Eurofins+signaleert+veel+problemen+boterzuur
Nieuws
© Ploeg

Eurofins signaleert veel problemen boterzuur

Agrarisch laboratorium Eurofins Agro in Wageningen signaleert dit jaar veel problemen met boterzuur. Volgens het onderzoekslab komt dat doordat er in de eerste week van mei veel voorjaarskuilen ingekuild zijn met een laag drogestofgehalte en daarnaast hoog eiwit.

Zuivelverwerkers laten de laatste maanden steeds vaker weten dat zij een negatieve invloed van boterzuursporen op de productieprocessen constateren. Boterzuursporen kunnen de melk verontreinigen. 'Een hoog gehalte boterzuur in de kuil betekent bovendien veel voederwaardeverlies', is te lezen op de website van Eurofins Agro. Ook maiskuilen kunnen een bron zijn van boterzuursporen.

Boterzuursporen komen via het voer in de mest terecht en vervolgens op de spenen van koeien, waarna ze tijdens het melkproces in de melk komen. Boterzuur wordt geproduceerd door verschillende soorten boterzuurbacteriën, die melkzuur omzetten in boterzuur en diverse gassen. 'Dit proces kost veel energie en een hoog boterzuurgehalte betekent dan ook veel voederwaardeverlies', waarschuwt het onderzoekslaboratorium. 'Soms wel tot 50 procent. Daarnaast zorgt de geur voor verminderde opname door het vee.'

Boterzuursporen

De bacterie zelf is niet het grootste probleem. Door het verhitten van de melk worden wel de bacteriën gedood, maar niet de sporen. Zodra de omstandigheden voor de bacterie weer beter worden, ontkiemen deze sporen.

De sporen van boterzuurbacteriën zitten in grond en mest. 'Veel verontreiniging van het te oogsten gewas is dus een risico. Evenals zichtbare mestdeeltjes in het grasland', stelt Eurofins. De sporen kunnen zich ontkiemen in het kuilvoer. Als de omstandigheden zeer gunstig zijn zullen ze dan snel vermeerderen alvorens deze populatie weer opnieuw sporen vormt.' Gunstige omstandigheden voor de boterzuursporen zijn een drogestofpercentage onder de 40 procent en een hoge pH in de kuil van meer dan 4,2.

Natte kuilen

Volgens Eurofins Agro vormen natte, eiwitrijke kuilen met een hoog ruw-asgehalte een risico. 'Maar ook voorjaarskuilen met een drogestofpercentage onder de 40 procent kunnen veel boterzuur vormen als het lang duurt voordat de pH is gedaald. Hoe sneller een kuil stabiel is, hoe beter.'

Vaak wordt gedacht dat graskuilen het grootste risico vormen. Maar dat blijkt niet het geval te zijn, stelt Eurofins Agro. 'Maiskuil is tegen de verwachtingen in de meest voorkomende besmettingsbron op een bedrijf. Omdat het product sterk en snel verzuurd wordt mais niet vaak gezien als een risicofactor. Een zurenanalyse laat ook zelden tot nooit een hoog boterzuurgehalte zien. Echter is in onderzoek aangetoond dat de boterzuurafwijkingen in de melk wel ruim 60 procent van de gevallen uit de mais afkomstig zijn. Dan praten we vooral over kuilen met zichtbare broei- of schimmelplekken.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Donderdag
    6° / -1°
    10 %
  • Vrijdag
    8° / 2°
    10 %
  • Zaterdag
    7° / 3°
    10 %
Meer weer