Noodzaak+landbouwakkoord+voor+milieu%2C+natuur+en+boereninkomen
Achtergrond
© Johan Wissink

Noodzaak landbouwakkoord voor milieu, natuur en boereninkomen

Het landbouwakkoord is noodzakelijk voor het langetermijnperspectief van boeren en tuinders, maar zal zich moeten binden aan strenge normen voor milieu en natuur. Met dat advies legt de SER de toekomst van de Nederlandse agrifoodsector op de formatietafel.

De Sociaal-Economische Raad (SER) verkende afgelopen maanden langs welke route en thema's een landbouwakkoord kansrijk is. De verkenning werd uitgevoerd op verzoek van demissionair minister Carola Schouten van LNV. Daarmee gaf de landbouwminister gehoor aan de wens van de Tweede Kamer.

De urgentie voor het sluiten van een landbouwakkoord is hoog, zegt Katrien Termeer, voorzitter van de verkenningscommissie, SER-kroonlid en WUR-hoogleraar Bestuurskunde. 'Niet alleen voor milieu en natuur, maar ook vanwege de zwakke inkomenspositie van boeren en tuinders.'


SER-kroonlid en hoogleraar Katrien Termeer (WUR).
SER-kroonlid en hoogleraar Katrien Termeer (WUR). © Dirk Hol

Met een breedgedragen akkoord kan de transitie naar een economisch, ecologisch en sociaal duurzame landbouw worden versneld. Het moet ook tegemoetkomen aan de al jaren klinkende kritiek van boeren en tuinders op het steeds weer veranderende landbouwbeleid. Volgens Termeer moet het akkoord ondernemers in de agrarische sector in staat stellen 'investeringen te doen die een generatie meegaan'.

Ruim binnen milieugrenzen

De nieuw te vormen regering moet de kaders en normen stellen waaraan de gemaakte afspraken moeten voldoen. De tijd dat daarbij de randen van de milieugrenzen werden opgezocht, is voorbij. Termeer: 'De normen die worden gesteld zullen juridisch toekomstbestendig moeten zijn, zodat procedures tegen vergunningen niet meer slagen. Dat geeft boeren de zekerheid langetermijninvesteringen te kunnen doen.'

De tijd van 'pappen en nathouden' in het landbouwdossier is wel voorbij, stelt Termeer. 'Het akkoordproces mag niet worden gezien als een vluchtheuvel om de landbouwtransitie verder te vertragen.'

Akkoord vraagt om vertrouwen en is geen tovermiddel

Besturen met akkoorden is wenselijk en noodzakelijk, maar vraagt om onderbouwing en transparantie, schrijven de SER-verkenners. Een akkoord is geen 'duizenddingendoekje' en het is ook geen 'tovermiddel' voor de grote problemen die moeten worden opgelost. De Raad voor het Openbaar Bestuur stelt dat maatschappelijke akkoorden, gelet op de maatschappelijke complexiteit, een welkom en zelfs noodzakelijk sturingsarrangement zijn. Maar het mag geen excuus zijn voor een gebrek aan eigen visie bij de overheid. Een goed akkoord komt op een zorgvuldige en transparante wijze tot stand en voegt publieke waarde toe. Een slecht akkoord levert slechts frustratie en vertraging op, aldus de raad.

Het boereninkomen, ketensamenwerking, de exportpositie en de gebiedsprocessen. Ze liggen straks allemaal op de praattafels van het landbouwakkoord. Volgens Termeer zal er na het politieke besluit over de kaders van het Landbouwakkoord een halfjaar tot een jaar nodig zijn om het proces af te ronden. 'Belangrijk is dat gesprekken niet te vrijblijvend zijn. Deadlines zijn daarom belangrijk. De urgentie is hoog. Niet alleen voor het milieu en de natuur, maar ook voor het inkomen van boeren en tuinders.'


© Tony Tati

In de zeven transitiepaden (zie kader onder) die de SER-verkenning schetst wordt rekening gehouden met de sterke exportpositie van de agrosector. Voor iedere pad bestaat al een afzetmarkt wel moet het akkoord leiden tot versterking van het agrarische verdienmodel daarin. 'De bloemen- en bollensector valt binnen het hoogtechnologische pad en die levert aan de wereldmarkt. Van de melkveehouderij kun je zeggen dat die beter past in het duurzame of biologische pad. En die markt ligt meer in Noordwest-Europa. De discussie over regionale en internationale afzetmarkten kun je met het akkoord ook verder brengen', zegt Termeer daarover.

Schaalvergroting bewuste keuze

Binnen de transitiepaden is er ruimte voor schaalvergroting, maar Termeer plaatst daar wel een kritische kanttekening bij. 'Schaalgrootte zegt niets over of een bedrijf wel of niet binnen de normen opereert. Het moet wel een bewuste keuze zijn van de ondernemer. Schaalvergroting is nu vaak de enige manier waarop zij hun broek kunnen ophouden en daar moet een einde aan komen. Vandaar de zeven perspectieven die we schetsen.'

Met de voorgestelde aanpak wil de SER boeren en tuinders een keuze bieden. Die zal niet altijd vrij zijn, want het gekozen bedrijfsmodel moet ook passen in het gebied rond de boerderij. Bovendien zal het huidige bedrijfsmodel mede bepalend zijn voor welke duurzame route een ondernemer zal kiezen.

Provincies krijgen in de transitie een sleutelrol als gebiedsregisseur. Zij kunnen de doelen en waarden in gebieden met elkaar verbinden en zorgen voor balans tussen voedsel- en grondstoffenproductie, natuur en milieu en landschap en leefbaarheid, adviseert het SER-rapport.

Gebiedsproces rond bedrijf

'Die overheden zitten ook aan tafel. Welke keuze een boer kan maken, zal afhankelijk zijn van de gebiedsprocessen die rond zijn bedrijf gaande zijn. Onze verwachting is dat die gebiedsprocessen makkelijker zullen verlopen als er voor boeren een duidelijk perspectief ligt.', aldus Termeer.

De verkenningscommissie van de SER voerde bijna vijftig gesprekken met ruim dertig betrokken partijen, waaronder boerenorganisaties als LTO, NAJK, Agractie, Farmers Defence Force en ketenpartijen als het CBL, Vion, Agrifirm en NZO. En ngo's als MOB, Natuur & Milieu en de Transitiecoalitie Voedsel.

Uit die gesprekken blijkt volgens de verkenners dat veel gesprekspartners een landbouwakkoord als goede mogelijkheid zien om de gepolariseerde verhoudingen tussen boer, overheid, keten en samenleving om te buigen naar een positief verhaal gericht op toekomstperspectieven voor agrarisch ondernemers. De urgentie dat verandering noodzakelijk is, wordt door vrijwel alle partijen onderschreven.

Wie het akkoordproces gaat leiden is nog niet bekend. Termeer, die de verkenningscommissie voorzat, zegt dat transparantie en vertrouwen in dat proces van groot belang zijn. 'Want we moeten ophouden met de achterhoedegevechten en met elkaar wantrouwen en diskwalificeren. Want dat leidt ook tot wantrouwen vanuit de samenleving. En boeren hechten erg aan die waardering. Veel boeren staat het water aan de lippen en er is veel onzekerheid. Ook dat moet in het geheel van het akkoord worden aangepakt.'

SER schetst transitie langs zeven paden

In de verkenning voor het landbouwakkoord schetst de Sociaal-Economische Raad (SER) zeven paden die een boer of tuinder kan inslaan om zijn bedrijf klaar te maken voor een duurzame toekomst. De keuze zal niet voor iedere ondernemer vrij zijn, want startpositie en omgeving bepalen mede welke route kans van slagen heeft.

De zeven transitiepaden haken in op de vele uitdagingen op het gebied van klimaat, stikstof, bodem, water, biodiversiteit, dierenwelzijn en volksgezondheid. Voor ieder bedrijfsmodel gelden eigen integrale, duurzame afspraken. Onderhandelaars moeten zorgen dat daar volhoudbare verdienmodellen aan worden gekoppeld.

De transitiepaden lopen uiteen van hightechlandbouw in gesloten en open systemen, duurzame landbouw, biologische landbouw, maatschappelijke ondernemingen, natuur/landschapsbeheer en het stopzetten van het bedrijf.

• Hightechlandbouw (1) vergt hoge investeringen en werkt met minimale emissies en input van grondstoffen. Hier zien we precisielandbouw en emissiearme stallen.
• Een ander pad is duurzame landbouw, deze is geheel (2) of deels grondgebonden (3). Hier gaat het om plantaardige, dierlijke of gemengde bedrijven die de best beschikbare duurzame methoden en technieken toepassen.
• Het transitiepad Biologisch plus (4) richt zich op het verder ontwikkelen van ecologische en regeneratieve landbouwprincipes.
• Maatschappelijk ondernemen (5) is een andere route. Dit zijn multifunctionele bedrijven die naast voedselproductie ook maatschappelijke diensten leveren rondom zorg, recreatie of educatie.
• Het bedrijfsmodel voor natuur- en landschapsbeheer (6) gaat samen met natuurinclusieve landbouw. Voor dit transitiepad liggen vooral veel mogelijkheden in de buurt van natuurgebieden, veenweidegebieden en het rivierengebied.
• Ook voor stoppers (7) is een uitgewerkt transitiepad noodzakelijk. Dit moet zowel bijdragen aan een redelijke vergoeding voor de ondernemer als aan het realiseren van maatschappelijke waarden. Denk daarbij aan herscholing van werknemers en aan het vrijmaken van grond voor jonge ondernemers, extensivering, natuurontwikkeling of andere maatschappelijke functies.

Weer

  • Maandag
    13° / 5°
    60 %
  • Dinsdag
    14° / 9°
    30 %
  • Woensdag
    15° / 9°
    10 %
Meer weer