ABZ+Diervoeding%3A+%27Eerste+snede+is+suikerkuil%2C+pas+ermee+op%27
Achtergrond
© Twan Wiermans

ABZ Diervoeding: 'Eerste snede is suikerkuil, pas ermee op'

Het seizoen van 2020 typeert zich door snelle voorjaarskuilen, matige zomerkuilen en droge mais. Met een beetje geluk profiteren veehouders van het eiwitrijke najaarsgras. Het stalrantsoen zal bij velen moeten worden gecorrigeerd. Extra eiwit en trage voerproducten zijn gewenst. En wie heel droge mais heeft, kan water toevoegen.

De ruwvoerwinning hield het afgelopen jaar niet over. Door de droogte zijn meststoffen onvoldoende omgezet en dat zorgde voor weinig eiwit in het gras. Als het om eiwit gaat, zijn de pijlen gericht op de nazomer en herfst. De mineralisatie in de bodem is inmiddels goed op gang gekomen, waardoor het najaarsgras bomvol eiwit zit.

Het herfstgras bevat een ruw eiwitgehalte boven de 22 procent, zo blijkt uit de 'vers gras monitor' van ABZ Diervoeding.

Sjon de Leeuw van PPP-Agro Advies is adviseur in het westen en Noord-Nederland. Hij zag dat boeren de eerste snede veelal te snel oogstten. Terwijl de tweede snede in zijn regio juist grof en zwaar was, met weinig voederwaarde, veel structuur en weinig eiwit.

Snijd de grove zomerkuilen goed fijn, dan help je de koe alvast

Izak van Engelen, productmanager van ABZ Diervoeding

In het zuiden van Nederland liggen wel topkuilen op het erf. Johan Absil, specialist rundveehouderij bij Voergroep Zuid, ziet veel goed verteerbare eerste sneden. 'Kijk goed hoe je die gaat inzetten. Je kunt die combineren met de zomerkuil. Maar je zit dan wel met een te lage voersnelheid van beide kuilen.'

Door de droogte in de zomer konden vooral boeren in Zuid- en Oost-Nederland onvoldoende gras oogsten. Behalve als ze beregenden of het geluk hadden dat er voldoende regen viel.

Opbrengstderving tot 30 procent

'Maar bij het gros zag je graspercelen die door de stress eerder in de aar schoten. Dit gras bevatte weinig eiwit', weet Absil. Op de zandgronden schat hij de opbrengstderving op 25 tot 30 procent, vergeleken met een normaal jaar. Aankoop van voer is onvermijdelijk.

Productmanager Izak van Engelen van ABZ Diervoeding ziet dat veel boeren mais aankochten. 'Gras was niet te krijgen, maar snijmais wel.'

Niet alleen de opbrengst van de zomerkuilen was slecht, ook de kwaliteit was matig. Door de droogte schoten de tweede en derde snede snel door. Het gras is eiwitarm, verhout en bevat veel structuur. 'Daardoor zijn de zomerkuilen broeigevoelig', stelt Van Engelen. Eurofins Agro bevestigt dit. De broei-index van de zomerkuilen ligt op 40, terwijl dat in gemiddelde jaren 30 is.

Winterrantsoen

Het winterrantsoen zal her en der behoorlijk moeten worden gecorrigeerd. Het inzetten van de snelle voorjaarskuilen vraagt om aandacht. Ze kennen een hoge verteringssnelheid in de koe. De celwanden van het gras worden snel afgebroken en daardoor daalt de zuurgraad in de pens, met het risico op pensverzuring. Koeien raken dun op de mest en de voeropname daalt. Hoe langer dit speelt, des groter de gevolgen voor de koe en het bedrijfsresultaat.

'Maar liefst 25 procent van de voorjaarskuilen van onze boeren bevat meer suiker dan eiwit. Opmerkelijk en een punt van aandacht', zegt Van Engelen. Hij adviseert om koeien maximaal 4 tot 5 kilo droge stof per dag van dit 'suikergras' te geven. Verder kun je er een tweede of derde snede naast voeren.


 

'Vanwege de grofheid van dit gras is het aan te raden om het goed fijn te snijden. Zorg dus voor scherpe messen in de voermengwagen', tipt Van Engelen. 'Met kleine voerdeeltjes help je de koe alvast een handje. Anders gaat het te traag door de koe en remt het de voeropname.'

Hoge voeropname nodig

Bij zulke suikerrijke kuilen is het volgens Van Engelen belangrijk dat de totale voeropname hoog is, waardoor de koe veel herkauwt, veel buffer aanmaakt en daardoor meer aankan.

Om het lage eiwitgehalte in het rantsoen aan te vullen, kan de veehouder kiezen voor bijvoorbeeld bierbostel, luzerne of raapschilfers. Dit laatste product bevat volgens Van Engelen snel penseiwit wat goed past bij de snelle suikers.

Het eiwitrijke herfstgras is welkom in het rantsoen. Van Engelen: 'Probeer lang door te gaan met weiden of zomerstalvoedering. Houd er bij weidegang wel rekening mee dat koeien te weinig energie kunnen opnemen. Voer dus op stal voldoende bij.'

Mais als tegenhanger

Mais is ook een mooie tegenhanger van het snelle voorjaarsgras. 'We zullen de voederwaarden nog moeten afwachten', zegt Absil. 'Ik heb de indruk dat de mais behoorlijk droog is. Door het vochttekort is het behoorlijk verhout en daardoor traag verteerbaar.'

Deze kuilen zouden voor een goede conservering en vertering volgens Absil enkele maanden langer moeten blijven zitten, voordat ze worden gevoerd. Wie ze toch meteen voert, dient te corrigeren op pensniveau. 'Je kunt ook nog water toevoegen voor een betere opname en benutting van het voer.'


Melkveehouder Jelle Bouma in Scharnegoutum ©Foto: Niels de Vries

'Maximale opbrengst, minimale kosten'

Om bij het rantsoen de puntjes op de i te zetten, besteedt melkveehouder Jelle Bouma in Scharnegoutum de rantsoenberekening uit aan onafhankelijk adviseur Teun Sleurink. Een heel gepuzzel, weet Bouma. 'We willen een maximale opbrengst behalen met minimale kosten.'

Half september maaide de ondernemer de vijfde snede. 'Met ongeveer 3.000 kilo droge stof een zeer royale snede', blikt hij terug. Bouma probeert precies om de vier weken te maaien voor een goede opbrengst en voederwaarde. Dat is dit jaar niet altijd helemaal gelukt. 'De opbrengsten waren wat wisselend. De tweede en derde snede schoten wat snel in de aar. Hierdoor gaven deze geen topvoederwaarde.'

De melkveehouder past summer feeding toe. De koeien krijgen jaarrond een zo constant mogelijk rantsoen. Dit helpt voor een optimale melkgift van de 270 koeien. De kwaliteit van de eerste snede lijkt goed met een hoge VEM-voederwaarde en veel suiker, zo blijkt uit de kuiluitslag. Van latere sneden zijn nog geen uitslagen binnen. Deze eerste snede wordt op dit moment gevoerd in combinatie met een latere snede van vorig jaar.

Bouma voert altijd uit twee aparte sleufsilo's, zodat hij kan bijsturen op een constant rantsoen. Daarnaast krijgen de koeien snijmais van eigen land en enkelvoudige bijproducten, zoals raap en maisvlokken. De verhouding tussen kuilgras en mais is ongeveer 80-20. Dit is afhankelijk van de graskuilkwaliteit. Bij een goede kwaliteit wordt iets minder mais gevoerd.

De mais is deels binnen. Na vogelschade moest wat worden overgezaaid. Deze mais is nu met 30 procent droge stof nog niet rijp.

Lasagnekuil niet constant

Jelle Bouma maakte voorheen een lasagnekuil. Hier is hij nu vanaf gestapt. 'De verhouding tussen de sneden in die kuil wisselt. Vooraan heb je meer van de ene snede, achteraan meer van de andere.'

Melkveehouder Arnold van Schriek in Netterden ©Foto: Jan Van den Brink

'Hoge productie met eenvoudig rantsoen'

Het melkveebedrijf van Arnold van Schriek in Netterden heeft de focus op veel eiwit van goede kwaliteit van eigen land. Hierdoor wordt volgens hem een hoge melkproductie gehaald op een eenvoudig rantsoen van mais en gras. Vers gras heeft de voorkeur.

Als deelnemer aan onder meer de Vruchtbare Kringloop Achterhoek heeft het bedrijf veel oog voor teelt en voeropname.

Voor een goede grasbenutting worden weiden en zomerstalvoedering toegepast. Er wordt gewerkt volgens het Nieuw Nederlands Weiden. De eerste snede van de 34 hectare gras wordt op 6 hectare na gemaaid, de tweede snede voor de helft. Die 6 hectare is voor het eerste weideplatform. De 20 hectare huiskavel wordt ingezet om te beweiden.

De eerste twee maaisneden zijn voldoende voor het winterrantsoen. Het bedrijf heeft 8 hectare mais. Arnold van Schriek roemt de kuilen met bijna 1.000 VEM per kilo droge stof. Daarbij is de hoeveelheid Darm Verteerbaar Eiwit (DVE) hoger dan de Onbestendige Eiwit Balans (OEB). Dat past hem wel. 'Het DVE wordt efficiënt benut.'

Met dit gras wil de melkveehouder naar een rantsoen met 70 procent gras en 30 procent mais. 'Misschien nog wel minder mais, om het gras beter te benutten. Ik wil een deel als maiskolvensilage oogsten om het gras nog beter te benutten.'

De grasteelt heb je volgens Van Schriek zelf in de hand. 'En met de deelname aan derogatie is er voldoende gras beschikbaar. Door minder eiwit aan te voeren in de vorm van krachtvoer krijg je een betere stikstofbenutting en een hoger aandeel eiwit van eigen land.'

Droogste plek van Nederland

De omgeving van Netterden was dit jaar met 30 millimeter in de zomer extreem droog. Door mais vier keer en gras vier of vijf keer te beregenen, hield de familie Van Schriek de gewassen gezond.

MelkveehouderJan-Henk Verburg in Zwammerdam ©Foto: Pim Mul

'Later gemaaid en droger ingekuild'

Melkveehouder Jan-Henk Verburg in Zwammerdam is tevreden over zijn graskuil. Door iets later te maaien en het gras iets droger in te kuilen, is het gelukt om het totale ruweiwitgehalte naar beneden te krijgen. 'Dan krijg je een andere kuil waar je meer mee kunt.'

Met het bemesten en maaien moet je een jaar vooruit kijken, zegt de melkveehouder die geen mais voert. 'Wanneer gebruik ik welke graskuil'. De eerste twee sneden zijn voor de winterperiode, latere sneden worden in de weideperiode bijgevoerd. 'De koeien halen dan al veel eiwit uit vers gras, 's-nachts krijgen ze iets minder eiwit via een wat armere kuil van de latere snede en eiwitarme brok.'

Om toch inzicht te krijgen in de voederwaarde, laat Verburg iedere week door De Samenwerking het verse gras analyseren. 'Dan krijg je inzicht in hoe het ervoor staat en is ook gemakkelijk bij te sturen.'

Dit jaar wachtte de ondernemer bewust met het maaien en ging het gras droger in de sleufsilo. 'Terwijl voorgaande jaren de kuilen 210 tot 220 gram ruw eiwit bevatten, is het dit jaar 172 gram. Omdat ik enkel gras voer, kunnen de koeien weinig met onbestendig eiwit wat in de pens wordt omgezet. Voor die omzetting moet je alsnog bijsturen met extra krachtvoer.'

Dit jaar is dat volgens Verburg anders. 'Deze droge kuil heeft een hoog ADL-gehalte van 24. Dit betekent dat de kuil veel onverteerbare celwanden bevat, wat positief is voor de penswerking. Ook bevat de kuil van dit jaar juist meer darmverteerbaar eiwit dan voorgaande jaren. Dat kan de koe direct opnemen. Het is de truc om de koeien zo efficiënt mogelijk met eigen eiwit te laten omgaan. Daar past dit bij.'

Geen inkuilverliezen bij beweiden

Jan-Henk Verburg doet aan Nieuw Nederlands Weiden. De koeien gaan in het vroege voorjaar naar buiten en dat doen ze nog steeds. 'Weiden geeft geen VEM-verliezen.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Vrijdag
    15° / 13°
    40 %
  • Zaterdag
    16° / 12°
    20 %
  • Zondag
    15° / 11°
    70 %
Meer weer