Mastitis+lastig+te+detecteren+met+sensor
Achtergrond
© Fotografie Twan Wiermans

Mastitis lastig te detecteren met sensor

De ene keer koorts, de andere keer enkel vlokken in de melk. Voor sensoren in een automatisch melksysteem maakt de diversiteit aan ziekteverschijnelen het lastig een koe met klinische mastitis te detecteren. Dat stelt Henk Hogeveen, hoogleraar aan Wageningen UR.

De onderzoeker sprak hier vorige maand over tijdens een webinar van de International Dairy Federation (IDF).

Uit onderzoek blijkt dat bij bedrijven met een automatisch melksysteem zelfs een tikkie vaker klinische mastitis voorkomt. 'En dat terwijl je zou verwachten dat met sensortechniek klinische mastitis sneller wordt opgespoord, omdat er veel wordt gemeten. Denk bijvoorbeeld aan de geleidbaarheid, het celgetal of de kleur van de melk', aldus Hogeveen.


Niet zwart-wit

Waarom is mastitis lastig aan te tonen? 'Mastitis is niet zwart of wit. Je hebt gezonde koeien zonder klinische verschijnselen, zonder verhoogd celgetal en zonder uierontsteking en er zijn ernstig zieke koeien met zware uierontsteking en een hoog celgetal. Deze beide koeien zijn goed te onderscheiden, ziek of niet-ziek. Daartussenin zit een enorme range van vormen van mastitis. Denk daarbij aan de ontstekingsverschijnselen, zoals het celgetal, maar ook aan klinische symptomen', legt Hogeveen uit.

Met te veel attenties worden mastitisgevallen gemist

Volgens hem kan het zo zijn dat een koe milde mastitis heeft met vlokken in de melk, maar geen verhoogd celgetal. Ook kan een koe juist een hoog celgetal zonder vlokken of ander symptomen hebben; dan is het geen klinische mastitis en is het een vals-positief geval van klinische mastitis.


Gevoeligheid en specificiteit

Dat mastitis lastig is te detecteren, blijkt uit meerdere onderzoeken naar de gevoeligheid en de specificiteit van de detectie. Bij de gevoeligheid gaat het erom dat het percentage terecht-positieve dieren wordt aangewezen. Bij specificiteit gaat het om het percentage dieren dat terecht negatief, dus zonder mastitis, wordt aangewezen. 'Er zijn algoritmes die een zeer hoge gevoeligheid hebben, maar dat gaat ten koste van het de specificiteit. En andersom is het ook lastig', vervolgt Hogeveen.

'In de praktijk zie je een lage gevoeligheid van 21 procent en een hoge specificiteit van 99 procent. Maar ook een gevoeilgheid van 50 procent en een specificiteit van 90 procent. Het is dus soms gemakkelijk om dieren die geen klinische mastitis hebben als zodanig aan te wijzen, maar lastig om alle dieren met klinische mastitis te selecteren', legt Hogeveen uit.


Niet goed genoeg

Hij krijgt hierin bijval van Ilka Klaas, hoofd ontwikkeling melkvee bij het Zweedse Delaval International.

'Als we kijken naar een recente studie van Gunnar Dalen, dan kunnen we met één sensor een heel eind komen met een specificiteit van 99 procent en een gevoeligheid van 60 procent. Ook is zelfs een specificiteit van 90 procent en en gevoeligheid van 80 procent te halen. Dat klinkt goed, maar het is niet goed genoeg om alle koeien te detecteren die onmiddellijk aandacht nodig hebben.'


Combinatie indicatoren

Een andere strategie is om verschillende indicatoren te combineren. Zoals de melkgift, de melksnelheid en welk kwartier niet helemaal leeg is gemolken, en de geleidbaarheid. Zeker wanneer daarbij ook de koegeschiedenis wordt meegenomen, kun je komen tot een gevoeligheid van 90 procent en een specificiteit van 91 procent. 'Toch is dat nog niet genoeg op om als zelfwerkend systeem te opereren om de koeien te selecteren om te behandelen.'

Ook de veehouder zelf speelt een belangrijke rol. Dat kwam naar voren uit een onderzoek op 7 Nederlandse melkveebedrijven, waarbij werd gekeken naar de attentielijsten die het automatisch melksysteem gaf. De onderzoekers bezochten daarbij twee keer per week de veehouders om te kijken hoe ze omgingen met die attenties: werden de attenties gecheckt of niet?


3,5 procent onderzocht

Het bleek dat maar 3,5 procent van alle attenties die de veehouder op de lijst kreeg, werd onderzocht. Daarvan bleek 67 procent van de dieren ook daadwerkelijk klinische mastitis te hebben. Daarbij ging het in totaal om 15 koeien die vanwege een melding op de attentielijst werden gecontroleerd, waarvan er tien ook daadwerkelijk klinische mastitis bleken te hebben. 'De boeren zijn redelijk goed in het selecteren van welke dieren attentie nodig hebben', stelt Hogeveen.

Wel werd bijna driekwart van de klinische mastitisgevallen gemist. Dat bleek nadat de onderzoekers alle koeien op de attentielijst nakeken. En dat terwijl een mastitisgeval de melkveehouder gemiddeld 450 euro kost. Op dit moment is het zo dat ondernemers gevallen van klinische mastitis missen, en ondertussen te veel attenties krijgen. 'Dit is niet goed voor de uiergezondheid', aldus Hogeveen.


Management als basis

En toch blijft dit probleem spelen. 'Betere sensoren zijn al geprobeerd, net als betere rekenmethodes en aanvullende data. We zijn hiermee als bezig sinds de jaren 90 van de vorige eeuw. En nog is het lastig. Het SCAHW, het standing committee on animal health & welfare, wil werken aan een andere aanpak, met het management als basis. Zodat direct de juiste beslissing kan worden genomen', besluit Hogeveen.

Bekijk meer over:

Weer

  • Woensdag
    16° / 9°
    20 %
  • Donderdag
    16° / 6°
    40 %
  • Vrijdag
    16° / 7°
    40 %
Meer weer