Boereninkomen+krijgt+tik+door+coronacrisis
Nieuws
© niels de vries

Boereninkomen krijgt tik door coronacrisis

Het gemiddelde inkomen uit land- en tuinbouwbedrijven in 2020 wordt geraamd op 54.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid. Dat is bijna 20.000 euro lager dan het gemiddelde in het goede landbouwjaar 2019. De daling wordt grotendeels veroorzaakt door dalende prijzen en stijgende kosten als gevolg van de coronacrisis.

De daling van het inkomen van boeren en tuinders wordt zichtbaar gemaakt in de jaarlijkse inkomensraming van Wageningen Economic Research (WER). De raming is gemaakt op basis van de meest recente landbouwtelling. De gevolgen van de eerste coronagolf zijn daarin meegenomen. De eventuele gevolgen van de nieuwe, bijna volledige, lock down zijn hierin niet meegenomen.

Agrarisch bedrijfseconoom en onderzoeksleider van WER Harold van der Meulen zegt dat er binnen sectoren en tussen bedrijfstypes grote verschillen zijn die door de coronacrisis verder zijn vergroot. ‘Het maakt veel uit of je leverde aan supermarkten of aan foodservice. Verrassend vind ik hoe krachtig de sector pot- en perkplanten zich heeft hersteld. Het meer thuis zijn heeft voor een impuls gezorgd bij de afzet van planten via de tuincentra.'


Het inkomen op pot- en perkplantenbedrijven profiteerde wordt juist hoger geraamd dan in 2019. Ook boomkwekers, fruittelers, vollegrondsgroentetelers en melkgeitenhouders zien naar verwachting hun inkomen stijgen in 2020 door betere prijsvorming van de producten. Het vele thuiswerken en het feit dat er thuis luxer werd gegeten omdat restaurants dicht waren heeft in sommige deelsectoren de coronaschade weten te beperken.


Vraaguitval

De gemiddelde opbrengsten per land- en tuinbouwbedrijf nemen in 2020 met 2 procent af, voornamelijk door vraaguitval als gevolg van de coronapandemie. Sluiting van foodservicebedrijven en catering in binnen- en buitenland kostte bijvoorbeeld vleeskuikenhouders en aardappeltelers veel omzet.

In de supermarkten steeg tijdens de pandemie de vraag naar biologische en vrije uitloopeieren flink. Hiervan profiteerden vooral vleeskuiken- en leghennenhouders die voor een supermarktconcept produceren. De afzet van reguliere scharreleieren en pluimveevlees naar foodservice, horeca en export kreeg grote klappen.

Voor de snijbloementeelt is de achterstand in omzet van snijbloemen ontstaan na afkondiging van lockdown-maatregelen dit voorjaar in diverse landen, nog altijd niet ingelopen. De kosten en afschrijvingen stijgen in 2020 met gemiddeld 3 procent, vooral door toename van de bedrijfsomvang.


Grote verschillen

Tussen, en ook binnen bedrijfstypen in de land- en tuinbouw zijn de inkomensverschillen ieder jaar groot. Akkerbouwers kampen met lagere prijzen van aardappelen, melkveehouders zien hun inkomen dalen door een lagere melkprijs en hogere voerkosten.

Varkenshouders zien hun inkomen, na een historisch hoog niveau in 2019, in 2020 zelfs negatief worden. Dit komt vooral door capaciteitsverlies in slachterijen – door gebrek aan arbeidscapaciteit - en handelsbarrières richting de Chinese markt - door de Afrikaanse Varkenspest - waardoor overschotten ontstonden.

Het gemiddelde inkomen uit een varkenshouderij zal in 2020 met bijna 300.000 euro dalen naar 12.000 euro negatief per onbetaalde aje. Gemiddeld voor 2020 is de prijsdaling van biggen -12 procent en vleesvarkens -8 procent ten opzichte van 2019. Zeugenbedrijven zagen het inkomen nog het minst dalen. Deze behalen een positief inkomen van 46.000 euro per onbetaalde aje, toch een flinke daling ten opzichte van 2019 door lagere biggenprijzen. Het inkomen van vleesvarkensbedrijven daalt met 270.000 euro naar 46.000 euro negatief.


Lagere melkprijs

Het gemiddelde inkomen uit bedrijf van melkveehouders in 2020 is geraamd op 43.000 euro per onbetaalde aje. Dit is 6.000 euro minder dan in 2019, maar 5.000 euro hoger dan het gemiddelde over de periode 2015-2019. De totale opbrengsten dalen beperkt, omdat de lagere melkprijs (-4 procent) en de lagere veeprijzen grotendeels worden gecompenseerd door een hogere melkproductie per bedrijf. De kosten nemen met circa 6.000 euro toe, hogere voerkosten zijn hier het meest debet aan.

Het gemiddelde inkomen het biologische melkveebedrijf wordt voor 2020 geraamd op 34.000 euro per onbetaalde aje. Dit is een daling van ongeveer 7.000 euro. De daling wordt veroorzaakt door hogere voerkosten en lagere vee-omzet. De lagere melkprijs (-1,5 procent) wordt gecompenseerd door een hogere melkproductie per bedrijf. Het inkomen in 2020 is hier bijna 11.000 euro lager dan het gemiddelde over 2015-2019.

Het inkomen uit melkgeitenbedrijven zal in 2020 naar verwachting uitkomen op gemiddeld 134.000 euro per onbetaalde aje, circa 29.000 euro hoger dan in 2019. Dit ligt 30.000 euro boven het gemiddelde van de voorgaande 5 jaren (2015-2019). Dit is het resultaat van een 6 procent hogere melkprijs, die ruimschoots voldoende is om de hogere voerkosten en toename van diverse vaste en algemene kosten te compenseren.


Vleeskalveren

Het inkomen uit bedrijf op bedrijven met blankvleeskalveren op contract daalt naar verwachting in 2020 met 5.000 euro (circa 10 procent) naar 41.000 euro per onbetaalde aje. De ontvangen contractvergoeding per gemiddeld aanwezig vleeskalf neemt in 2020 5 procent af door de langere leegstand van circa 4 weken.

Dit is zowel het gevolg van de coronacrisis (vraaguitval) als de iets lagere contractprijzen voor kalverhouders die nieuwe contracten moesten afsluiten. De ‘vrije rosékalvermesters’ hebben meer last gehad van de dalingen van vleesprijzen als gevolg van sluiting van horeca en foodservice in het buitenland (voornamelijk Frankrijk en Italië). Per saldo zal het inkomen op deze bedrijven aanzienlijk sterker teruglopen dan op de bedrijven met een contract.

Het inkomen uit akkerbouwbedrijven per onbetaalde aje lag de laatste jaren tussen de 40.000 en 45.000 euro. In het droge jaar 2018 lag het inkomen duidelijk boven dit niveau. De raming van het inkomen voor oogstjaar 2020 bedraagt ongeveer 41.000 euro. Dit is het resultaat van achterblijvende opbrengsten bij een licht gedaald kostenniveau.


Fritesafzet

Het verkoopseizoen 2019/2020 eindigde met zeer lage prijzen voor vrije consumptieaardappelen, vooral het gevolg van het wegvallen van fritesafzet naar de horeca en van exportmogelijkheden door de coronamaatregelen. Door de overheid is een compensatieregeling opgesteld voor telers met onverkoopbare fritesaardappelen in opslag.

Uien deden het daarentegen met een 35 procent prijsstijging erg goed. De vraag naar uien steeg tegenover een kleiner areaal. De vraag naar granen op de wereldmarkt is groot, terwijl de productie door droogte in diverse grote graanproducerende landen achterblijft. Dit zorgt ervoor dat de prijs voor tarwe, oogst 2020, 8 procent hoger wordt geraamd dan in 2019.

Normaal wordt er op de basisprijs voor quotumsuikerbieten een plus gerealiseerd, onder andere doordat een positief resultaat van Aviko deels wordt uitgekeerd aan de Cosun-leden. Door de slechte marktomstandigheden in de aardappelsector zit die plus er dit jaar niet of nauwelijks in. Er is daarom geraamd met een 5 procent lagere financiële opbrengst per hectare dan voor de oogst van 2019.


Zetmeelaardappelen

Het inkomen op zetmeelaardappelbedrijven neemt licht toe. De verwachte hoge prestatieprijs van zetmeelaardappelen leidt tot licht hogere opbrengsten voor oogstjaar 2020, de kosten blijven gelijk. Het inkomen wordt geraamd op ongeveer 30.000 euro per onbetaalde aje. Een jaar eerder was dit enkele duizenden euro's minder.

Het inkomen uit bedrijf in 2020 wordt voor een gemiddeld glastuinbouwbedrijf geraamd op ruim 180.000 euro per onbetaalde aje. Dit is bijna 20.000 euro lager dan in 2019 en bijna 25.000 euro onder het gemiddeld inkomen in de periode 2015-2019. Het is hoe dan ook een voor de land- en tuinbouw hoog niveau. Wel zit er in de sector een grote spreiding tussen bedrijfstypes.


Het gemiddelde inkomen bij pot- en perkplantenbedrijven stijgt met circa 50.000 euro tot 181.000 euro per onbetaalde aje door een sterkere afname van de kosten dan de opbrengsten. De gemiddelde opbrengsten van potplanten zijn gedaald door vraaguitval vanwege corona, de kosten namen af doordat er minder potplanten werden opgepot en door lagere energiekosten. In de opbrengsten is rekening gehouden met de coronasteunmaatregelen.


Last van de lockdowns

Het gemiddelde inkomen uit bedrijf per onbetaalde arbeidsjaareenheid van snijbloemenbedrijven daalt ten opzichte van 2019 met 54.000 euro naar circa 122.000 euro, ondanks ontvangen coronasteunmaatregelen door de overheid. De daling van het inkomen is het gevolg van lagere opbrengsten door verkoop van minder snijbloemen door lockdownmaatregelen in verschillende landen bij een geringere daling van de kosten.

Het gemiddeld inkomen op glasgroentebedrijven wordt lager geraamd, de kosten nemen door groei in bedrijfsomvang sterker toe dan de opbrengsten. De opbrengst uit de verkoop van tomaten (belangrijkste gewas) ondervond dit voorjaar hinder van toegenomen concurrentie uit Marokko en Spanje en het stilvallen van verkoop naar foodservice na de corona-uitbraak. Telers van paprika kennen wel een goed seizoen. Daarnaast nemen de opbrengsten uit de verkoop van elektriciteit af.

Binnen de opengrondstuinbouw wordt voor 2020, met uitzondering van de bloembollenteelt, een inkomensverbetering geraamd. Voor de boomkwekerijbedrijven is voor 2020 ten opzichte van 2019 gemiddeld een inkomensstijging per onbetaalde aje geraamd van 7 procent. Hierdoor komt het gemiddeld inkomen uit op 103.000 euro.


Veel vraag naar aardbeien

Op de vollegrondsgroentebedrijven wordt met gemiddeld ruim 90.000 euro per onbetaalde aje een inkomensstijging van gemiddeld ruim 50 procent geraamd dankzij gemiddeld hogere productprijzen bij een vergelijkbaar productieniveau als vorig jaar. Bij het belangrijke gewas aardbeien zorgde een goede vraag in combinatie met een krap aanbod op de Noordwest-Europese markt voor een hogere middenprijs dan vorig jaar. Bij asperges was er vanaf Pasen een hogere vraag vanuit de Nederlandse en Duitse retail en fors meer afzet in de huisverkoop.

In de fruitteelt is het inkomen gemiddeld ook fors gestegen, namelijk met een kleine 50 procent naar 51.000 euro per onbetaalde aje. Door de coronacrisis steeg de verkoop van hardfruit, mensen gingen gezonder eten waaronder meer fruit. Daardoor eindigde het afzetseizoen 2019-2020 met behoorlijk hoge prijzen voor appels en peren. Omdat de voorraden aan het begin van het nieuwe seizoen 2020-2021 op waren, bleef het prijsniveau voor zowel appels als peren gunstig. Bij zacht fruit waren de resultaten wisselend. Rode bessen bijvoorbeeld, worden vooral afgezet richting horeca en gingen dus in prijs achteruit.


Malaise op de leliemarkt

In de bloembollenteelt dalen de inkomens gemiddeld met 9 procent tot 105.000 euro per onbetaalde aje. De financiële opbrengsten zijn ten opzichte van 2019 licht gedaald als gevolg van een iets lager productieniveau per hectare en een lager prijspeil, vooral als gevolg van malaise op de leliemarkt. Voor de overige bloembollen is over het algemeen de prijsvorming prima door de goede balans tussen vraag en aanbod. In de opbrengsten is rekening gehouden met ontvangsten uit de coronasteunmaatregelen. De kosten zijn wel toegenomen.

Wageningen Economic Research berekent het agrarisch inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje). Agrarisch ondernemers en hun gezinsleden verrichten in de meeste sectoren nog de meeste arbeid zelf, maar krijgen meestal geen salaris. Een arbeidskracht die in een jaar 2.000 uur of meer werkt, wordt gezien als een aje. Wie minder werkt, is minder dan één aje. Wageningen Economic Research deelt het inkomen uit bedrijf in deze situatie door het aantal onbetaalde aje. Op deze manier zijn de inkomens van verschillende bedrijfstypen ook met elkaar te vergelijken. Op een land- en tuinbouwbedrijf zijn gemiddeld 1,5 onbetaalde aje werkzaam. Op de website Agrimatie.nl zijn meer cijfers te vinden over de inkomensramingen per sector.

Weer

  • Dinsdag
    17° / 8°
    60 %
  • Woensdag
    16° / 7°
    20 %
  • Donderdag
    16° / 6°
    75 %
Meer weer