GLB%2Dpilot+Limburg%3A+grote+behoefte+aan+meer+kennis
Achtergrond
© Bert Hartman

GLB-pilot Limburg: grote behoefte aan meer kennis

Arvalis en Natuurrijk Limburg voeren sinds 2019 een GLB-pilot uit die volgend jaar wordt afgerond. Ruim zeventig bedrijven die maatregelen uitvoeren rondom natuurinclusieve landbouw doen eraan mee. Naar aanleiding van evaluatiegesprekken wordt duidelijk of de maatregelen toepasbaar zijn voor het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).

'Natuurinclusief is een breed begrip', vertelt Eva van Dijk, die als stagiaire bij Arvalis heeft meegewerkt aan het uitvoeren van de pilot. 'Bij Arvalis wordt het omschreven als 'een rendabel landbouwsysteem waarin natuurlijke hulpbronnen duurzaam worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering, waardoor ecologische functies en biodiversiteit in stand worden gehouden'.'

Om naar zo'n systeem toe te werken, kunnen volgens Van Dijk verschillende maatregelen worden genomen. 'De keuze is afhankelijk van onder andere de bedrijfssector en doelen van de ondernemer.'


Vlinderbloemigen

Een voorbeeld van een maatregel voor de melkveehouderij is het inzaaien van een mengsel van grassen en kruiden op het grasland. Denk bijvoorbeeld aan vlinderbloemigen. 'Dit heeft een positief effect op de biodiversiteit. En de aanwezigheid van vlinderbloemigen in het perceel zorgt ervoor dat minder mest hoeft te worden gebruikt', legt Van Dijk uit.

Kennis is essentieel bij natuurinclusieve landbouw

Eva van Dijk, Arvalis-stagiair en meegewerkt aan uitvoering GLB-pilot

'Vlinderbloemigen kunnen stikstof uit de lucht binden in de wortels. Hierdoor hebben andere planten eromheen minder bemesting nodig', vervolgt Van Dijk. 'Daarnaast hebben kruiden een positief effect op de gezondheid van de koe door het hoge gehalte van vitaminen en mineralen. Bovendien draagt de diepe beworteling van kruiden bij aan een constantere opbrengst in droge perioden.'

In de akkerbouw, vollegrondsgroenteteelt en ook melkveehouderij kan worden gekozen voor het inzaaien van bloeiende akkerranden. Van Dijk: 'De randen kunnen worden ingezaaid op overhoeken of bufferstroken waar de gewasopbrengst niet optimaal is. Akkerranden met kruidachtige en bij voorkeur inheemse planten dragen bij aan de aantrekkelijkheid van het landschap.'


Waardering van omgeving

De akkerranden van de deelnemers werden zeer gewaardeerd door de omgeving, stelt Van Dijk. 'Vooral als er een grote diversiteit aan bloemen was. Ook dragen de bloemrijke akkerranden bij aan een hogere insectendiversiteit en meer natuurlijke vijanden in het gewas. Zo worden plaaginsecten in toom gehouden. In de praktijk kan dit leiden tot het gebruik van minder insecticiden.'


Tekst gaat verder onder de video van Natuurrijk Limburg.

In de praktijk merkt Van Dijk dat het uitvoeren van de maatregelen ook nadelen met zich meebrengt. Bij bijvoorbeeld bloemrijke akkerranden is het grootste nadeel dat een deel van het perceel wordt 'opgeofferd' en dat daar dus geen opbrengst af komt. Ook de kosten van het zaad, de inzaai en de bewerking is hoog. 'Het kleine bedrag dat wordt bespaard door eventueel minder te hoeven spuiten, heft deze kosten niet op. In het ergste geval kan het zo zijn dat het positieve effect van natuurlijke plaagbestrijding helemaal niet wordt behaald', aldus Van Dijk.

Het kan voorkomen dat er juist meer plaaginsecten worden aangetrokken door de aanwezigheid van kruiden. 'En dan heb je helemaal geen financieel voordeel. Dit is een probleem', geeft Van Dijk aan.


Verdienmodel

'Er is nog geen verdienmodel om natuurinclusieve landbouw mogelijk te maken', laat Van Dijk weten. 'In de praktijk blijkt dat agrarisch ondernemers wel maatregelen willen nemen, maar alleen als er iets aan kan worden verdiend. Zolang er geen verdienmodel is, kunnen ze niet anders dan zich vasthouden aan een zo groot mogelijke opbrengst. Dit probleem wordt door veel boeren aangekaart.'

De oplossing is volgens Van Dijk om agrarisch ondernemers te vergoeden voor het eventuele verlies dat komt kijken bij het uitvoeren van de maatregelen. 'Het is daarnaast belangrijk dat de boer zelf de meerwaarde ziet van het uitvoeren van de maatregelen. Kennis is dus ook essentieel om natuurinclusieve landbouw mogelijk te maken', stelt ze.


Praktijkervaring nodig

Van Dijk geeft verder aan dat praktijkervaring nodig is om de kennis in het veld te testen. 'Boeren vragen om fysieke bijeenkomsten om elkaar te laten zien wat wel en niet werkt. En ze willen hulp bij het uitvoeren van de maatregelen. Zo wordt het makkelijker om die eerste stap te zetten.'

Daarom is het volgens Van Dijk belangrijk dat de kennis en resultaten van natuurinclusieve maatregelen worden verspreid. 'Zo zullen zoveel mogelijk boeren het nut ervan inzien om ook maatregelen uit te voeren en met de natuur te werken.'


Zelf uitvoeren

Via de pilot kunnen de deelnemende agrarisch ondernemers kennismaken met natuurinclusieve landbouw. Ze krijgen uitleg over de maatregelen en kunnen deze vervolgens zelf uitvoeren.

Van Dijk: 'Zowel de positieve als de negatieve ervaringen worden verzameld in bedrijfsplannen. Daarna wordt een afweging gemaakt of de maatregelen praktisch en economisch toepasbaar zijn voor het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, dat in 2023 ingaat.'


GLB-pilot 'Groen productief en levend Limburg'

De pilot genaamd 'Groen productief en levend Limburg' van Arvalis en Natuurrijk Limburg is een van de zeven GLB-pilots in Nederland. De andere zes zijn op verschillende plekken door het land uitgevoerd, door verschillende organisaties. De resultaten van de pilots zijn input voor het Nationaal Strategisch Plan waarin de Nederlandse invulling van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) wordt beschreven. 'Het is belangrijk dat de maatregelen specifiek op Limburgse grond worden getest, voordat de regels worden opgesteld. Het landschap in Limburg is heel anders dan de rest van Nederland', vertelt Van Dijk. Naast het inzaaien van kruidenrijk grasland of een bloeiende akkerrand, zijn er andere maatregelen die tijdens deze pilotperiode worden getest. Een ander voorbeeld van een maatregel in de akkerbouw is het zorgen voor een ruime vruchtwisseling in het bouwplan. Van Dijk: 'Hierbij is het belangrijk dat er rustgewassen worden geteeld, zoals granen, grassen en vlinderbloemigen. Het verbouwen van rustgewassen verbetert de bodemstructuur en het organischestofgehalte. Dit zorgt voor een hogere opbrengst van het volgende gewas. Ook het gebruik van groenbemesters, compost en dierlijke mest verhoogt het organischestofgehalte.' In de melkveehouderij kan naast het inzaaien van kruidenrijk grasland worden gekozen voor gefaseerd maaibeheer. 'Hierbij wordt het perceel niet in één keer gemaaid, maar sommige stroken later dan andere. Daardoor kunnen de aanwezige kruiden tot bloei komen en trekken ze meer insecten aan. In de fruitteelt kan worden gekozen voor mechanische onkruidbestrijding, zodat niet meer hoeft te worden gespoten', aldus Van Dijk.

Weer

  • Woensdag
    22° / 15°
    75 %
  • Donderdag
    21° / 14°
    20 %
  • Vrijdag
    20° / 13°
    60 %
Meer weer