Open+Bodem+Index%2Dscore+legt+potentie+van+grond+bloot
Achtergrond
© Tony Tati

Open Bodem Index-score legt potentie van grond bloot

Meetbaar, met een transparante berekening en goed onderbouwd. Zo moet de Open Bodem Index (OBI) een beeld geven van de bodemkwaliteit. De index vergelijkt de kwaliteit met wat potentieel haalbaar is. Met een score van 1 tot 10 wordt aangegeven wat op een stuk grond kan worden bereikt. Doel is te komen tot een instrument waarmee goed bodembeheer kan worden beloond.

'Met de OBI wilden we een gestandaardiseerde manier maken om de kwaliteit van de bodem te beoordelen. De methode moet inzicht geven in de functies van de bodem die voor het gewas knellen of het juist goed mogelijk maken voor de planten om te groeien. Het resultaat is inzicht in de bodemkwaliteit.' Aan het woord is projectmanager Gerard Ros van het Nutriënten Management Instituut.

Ros is de geestelijk vader van de OBI. Hij merkte dat er een grote behoefte was aan een goede kwaliteitsbeoordeling op basis van empirisch veldonderzoek, maar hij zag ook dat de kwaliteit van de bodem van een heel complex aan factoren afhangt. In de OBI komen op dit moment 21 van die eigenschappen boven. Het gaat om fysische, chemische en biologische eigenschappen. Om tot een score van 1 tot 10 te komen, wegen die allemaal mee.

De term 'open' in de naam Open Bodem Index slaat op de transparante rekensleutel die de makers van de OBI gebruiken. De afwegingen achter de index zijn open. Ros: 'Dat betekent niet dat we een soort van democratische structuur hebben die stemt over de bepaling, maar het geeft de mogelijkheid voor iedereen om kennis toe te voegen. Een raad van deskundigen oordeelt over de index. Zo houd je het goed onderbouwd en uniform.'

Niet belonen of straffen, maar inzicht verwerven

Gerard Ros, bedenker van de OBI en projectmanager van het Nutriënten Management Instituut

De OBI is een relatieve meetlat voor de telers. Het komt erop neer dat de index aangeeft hoe de bodem scoort ten opzichte van wat maximaal op deze plek mogelijk is. Daarmee kunnen telers sturen in het beheer. Als ze op waterhuishouding, bodemleven, structuur, voedingselementen of welke parameter dan ook niet optimaal scoren, kunnen ze met extra maatregelen dichter in de buurt komen van de denkbeeldige 10 met een griffel. Een teler als Leendert Jan Onnes gebruikt de OBI dan ook om van te leren en zet hem in als instrument voor bodemverbetering.

Beloning ligt gevoelig

Rabobank, verzekeraar en verpachter a.s.r. en waterleidingbedrijf Vitens haakten ook aan. Zij zien mogelijkheden om aan duurzaam beheer te doen op de grond die ze verpachten, waar ze leningen voor verstrekten en water winnen. Het is denkbaar dat meer partijen, waaronder overheden, aanhaken bij het initiatief. Voor de boeren kan dat betekenen dat zij een vorm van beloning voor goed bodembeheer kunnen krijgen. Dat laatste ligt wel enigszins gevoelig.

Uitgebreide meet- en labanalyses voegen veel data toe.
Uitgebreide meet- en labanalyses voegen veel data toe. © Twan Wiermans

Volgens Ros willen de bedrijven die nu meedoen de index in de beloningssfeer houden. 'Allereerst komt er geld voor kwaliteit, zonder negatief gedrag af te straffen. Het belangrijkste is nu dat de boer inzicht krijgt in de bodem, voor de teelt op eigen grond en bij huur of verhuur van grond. Je vergroot daarmee het zelflerend vermogen van de sector. We zijn binnen agrarisch Nederland niet zo blij met generiek beleid. De OBI geeft de mogelijkheid om maatwerk te leveren.'

Telers kunnen zich met de OBI bewust richten op de verbetering van de eigen grond. 'We nodigen boeren uit dat te doen', zegt Ros. 'Als je gelooft in je vakmanschap, kun je daar voldoening uit halen. Ik snap de huivering om de score te delen met commerciële partijen. Daarom hebben we de OBI ondergebracht in een onafhankelijke stichting en niet een-op-een aan een enkele partij verbonden.'

Doorgroeien naar duizend bedrijven

Het deelnemersaantal groeit. De eerste vijftig telers dragen actief bij aan de ontwikkeling van de OBI, zegt Ros. Daarna volgen tweehonderd die ermee gaan testen en dan kan het aantal dit jaar doorgroeien naar duizend agrarische bedrijven. Door corona blijft het lastig om ontmoetingen te organiseren. Ros hoopt dan ook dat er tussen september en december van dit jaar genoeg telers zijn bereikt.

Verschillende data kunnen worden gecombineerd.
Verschillende data kunnen worden gecombineerd. © Twan Wiermans

Door het vrij toegankelijke 'rekenhart' van de index kunnen steeds meer diensten worden aangeboden die gebruikmaken van de OBI. Als voorbeeld geeft Ros de bodemlabs. Zij kunnen de komende jaren een systeem uitrollen waarmee ze op basis van hun bodemanalyse, gecombineerd met andere gegevens, een advies richting telers maken. Dit kan digitaal zijn, zodat er geen grote dossiers bij de telers op de mat hoeven te vallen.

Verdere mogelijkheden

Rabobank, a.s.r. en Vitens zoeken nog naar meer mogelijkheden met de OBI. Verpachter a.s.r. zegt eerst nog wat meer ervaring op te willen doen. 'Als er straks een grotere groep boeren deelneemt, brengen we naar buiten wat a.s.r. verder gaat doen met de index', zegt een woordvoerder.

Rabobank meldt dat zijn klanten nu al worden beoordeeld op duurzaamheid. 'Als een agrarisch ondernemer aantoont beter voor de bodem te zorgen, kunnen wij daar producten voor ontwikkelen', zegt de woordvoerder van de bank. Hierbij kan het gaan over duurzame kredieten. Maar Vitens, Rabobank en a.s.r willen allereerst een sterke landbouw en schoon milieu stimuleren, met de OBI als meetlat.


Janjo de Haan, onderzoeker van WUR Open Teelten
Janjo de Haan, onderzoeker van WUR Open Teelten © Jorg Tönjes

‘Beschikbare data zijn niet te vangen in één getal’

Het is belangrijk om met een complex instrument als de Open Bodem Index eerst ervaring op te doen, stelt onderzoeker Janjo de Haan van Wageningen University & Research (WUR) Open Teelten. Daarna komt pas een beloning.

De Haan: ‘De Open Bodem Index (OBI) is een serieuze aanpak om landbouwbodems te beoordelen op hun kwaliteit. Het mooie is dat een indicatie van de bodemkwaliteit wordt gegeven op basis van relatief gemakkelijk beschikbare gegevens. Ik vind het een waardevolle index.’

De WUR-onderzoeker is vanuit de Raad van Advies van de OBI betrokken bij de ontwikkelingen. Die ontwikkelingen vragen tijd, want er is ontzettend veel te meten aan bodems. En die gegevens zijn niet simpelweg te vergelijken of om te zetten in een enkel getal.

‘Dat de kwaliteit van een bodem niet met één meting is te vangen, zie je bijvoorbeeld bij organische stof. Voldoende daarvan is goed, maar je kunt een dalgrond met 17 procent organische stof niet hoger waarderen dan een bodem in de Flevopolder met 3 procent.’

De waarde van de OBI zit in de informatie die wordt samengebracht, zegt De Haan. ‘Laten we de eerste tijd gebruiken om te kijken wat we daarmee kunnen. Pas als er vertrouwen is in het systeem, kun je gaan denken aan beloningen voor goede bodemkwaliteit. En let wel, een goede bodemkwaliteit kan gepaard gaan met slecht beheer en andersom, omdat veranderingen in de bodem traag gaan.’

De Haan werkt in de publiek-private samenwerking Beter Bodembeheer aan de Bodemindicatorenset voor Landbouwgronden in Nederland. Vanaf dit jaar doet hij dit samen met de initiatiefnemers van de OBI, om kennis te ontwikkelen over het beoordelen van de bodemkwaliteit. ‘Dit is complex, met alle chemische, fysische en biologische waarden. Een eenduidig oordeel geven is lastig met tientallen parameters. En ook omdat het afhankelijk is van wat er wordt geteeld.’

Goed onderhoud

Volgens Leendert Jan Onnes willen Rabobank, Vitens en verzekeraar a.s.r. vooral duurzaam beheer stimuleren. Dat is van belang voor de waarde van hun uitgeleende geld, schone drinkwater of bezit.

Leendert Jan Onnes, akkerbouwer in Finsterwolde
Leendert Jan Onnes, akkerbouwer in Finsterwolde © Han Reindsen

‘Ik doe dit om inzicht te hebben in de bodem’

Akkerbouwer Leendert Jan Onnes berekende de bodemscores met de Open Bodem Index (OBI) op zijn bedrijf in Finsterwolde. Hij is betrokken als boerenbestuurder van jongerenorganisatie NAJK.

‘Ik doe mee voor het inzicht dat de OBI me geeft’, zegt de Groningse akkerbouwer. ‘Er staat geen vergoeding tegenover, maar het kost me ook niets extra. Ik krijg meer advies voor het bodembeheer, al moet je dat niet zien als heel specifiek. Je hoort niet hoeveel compost je precies moet geven, maar wel of je grond meer organische meststoffen kan gebruiken.’

Hoe meer mensen meedoen, hoe nauwkeuriger de informatie uit de modellen te halen is, verwacht Onnes. ‘Je kunt zelf bepalen wat je ermee doet. Meedoen verplicht tot niets, maar het geeft je meer kennis. Het kan in de toekomst interessant worden om voor goed beheer te worden beloond.’

Onnes denkt niet dat hij contant geld kan verwachten als beloning, maar wel kostenbesparing op verzekeringen en leningen. ‘Voor Rabobank kan het bijvoorbeeld mogelijk zijn aan te tonen dat je bedrijf duurzaam wordt beheerd, wat voor hen het aantrekken van geld vergemakkelijkt. Daar kan de teler een rentevoordeel voor doorberekend krijgen.’

De akkerbouwer zegt dat het voor de grote bedrijven achter de OBI alleen al interessant is als zij de boeren met dit hulpmiddel bewuster kunnen maken van hun invloed op een duurzame landbouw. ‘Je wilt graag goed scoren. Het is leuk als je ziet dat je punten verbeteren.’

Mogelijk wordt de OBI in de toekomst aantrekkelijk voor meer partijen, zoals waterschappen en provincies. ‘Het leuke is dat je de resultaten op grote schaal kunt toepassen bij veel telers’, besluit Onnes.

Objectieve meting

De Open Bodem Index moet een objectieve index zijn voor bodembeoordeling. Betrouwbare metingen en een goede weging van alle componenten vormen daarvoor de basis.

Bekijk meer over:

Weer

  • Vrijdag
    16° / 7°
    50 %
  • Zaterdag
    15° / 6°
    60 %
  • Zondag
    16° / 8°
    50 %
Meer weer