Koe+geeft+weinig+biest+door+slechte+voeropname
Nieuws
© Twan Wiermans

Koe geeft weinig biest door slechte voeropname

Melkveehouders kloppen regelmatig aan bij Gezondheidsdienst voor Dieren (GD), omdat koeien na het afkalven te weinig biest produceren. Volgens GD ligt de verklaring hiervoor in de laatste twee tot drie weken voor afkalven. Daar moet het kloppen.

De laatste weken voor het afkalven dient het management optimaal te zijn. In deze periode worden de antistoffen in het lichaam van de koe overgedragen naar biest in de uier, blijkt uit onderzoek. Dit proces stopt abrubt op het moment van afkalven en gebeurt onder invloed van hormonen.

Geregeld bellen veehouders GD met vragen over koeien die afkalven met te weinig uier en onvoldoende biestproductie voor het kalf. De oplossing ligt volgens de dienst dus in de optimalisatie van de laatste twee tot drie weken van het afkalven.

Een verlaagde biestproductie kan onder andere worden veroorzaakt door een korte droogstand, onvoldoende drogestofopname in de droogstand en een te ruime conditie van droge koeien. Ook rantsoenen met een extreem lage kat- en anionbalans of te weinig vitamine D zijn funest. Verder speelt de genetische aanleg een rol bij een eventuele lage biestproductie.


Hittestress en melkziekte

Hittestress is een mogelijke oorzaak van te weinig drogestofopname rond het afkalven. Maar ook subklinische en klinische melkziekte kunnen voor een lagere voeropname zorgen. Verder is een hoge bezetting aan het voerhek niet ideaal en spelen de hoeveelheid en kwaliteit van het voer een rol.

De kwaliteit van de voeding van de droge koe is een belangrijke factor voor de kwaliteit van de biest. Te veel energie in het droogstandsrantsoen geeft een slechtere biestkwaliteit. Verder blijkt biest in de herfst en winter vaker van minder goede kwaliteit te zijn.

Weer

  • Zaterdag
    15° / 11°
    10 %
  • Zondag
    14° / 13°
    90 %
  • Maandag
    12° / 8°
    20 %
Meer weer