Oppervlakte+van+Utrecht+nodig+voor+plannen+D66%2C+GL%2C+PvdA+en+SP
Nieuws
© Han Reindsen

Oppervlakte van Utrecht nodig voor plannen D66, GL, PvdA en SP

De plannen van D66, GroenLinks, PvdA en SP om gangbare landbouwgrond om te zetten in nieuwe natuur of extensief landbouwgebruik vraagt landinrichtingsopgave met een oppervlak ter grootte van de provincie Utrecht.

Dat meldt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) op basis van een analyse van de verkiezingsprogramma's die zij op verzoek van CDA, D66, GroenLinks, SP, PvdA en ChristenUnie hebben gedaan. Alle partijen zetten in op vermindering van de stikstofdepositie en verbetering van de biodiversiteit. De manier waarop ze dat doen, verschilt sterk. Zo maken de partijen verschillende keuzes over de gewenste omvang van de veestapel en de hoeveelheid ruimte voor landbouw en natuur.

Het CDA wil de veehouderij en het landbouwareaal in de huidige omvang behouden en zet daarom geen landbouwgrond om in natuur. Het CDA besteedt zijn budget voor natuur daarom volledig aan herstel van bestaande natuur.


Krimp veestapel

D66, GroenLinks, PvdA, SP en in mindere mate de ChristenUnie zetten daarentegen juist in op krimp van de veestapel. Bovendien willen deze partijen naast herstel van bestaande natuur meer ruimte voor nieuwe natuur en extensieve landbouw op grond die nu door de gangbare landbouw wordt gebruikt. Ook zetten deze partijen meer geld uit het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid in voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer.

Ten slotte maken partijen verschillende keuzes over de mate waarin zij inzetten op technologische oplossingen om de doelstellingen voor stikstof dichterbij te brengen. Het CDA zet het sterkst in op technische maatregelen, terwijl de SP daar helemaal geen budget voor vrijmaakt. De andere partijen zitten daartussenin.


Ammoniakuitstoot en biodiversiteit

Alle partijen verminderen de ammoniakuitstoot uit de landbouw en dragen bij aan het behoud en verbeteren van de biodiversiteit van natuur. D66, GroenLinks en PvdA verminderen de uitstoot van ammoniak het meest. Ze doen dit vooral door de veestapel te laten krimpen. D66 en GroenLinks doen dit vooral via opkoopregelingen, de PvdA kort daarnaast alle bedrijven op hun dier- en fosfaatrechten.

CDA, ChristenUnie en SP halen ongeveer dezelfde ammoniakreductie, maar minder dan de andere drie partijen. Het CDA bereikt deze reductie vooral met technische maatregelen, de SP via krimp van de veestapel en de ChristenUnie via een combinatie van beide.


Herstelmaatregelen

Bij alle partijen verbetert de biodiversiteit van natuur. Bij D66, GroenLinks en PvdA verbetert de biodiversiteit het meest en bij SP, ChristenUnie en CDA is dat in mindere mate het geval. Ook hier zetten partijen verschillende strategieën in. Bij het CDA komt de natuurwinst nagenoeg geheel door herstelmaatregelen in de bestaande natuur.

Bij D66, GroenLinks, SP, PvdA en in iets mindere mate de ChristenUnie verbetert de biodiversiteit ook door uitbreiding met nieuwe natuur. Deze partijen verbeteren met hun maatregelen ook de kwaliteit en omvang van agrarische natuur. Verminderde stikstofdepositie levert bij CDA, SP en ChristenUnie een kleinere bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit dan bij D66, GroenLinks en PvdA.


Combinatie van natuurherstel en stikstofbronmaatregelen

Om de biodiversiteit te verbeteren, zijn er verschillende maatregelen mogelijk: het verminderen van de stikstofdepositie, herstel van bestaande natuur, uitbreiding met nieuwe natuur en kwaliteitsverbetering van agrarische natuur. Een combinatie hiervan zorgt voor de grootste en meest duurzame vooruitgang van de biodiversiteit van landnatuur. Vooral D66, GroenLinks en PvdA volgen deze strategie.

Partijen die de stikstofdepositie minder reduceren – CDA, SP en ChristenUnie– zijn gedurende lange tijd afhankelijk van tijdelijke herstelmaatregelen. Dergelijke tijdelijke maatregelen zijn bedoeld om stikstof uit het ecosysteem te verwijderen, maar pakken het probleem niet bij de bron aan. Daar komt bij dat tijdelijke herstelmaatregelen op de lange termijn zelfs schadelijk zijn voor de natuur, stelt het PBL.


Uitvoering en onzekerheden

Bij elk van de maatregelenpakketten zijn voorbehouden te plaatsen bij de uitvoerbaarheid. Dat maakt het onzeker of de resultaten in de praktijk ook geheel worden behaald. CDA, ChristenUnie en D66 zetten met het oog op de uitstoot door de veehouderij sterk in op technologie die nog in ontwikkeling is. Dit betreft vooral integraal emissiearme stallen (CDA en ChristenUnie) en stallen waarin geen drijfmest wordt gevormd (D66).

Het is de vraag of deze technologie tijdig beschikbaar komt en bij toepassing op grote schaal even effectief is als onder proefomstandigheden is gevonden. De effectiviteit van de beleidsinzet op krimp van de veestapel en van het landbouwareaal is afhankelijk van grootschalige bedrijfsbeëindiging in de veehouderij.

D66 en GroenLinks zetten in op vrijwillige opkoop. Hierbij is het onzeker of voldoende bedrijven bereid zijn deel te nemen. De PvdA wil boeren generiek korten op de dier- en fosfaatrechten. Het is de vraag of de rechter dit korten accepteert omdat de economische schade die bedrijven hierdoor oplopen, mogelijk niet in verhouding staat tot het compensatiebudget dat de PvdA daarvoor beschikbaar stelt, schrijft het PBL.


Omzetten van landbouwgrond

Het realiseren van de plannen van D66, GroenLinks, PvdA en SP vergt bovendien het grootschalig omzetten van gangbare landbouwgrond naar nieuwe natuur of naar extensief gebruik voor de landbouw. Dat vergt een landinrichtingsopgave met een oppervlak ter grootte van de provincie Utrecht.

Ten slotte wijkt de ambitie van de meeste partijen om een deel van het budget uit de structurele stikstofaanpak van het kabinet-Rutte III (LNV 2020a) te besteden aan nieuwe natuur, af van recente afspraken tussen het Rijk en de provincies.

Hierin is afgesproken om geen geld uit te geven aan extra natuurontwikkeling boven op de afspraken in het Natuurpact. Deze ambitie kan daarom alleen worden gerealiseerd als de provincies en het Rijk de afspraken heroverwegen. Daarnaast wijst het PBL erop dat het realiseren van areaaluitbreiding van natuur in het verleden moeizaam is gebleken.


Reductie broeikasgasemissies door krimp veestapel

De partijen verminderen de broeikasgasemissies uit landbouw en landgebruik in 2030 met 3 megaton (CDA) tot 8 megaton (D66 en GroenLinks) ten opzichte van het basispad. Krimp van de veestapel draagt naast energiemaatregelen in de glastuinbouw het meest bij aan de afname van de broeikasgasemissies uit de land- en tuinbouw, becijfert het PBL.

In de veeteeltsector dragen technologische maatregelen beperkt bij aan het verminderen van de broeikasgasemissies. Dat komt doordat methaan vrijkomt bij het fermenteren van voer door koeien. Dit biologische proces is niet gemakkelijk bij te sturen. In de glastuinbouw dragen belastingmaatregelen zoals een verhoging van de energiebelasting het meest bij aan de reductie van broeikasgasemissies.

Daarnaast zijn technische maatregelen zoals aardwarmte belangrijk. Overigens betekent de vermindering van de broeikasgasemissies uit de landbouw niet dat ook op mondiale schaal de emissies evenzeer afnemen. Daarvoor is ook verandering van het eetpatroon van de bevolking nodig. ChristenUnie, D66 en GroenLinks sturen dan ook op het verminderen van de Nederlandse consumptie van dierlijke eiwitten, met name door vlees duurder te maken.


Kosten van de maatregelenpakketten

De maatregelenpakketten om de emissies terug te dringen en de biodiversiteit te verbeteren kosten geld. De nationale kosten bedragen ongeveer 1 miljard euro per jaar (CDA, SP en ChristenUnie), 1,3 miljard euro per jaar (PvdA), 1,6 miljard euro per jaar (D66) en 1,9 miljard euro per jaar (GroenLinks).

De nationale kosten zeggen overigens niet alles over de lasten voor individuele boeren en tuinders. Deze lasten worden bepaald door kosten voor verplichte maatregelen, of boeren met subsidies en heffingen te maken krijgen en of deze heffingen al dan niet terugvloeien naar de sector. Bij CDA en ChristenUnie nemen de lasten voor boeren en tuinders het minst toe, bij D66, GroenLinks, PvdA en SP het meest.


LTO en Nieuwe Oogst organiseren plattelandsdebat

LTO Nederland en Nieuwe Oogst houden donderdag 11 maart een debat over de uitdagingen en kansen waar het platteland voor staat. Centraal staat de rol van boeren en tuinders als dragers van het landelijk gebied en verdienvermogen. Het verkiezingsdebat is die avond vanaf 20 uur online te volgen via een Nieuwe Oogst-livestream. Deelnemers aan het debat zijn Cees de Jong (CDA), Jan Klink (VVD), Tjeerd de Groot (D66), Roelof Bisschop (SGP), Hermen Vreugdenhil (CU), Caroline van der Plas (BBB), Jan Cees Vogelaar (JA21) en Laura Bromet (GL). Volg ook het andere nieuws rond de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart.

Weer

  • Zondag
    14° / 2°
    20 %
  • Maandag
    15° / 4°
    20 %
  • Dinsdag
    16° / 3°
    30 %
Meer weer