Schouten maakt aangepaste Nitraatrichtlijn definitief

Landbouwminister Carola Schouten en minister Barbara Visser van Infrastructuur en Waterstaat hebben het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn (7e AP) aangepast. Daarbij is onder meer afgesproken de maatwerkaanpak die door de sector zelf is voorgesteld verder uit te werken.

Schouten+maakt+aangepaste+Nitraatrichtlijn+definitief
© Twan Wiermans

Het concept van het 7e AP - bedoeld om de waterkwaliteit te verbeteren - oogstte kritiek omdat de gevolgen voor de agrarische sector groot zijn. Minister Schouten gaf vervolgens aan open te staan voor aanpassingen, mits deze evenredig bijdragen aan het halen van de waterkwaliteitsdoelen. Ook moeten deze alternatieven uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. De consultatie, sectorgesprekken, Tweede Kamermoties en analyses van diverse kennis- en adviesinstellingen hebben geleid tot enkele belangrijke aanpassingen.


Sectorpartijen LTO Nederland, NAJK, NAV, POV, BO Akkerbouw, NZO, Rabobank en Cumela hebben gezamenlijk het initiatief genomen tot een zogeheten ‘maatwerkaanpak’. Daarbij werkt de ondernemer met een op zijn of haar bedrijf aangepast plan aan het bereiken van de waterkwaliteitsdoelen. Afgesproken is om deze maatwerk aanpak gezamenlijk met het Rijk verder uit te werken.

Rustgewassen

Één van de aanpassingen gaat over de verplichte rotatie met rustgewassen zodat er minder meststoffen uitspoelen naar het grondwater. Om ervoor te zorgen dat de maatregelen genomen worden daar waar ze het meest effect hebben, gaan deze alleen gelden op zand- en lössgronden. Omdat de impact op klei- en veengronden gering is, worden deze gronden hiervan uitgezonderd, evenals de biologische akkerbouw en langjarige teelten, zoals de bomenteelt, aspergeteelt en sommige sierteelten.

Een ander onderdeel van het 7e AP is de verplichting om uiterlijk 1 oktober een vanggewas in te zaaien. Ook deze verplichting gaat alleen gelden op zand- en lössgronden. Wintergewassen worden uitgezonderd van deze regel, mogelijk kunnen de volgende teelten in die categorie gaan vallen: wintergroenten, bloembollen die in najaar worden gepoot, suikerbieten en zetmeelaardappelen. Hierover volgt nog een advies van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM).


Forse impact

Er is 118,7 miljoen euro vrijgemaakt voor toekomstig mestbeleid. Dit geld wordt de komende 4 jaar ingezet voor onder meer onderzoeksprojecten, ondersteuning van gebiedsprocessen, monitoring, toezicht en handhaving. Nederland is verplicht om elke vier jaar een actieprogramma Nitraatrichtlijn in te dienen bij de Europese Commissie, waarin we aangeven hoe we ons mestbeleid versterken zodat de waterkwaliteit verbetert. Dit is essentieel voor het milieu, de gezondheid van mens en dier en draagt bij aan onze biodiversiteitsdoelen.

Ondanks de aanpassingen blijft het 7e AP volgens de ministers een stevig maatregelenpakket met forse impact op de land- en tuinbouw. De opgave om de waterkwaliteit te verbeteren is echter groot en ook het huidige pakket blijkt volgens de berekeningen van de milieueffecten nog onvoldoende om de doelen voor oppervlaktewaterkwaliteit van de Europese Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water te halen. Een nieuw kabinet moet daar – in samenhang met het stikstof- en klimaatdossier – verdere keuzes in maken.

Het definitieve 7e AP wordt nu naar de Tweede Kamer gezonden.


Aanpassingen op een rij

Minister Schouten heeft verschillende aanpassingen doorgevoerd:

• Het instellen van een commissie die adviseert over het inzaaien van een vanggewas na mais vóór 1 oktober en een uitzondering op de ‘1 oktober maatregel’ voor winterteelten;
• Voor niet-mais gewassen en niet-winterteelten wordt de inzaai van een vanggewas per 2023 verplicht op 100 procent voor alle zand- en lössgrond. Kan hier niet aan voldaan worden dan geldt een gedifferentieerde korting op de gebruiksnorm van het jaar erop;
• De stikstofgebruiksnorm voor groenbemesters voor niet-vlinderbloemige groenbemesters die voor 1 september gezaaid zijn en geteeld worden na graan- en graszaad en koolzaad wordt niet geschrapt;
• De rotatie van rustgewassen geldt alleen voor zand- en lössgronden, met uitzondering van biologische en langjarige teelten;

• Het nog in te vullen aandeel (permanent) grasland voor graasdierbedrijven en de koppeling ervan aan het spoor grondgebondenheid van het toekomstig mestbeleid wordt met de sector uitgewerkt;
• Bij het aanwijzen van bufferstroken zal nadrukkelijk ook de huidige oppervlaktewaterkwaliteit als criterium worden meegenomen;
• Bij grasland kan een teeltvrije zone van 1 meter in plaats van 2 meter worden gehanteerd indien deze zone uit kruidenrijk grasland bestaat (behalve bij KRW-waterlichamen en ecologisch kwetsbare waterlopen), uiteraard mits de waterkwaliteit voldoet, en verder wordt op de teeltvrije zone beweiding toegestaan;

• De wet Verantwoorde en grondgebonden groei melkveehouderij zal ingetrokken worden en de definiëring van grondgebondenheid in de fosfaatbankregeling zal zodanig ingevuld worden dat teeltvrije zones de voor de fosfaatbank vereiste grondgebondenheid niet beïnvloeden;
• De invoering van de gecombineerde fosfaatindicator zal onverkort doorgaan;
• Als compenserende maatregelen voor de tegemoetkomingen wordt de uitrijperiode verkort (uitrijden bouwland per 15 maart) en ingeperkt in het najaar (na 1 augustus voor bouwland beperkt tot maximaal 60 kg N/ha uit dunne fractie dierlijke mest en drijfmest) en wordt de inzaai van een vanggewas per 2023 verplicht op 100 procent voor alle zand- en lössgrond. De in het ontwerp 7e AP voorgenomen verruiming van de uitrijperiode voor vaste mest op zand- en lössgrond met twee weken (van 1 september naar 15 september) wordt niet door gevoerd.


Bekijk meer over:

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zaterdag
    32° / 17°
    0 %
  • Zondag
    32° / 18°
    10 %
  • Maandag
    28° / 20°
    55 %
Meer weer