bedrijfsadviseur heeft enkele tientallen adviestrajecten lopen rond de provinciale opkoopregelingen. Hij raadt belangstellenden aan goed te kijken naar mogelijke alternatieven. Dat kan extern salderen zijn met een agrarisch bedrijf in een landbouwontwikkelingsgebied of deelname aan een sloop- en terugbouwregeling via het principe 'rood voor rood'.

Van Westreenen merkt dat gemeenten happig zijn op veehouderijbedrijven die hun stikstofrechten aanbieden in ruil voor een bouwkavel. 'Met die rechten kunnen ze dan weer leuke dingen doen.' Als 'rood voor rood' in een gemeente of regio mogelijk is, biedt dat afgezet tegen de huidige provinciale opkoopregeling vaak meer perspectief, stelt de adviseur.


Slim handelen

'Via het regionale verkoopkanaal kan de veehouder er meer uithalen door slim te handelen. Je krijgt niet alleen een vergoeding per vierkante meter stalruimte die je sloopt, maar ook de mogelijkheid om woningen neer te zetten. En het speelt via het aspect projectontwikkeling in op het ondernemersgevoel', legt Van Westreenen uit.

Van Westreenen spreekt in dit verband van onderhandelingsplanologie. Hij merkt dat gemeenten soms ruimhartig omgaan met de aantallen terug te bouwen woningen. Vaak valt ook nog te praten over het behouden van een loods of een paardenweide bij de bedrijfswoning.


Klantvriendelijker

Volgens stikstofminister Christianne van der Wal (VVD) is de opkoopregeling een proces van 'leren door te doen'. Ze verwacht dat er voor de tweede tranche meer belangstelling komt. Door aanpassingen zal dit een klantvriendelijker product worden, geeft ze aan.

Er is een budget van 228 miljoen euro beschikbaar voor de eerste tranche. Begin mei moeten de koopovereenkomsten zijn gesloten.


Geen interesse bij pluimveehouder voor stoppersregeling

Uit het onderzoek 'Aantrekkelijkheid van deelname door veehouders aan een beoogde Lbv', eind vorig jaar uitgevoerd door Wageningen University & Research (WUR), blijkt dat vooral varkens- en melkveehouders misschien geïnteresseerd zullen zijn in de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv). De studie was een eerste verkenning voor het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). LNV werkt nog aan de voorwaarden voor de regeling. Een reden voor varkenshouders om mee te doen is het gebrek aan toekomstperspectief door rentabiliteitsproblemen, moeite met investeren en vereiste regelgeving en gebrek aan een opvolger. Bij melkveehouders is het gebrek aan een opvolger een belangrijke reden om te stoppen. Onder pluimveehouders is naar verwachting weinig animo, omdat de inkomens en het marktperspectief goed zijn. Ook zullen particuliere kopers volgens WUR concurreren met de regeling.


De mate van depositie maakt uit of veehouders mee kunnen doen aan een opkoopregeling
De mate van depositie maakt uit of veehouders mee kunnen doen aan een opkoopregeling © Tienke Wouda

Twee opkoopregelingen voor stoppers


Voor veehouders die met hun bedrijf willen stoppen zijn er twee opkoopregelingen. Welke het meest gunstig is hangt af van de specifieke bedrijfssituatie.

De eerste is de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv). Die is bestemd voor melkvee-, varkens- en pluimveehouders met dier- of fosfaatrechten. De regeling is vergelijkbaar met de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv). Veehouders kunnen een vergoeding krijgen om een of meerdere bedrijfslocaties te sluiten. De locatie komt in aanmerking vanaf een bepaald stikstofdepositieniveau. De precieze voorwaarden worden nog ingevuld.

Bij de Lbv koopt de overheid de rechten van het bedrijf op tegen de marktwaarde en geeft een vergoeding voor de stallen. Slopen is verplicht en moet op eigen kosten. Er komt geen taxateur, de bepaling van de waarde van de stallen wordt gebaseerd op leeftijd en vierkante meters van de stallen. Daar rolt dan een bedrag uit.

Veehouders die gebruikmaken van de regeling en iets anders met hun locatie willen, moeten met de gemeente overleggen om te bekijken wat er qua herbestemming mogelijk is. Niet alle gemeenten hebben daarvoor een duidelijk beleid.


Piekbelastersregeling

Daarnaast is er de Maatregel Gerichte Opkoop (MGO) ofwel de piekbelastersregeling. Budgetten en regelingen rondom piekbelasters verschillen per provincie die de regeling uitvoert. Er is al een eerste tranche (Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden) geweest.

Voor de tweede tranche kunnen veehouders zich in het tweede kwartaal van 2022 melden. Net als bij de landelijke regeling zijn de exacte voorwaarden nog niet bekend.

De MGO is voor bedrijven met en zonder productierechten. Er wordt een marktconforme vergoeding betaald voor de rechten en waarde van de stallen plus een volledige sloopvergoeding. Grond kan worden opgekocht tegen marktwaarde. De provincie kan ook het recht van eerste koop tegen marktwaarde claimen. Dan komt een taxateur de stallen en grond op waarde taxeren.



Trienke Elshof, bestuurder LTO Nederland
Trienke Elshof, bestuurder LTO Nederland © DIRK HOL

Trienke Elshof: 'Aankoopregeling is schot hagel'


Een schot hagel. Zo noemt LTO Nederland-bestuurder Trienke Elshof de Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden. 'Opkopen moet veel meer in samenspraak met een gebied gebeuren, in de gebiedsgerichte aanpak. Dan kun je strategisch zijn. Dan komt er lucht in het gebied. Dat gaat met deze regeling niet werken.'


Waarom werkt de regeling niet?

'Hier en daar wordt straks een bedrijf uitgekocht. Dat heeft geen effect. De criteria van de regeling zijn te rigide. Het verbaast me dat de regeling niet een onderdeel van de gebiedsgerichte aanpak is. De overheid zou zorgen voor een ruimhartig beleid. In de praktijk blijkt dat niet zo zijn. Er zijn veel meer veehouders die belangstelling hebben, maar niet voldoen aan de eisen.'


Hoeveel animo is er?

'Wat ik in de wandelgangen hoor, is dat per provincie zich zo'n twintig tot dertig boeren voor de regeling hebben ingetekend. Velen kunnen uiteindelijk niet aan de voorwaarden voldoen. Maar ook in het onderhandelingstraject gaat het vaak mis, het gaat meestal om 'peanuts'. Dan snap ik boeren die zeggen: ik verkoop mijn grond aan de buurman.'


'Waar loopt het tijdens het onderhandelen op vast?

'Men wordt het bijvoorbeeld niet eens over de waarde van uitkoop. Als er een mogelijkheid is tot woningbouw, wordt dat van het uitkoopbedrag afgetrokken. Soms worden partijen het over details niet eens, dat past niet bij een ruimhartige opkoopregeling.'


Wat moet met de grond gebeuren van het gestopte bedrijf?

'Als natuurdoelen moeten worden gediend, bijvoorbeeld in een overgangsgebied, kan worden gewerkt met een beheerpakket en kunnen gronden worden afgewaardeerd. Dat kan in de vorm van landschapsgrond. Zaak is dat de grond in gebruik blijft bij de boer. De grond is nodig om de doelen voor natuurinclusieve landbouw te halen.

'Binnenkort heb ik met CDA-Tweede Kamerlid Derk Boswijk een gesprek over een nadere invulling van landschapsgrond.'


Zijn de provincies er klaar voor om hun stikstofgerelateerde taken verder op te pakken?

'Nee. Het hele stikstofgebeuren gaat de provincies juridisch boven de pet. Provincies zijn erg zoekende. Ze moeten zich nog verder ontwikkelen in dit thema. Het verschilt per provincie, maar bij veel ontbreekt het totale overzicht.'


Hoe kan dat veranderen?

'Het is goed dat met het Nationaal Programma Landelijk Gebied een organisatie wordt opgetuigd om de gebiedsgerichte aanpak beter te stroomlijnen. Daarmee kan een soort ruilverkavelingsinstrument worden opgezet. Uiteindelijk moeten wij erkennen dat zulke processen veel tijd gaan kosten. Dat was met de ruilverkaveling ook het geval.'

Bekijk meer over:

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zondag
    7° / 4°
    70 %
  • Maandag
    9° / 7°
    70 %
  • Dinsdag
    8° / 6°
    20 %
Meer weer