Bouwplannen+zweven+boven+agrarisch+gebied
Achtergrond
© Dirk Hol

Bouwplannen zweven boven agrarisch gebied

Veel woningen staan in groene gebieden gepland, blijkt uit een overzicht van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Ruimtelijk strateeg Sjors de Vries waarschuwt dat het groene gebied niet te makkelijk moet worden opgeofferd voor woningbouw. 'Je ontwikkelt zo'n gebied tot in de lengte van dagen voor woningen. Daarmee ontneem je de mogelijkheid deze grond van waarde te laten zijn voor andere economische systemen en maatschappelijke opgaven zoals landbouw, duurzame energie, natuur en recreatie.'

De komende negen jaar kunnen in Nederland bijna 1 miljoen woningen worden gebouwd. Er is plek gevonden voor 961.000 nieuwe huizen. Het gaat om bouwprojecten die deels binnen de stads- en dorpsgrenzen worden aangelegd. Maar ook in het groene gebied staan woningbouwplannen ingetekend, bijvoorbeeld boven Zwolle, tussen Amersfoort en Nijkerk en bij Apeldoorn.

De woningbouwplannen zijn per gemeente opgetekend in de woningbouwkaart van Nederland die demissionair minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) heeft gepresenteerd. Een derde van deze plannen, voor 335.000 huizen, is 'hard'. Dat betekent dat ze zijn goedgekeurd door gemeenteraden.

We hebben er niets aan als we het land volplempen met distributiedozen

Sjors de Vries, ruimtelijk strateeg

De rest van de woningbouwplannen is ontwikkeling. Daarvoor moet grond worden gevonden en in bestemmingsplannen worden vastgelegd. Verder is grond nodig om de stikstofopgave op te lossen en bedrijven te kunnen verplaatsen om ruimte te maken voor woningbouw. Hoeveel ruimte dit vraagt, is nog niet duidelijk.

Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) pleitte onlangs voor bouwen in het groen. Dit instituut had becijferd dat 1,4 procent van de weilanden voldoende ruimte biedt voor 300.000 woningen. Daarbij kunnen deze woningen volgens het EIB sneller en goedkoper worden gebouwd dan in de stad.

Buitenstedelijk bouwen niet altijd goedkoper

Sjors de Vries, ruimtelijk strateeg en directeur van stedenbouwkundig bureau Ruimtevolk, bestrijdt dit. Hij vindt juist dat we terughoudend moeten zijn met woningbouw op boerengrond. 'We moeten de komende jaren de druk op het stedelijk gebied houden om het koppelen van opgaven en innovatie af te dwingen. Het is bovendien te makkelijk om te denken dat buitenstedelijk bouwen goedkoper is. De grond is in beginsel goedkoper. Maar in nieuwe wijken moet je infrastructuur aanleggen en de grond bouwrijp maken.'

Daarnaast zijn er volgens De Vries kosten die zelden worden meegewogen bij deze afwegingen. 'Je ontwikkelt zo'n gebied tot in de lengte van dagen voor woningen. Daarmee ontneem je de mogelijkheid om deze grond van waarde te laten zijn voor bijvoorbeeld landbouw, duurzame energie, natuur en recreatie. Straks is alles wonen en dan hebben we niet meer de grond om al die andere en nieuwe verdienmodellen laten te renderen', legt de stedenbouwkundige uit.

Extra milieubelasting

Bovendien brengt het extra mobiliteit, milieubelasting en voorzieningen met zich mee, vervolgt De Vries. 'Dat vergeten we in berekeningen. Zeker op lange termijn is buitenstedelijke uitbreiding duurder. En dan hebben we het nog niet over de milieubelasting. Want verder weg wonen van voorzieningen betekent ook meer gemotoriseerde mobiliteit. De milieubelasting is vaak hoger dan bij binnenstedelijk bouwen.'

De Vries pleit voor een goede balans tussen wonen en werken. 'We moeten niet denken dat we met wonen en dienstverlening, de 'cappuccino-economie', een duurzaam economisch model voor de steden van de 21ste eeuw creëren. Een belangrijke pijler onder de economie is de komende jaren ook productie, hergebruik en de maakindustrie.'

Het is volgens De Vries belangrijk om de productiecapaciteit in Nederland te houden, dus ook de landbouw. 'Ik kan me voorstellen dat je zware industrie niet in de stad wil hebben. Maar een lichtere maakindustrie, bijvoorbeeld een fietsfabriek, werkplaats of upcyclingindustrie, kan best in de stedelijke omgeving zitten', stelt de ruimtelijk strateeg.

Binnenstedelijke bouw gecompliceerd

De Vries is positief over binnenstedelijke bouw, zoals ook LTO dat het liefst ziet. 'In theorie is binnen de stedelijke contouren voldoende ruimte om te voorzien in de toekomstige woningbehoefte door in te breiden. Maar dat is theorie. In de praktijk heb je te maken met posities en belangen. Dat maakt het gecompliceerd.'

Toch ziet De Vries veel mogelijkheden om functies te combineren. 'Stel dat je nieuwbouw en transformatie vormgeeft met energieleverende concepten en collectieve energiewinning, dan kan de omgeving daar ook van profiteren. Dan snijdt het mes aan twee kanten en levert dit, naast nieuwe woningen, ook winst op op andere terreinen.'

LTO waakt voor het opofferen van landbouwgrond voor stedelijke bouw. 'Natuurlijk moeten er ook woningen worden gebouwd', stelt voorzitter Sjaak van der Tak. 'Maar overal maar boerengrond intekenen, is niet de oplossing.'

Woningvraag in stad het grootst

Van der Tak wijst erop dat de vraag naar woningen in steden het grootst is. Binnenstedelijk bouwen, onder meer met hoogbouw, is voor LTO dan ook de meest logische oplossing. Dit wordt in de plannen van de minister benoemd, maar het mag van de belangenbehartiger strakker worden nageleefd.

Van der Tak stelt anderzijds dat het agrarisch gebied juist toegevoegde waarde kan bieden aan het stedelijk gebied. 'Boeren en tuinders zijn uitstekend toegerust om, naast het produceren van voedsel, bijvoorbeeld ook gehoor te geven aan wensen van de samenleving rondom natuur, biodiversiteit en klimaat. Daar genieten mensen uit de stad ook van. Om dat vol te houden, is meer ruimte nodig voor boeren, niet minder.'

LTO pleit in haar Grondvisie daarom voor een onderzoek naar landaanwinning, maar ook voor grondcompensatie als agrarisch areaal verdwijnt.

Opgaven op gebiedsniveau tackelen

Hoe kom je dan wel tot goede ruimtelijke oplossingen? De Vries: 'Mijn filosofie is dat we de verschillende opgaven op gebiedsniveau moeten tackelen. Het zou enorm helpen als overheid, nutsbedrijven en maatschappelijke organisaties gebiedsgerichter gaan werken. Dan kun je opgaven, belangen en geldstromen verbinden en extra perspectieven creëren, ook voor de landbouw.'

Het gaat volgens De Vries dan ook om gebiedseigen strategieën en processen. 'We hebben er niets aan als we het land volplempen met distributiedozen, dertien in een dozijn gezinswijken en ruim baan geven aan schaalvergroting in de landbouwgebieden. Daar is uiteindelijk niemand bij gebaat en het parasiteert ons landschap. Ik geloof dat je met elkaar vanuit gebiedsperspectief tot veel toekomstbestendiger plannen en verdienmodellen komt.'

Nationale regie nodig

De Vries vindt dat een nationale regie op de ruimtelijke ordening nodig is. 'We hebben als samenleving ooit het concept van de overheid bedacht om het gemeenschappelijke belang te dienen. We hebben nu grote opgaven, waar we op gebiedsniveau niet uitkomen of die in de regio niet zijn te financieren. Meer dan de afgelopen decennia is een sturende overheid nodig die kaders stelt, om partijen binnen het speelveld perspectief te bieden.'

Dat betekent volgens De Vries dus ook dat een ministerie nodig is dat zich buigt over de totale ruimtelijke opgave. 'Niet alleen over wonen, maar ook over de energietransitie en klimaatadaptatie. En daarmee samenwerking binnen de stad en in het buitengebied beloont.'

Weer

  • Donderdag
    21° / 14°
    20 %
  • Vrijdag
    20° / 13°
    60 %
  • Zaterdag
    21° / 13°
    50 %
Meer weer