Biggenexport+verkeert+in+zwaar+weer
Achtergrond
© Archief Varkens.nl

Biggenexport verkeert in zwaar weer

De export van Nederlandse biggen bereikte in 2018 een hoogtepunt met bijna 7 miljoen biggen. Dit jaar zullen ondanks flinke strubbelingen naar verwachting 6,8 miljoen biggen een buitenlandse bestemming krijgen. Maar onzekerheden nemen met de dag toe.

De export van biggen is de afgelopen jaren gestaag gegroeid. Hoofdoorzaak is de stijgende productie van het aantal biggen per zeug per jaar. Werden in 2004 bijna 4 miljoen biggen in het buitenland afgezet, in 2007 waren er dat al meer dan 5 miljoen. In 2011 steeg dat naar ruim 6,5 miljoen biggen en in 2018 werd bijna het aantal van 7 miljoen exportbiggen aangetikt.

Het lijkt erop dat toen het hoogtepunt van de Nederlandse biggenexport werd bereikt. In 2019 daalde namelijk het aantal biggen met een buitenlandse bestemming met bijna 300.000 stuks.


Bijzonder jaar

Voor dit bijzondere jaar verwacht Robert Hoste, econoom varkensproductie bij Wageningen Economic Research, dat de export uitkomt rond de 6,8 miljoen biggen.

Het aantal productieve zeugen in Nederland is al gedaald tot onder de 880.000 dieren en door de saneringsregeling zal dat aantal verder afnemen

Robert Hoste, econoom varkensproductie bij Wageningen Economic Research

'Ook in de toekomst neemt de biggenexport af. Het aantal productieve zeugen in Nederland is al gedaald tot onder de 880.000 dieren en door de saneringsregeling zal dat aantal verder afnemen. De te verwachten stijging van de biggenproductie per zeug per jaar compenseert die afname niet', stelt hij.

'Bovendien is het aantal vleesvarkensplaatsen per gemiddelde zeug tussen 2014 en nu toegenomen met ongeveer 0,4. Met drie rondes per jaar betekent het dat per zeug 1,2 big per jaar minder voor export weggaat. Dat scheelt jaarlijks ruim 1 miljoen biggen. Deze ontwikkeling zet zich door vanwege de saneringsronde en omdat de vleesvarkens steeds harder groeien.'


Instabiele markt

Het huidige jaar wordt gekenmerkt door instabiliteit. Het coronavirus zorgde voor weekdips in de biggenexport, vooral naar hoofdafnemer Duitsland. Daar kwam de uitbraak van Afrikaanse varkenspest bij wilde zwijnen in Duitsland nog overheen. In juni/juli en na 10 september raakte de biggenafzet naar Duitsland uit balans, wijzen de marktcijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland uit.


'Toch lijkt de situatie zich telkens redelijk snel te herstellen', constateert Hoste. 'Duitse vleesvarkenshouders met een akkerbouwtak willen eigen granen via varkens opwaarderen en houden toch hun stallen vol. Sommigen zien ondanks de onzekere situatie toch ruimte voor het maken van marge en durven het risico bij zulke lage biggenprijzen wel te nemen.'


Onder druk gezet

Een varkenshandelaar uit het zuiden van het land ervaart het anders. 'De kerstperiode lijkt al aangebroken te zijn. Het is dramatisch om biggen geplaatst te krijgen, zelfs bij vaste afnemers in Duitsland. Die zijn tevreden over onze kwaliteitsbiggen, maar worden door samenwerkende Duitse varkenshouders onder druk gezet om biggen van Duitse komaf op te leggen', zegt hij.

'Het ontbreekt simpelweg aan afzetmogelijkheden voor exportbiggen, maar koopjesjagers zijn er altijd. Ik vrees een lange winter; zoiets heb ik nog meegemaakt.'


Afhankelijkheid gegroeid

De afhankelijkheid van de Duitse varkenshouderij voor de afzet van Nederlandse biggen is flink toegenomen. In 2007 was het marktaandeel van Duitsland 47,5 procent en vier jaar later 58 procent. De afgelopen vijf jaar schommelt dat tussen de 63 en 69 procent. Oftewel: jaarlijks betreft dat rond de 4,5 miljoen biggen.

In de ogen van Hoste betekent het dat Nederlandse vermeerderaars het goed doen. 'De Nederlandse kwaliteitsbiggen kunnen concurreren met de Deense. Ze groeien ook hard, classificeren goed en Duitse varkenshouders hebben er weinig omkijken naar.'


Extra kansen

De varkenshandelaar onderschrijft dat klantgerichter werken met het voorbeeld van het leveren van biggen van 28 kilo zoals de Duitse vleesvarkenshouder dat wenst. 'Op deze exportmarkt om de hoek liggen op termijn zelfs extra kansen omdat ook Duitse zeugenhouders overwegen te stoppen. Ze moeten investeren om te kunnen voldoen aan de strenger wordende welzijnsregels', stelt hij.

'En met de huidige dramatisch lage prijs die ze voor hun biggen krijgen en weinig kortetermijnperspectief vanwege corona en Afrikaanse varkenspest halen ze dat beslismoment misschien wel naar voren.'


België en Italië

Stabiele exportlanden zijn België met een marktaandeel van 12 tot 14 procent en Italië waar jaarlijks 140.000 tot 160.000 biggen worden afgezet. De discussie over langeafstandstransport, het hitteprotocol en de oplopende kosten maken het steeds lastiger om Zuid-Europese landen van biggen te voorzien.


Spaanse markt geen blijvertje voor biggenexporteurs

Een kwart tot een zesde deel van alle Nederlandse exportbiggen heeft een bestemming in diverse Europese landen. Sinds 2017 is Spanje derde op de lijst van belangrijkste afnemers van Nederlandse biggen. Sinds 2016 is de afzet naar dat Zuid-Europese land zelfs vervijfvoudigd, blijkt uit marktcijfers. Robert Hoste van Wageningen Economic Research verwacht niet dat deze ontwikkeling zich nog jaren voortzet. De econoom ziet een vergelijkbare situatie met de periode voor 2012. Toen groeide de biggenexport naar Spanje jaar na jaar spectaculair om in dat jaar bijna volledig tot stilstand te komen. 'Dat ligt aan de organisatie van de Spaanse varkensvleesproductieketen. Integraties zorgen eerst voor markttoegang voor varkensvleesafzet, bouwen slachtcapaciteit en importeren biggen om vleesvarkensstallen snel in productie te nemen', zegt Hoste. 'Daarna starten ze met het bouwen van zeugenbedrijven en nemen ze de biggenproductie in eigen hand. Dan is het importeren van grote aantallen biggen niet meer nodig.' Ook nu liggen er veel vergunningen gereed voor de nieuwbouw van zeugenbedrijven in Spanje. 'Dus je kunt nu al op je vingers uittellen dat die afzetmarkt binnen één tot twee jaar flink inzakt.'

Export naar Oostbloklanden in paar jaar gehalveerd
Polen, Hongarije en Roemenië waren vijf jaar geleden belangrijke afzetmarkten voor Nederlandse biggen. Meer dan een miljoen biggen per jaar gingen die kant op. De drijvende kracht daarachter was de krimpende zeugenstapel in die landen en vooral de goede biggenprijs in Hongarije. Maar de tijden zijn veranderd en de biggenexport naar die Oostbloklanden is bijna gehalveerd, blijkt uit marktcijfers. Naar nummer drie belangrijkste exportland in 2016 met ruim 350.000 biggen, Hongarije, gaat tegenwoordig geen enkele Nederlandse big meer. Dat komt omdat dat land intussen de lat hoger legt op het gebied van diergezondheid. Importbiggen moeten aantoonbaar PRRS-vrij zijn. Dat is lastig voor de Nederlandse varkenshouderij en blijkbaar ook te kostbaar waardoor die markt verloren is gegaan. In Polen hebben Deense biggenleveranciers flink voet aan grond gekregen. Vorig jaar gingen nog geen 100.000 Nederlandse biggen naar Poolse afnemers, terwijl dat er in 2016 nog ruim 300.000 Nederlandse biggen werden afgezet. Dit jaar neemt de biggenexport naar Polen weer toe, aangejaagd door de lage biggenprijzen. Polen zijn prijskopers, maar ook zij willen alleen kwaliteitsbiggen afnemen.

Bekijk meer over:

Weer

  • Zaterdag
    7° / 2°
    10 %
  • Zondag
    4° / 0°
    10 %
  • Maandag
    4° / -3°
    20 %
Meer weer