Voedselveiligheid+telt+ook+bij+afvoer+koe
Achtergrond
© Fotografie Twan Wiermans

Voedselveiligheid telt ook bij afvoer koe

Het Voedselketeninformatie(VKI)-formulier helpt bij het bewaken van de voedselveiligheid. Toch constateren toezichthouders dat het hierbij het nodige misgaat. Soms bewust uit angst, vaker door onwetendheid. Voedselveiligheid geldt niet alleen voor melk, maar ook voor het vlees van de koe, waarschuwt het NVWA.

Het VKI-formulier voor de rundveesector bestaat tien jaar en bevat informatie over de gezondheidsstatus van en medicijngebruik voor het dier. Het is bedoeld om het slachthuis te informeren en helpt als borgmiddel bij het beoordelen of een dier geschikt is voor consumptie.

Tegenwoordig wordt meer dan 99 procent van de formulieren digitaal verstuurd. Een mooie score maar het invullen vraagt nog aandacht, stelt Petra Dop, senior inspecteur veterinair bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). ‘Voor melkvee is de slacht vaak een eindstation. Sommige melkveehouders denken bij voedselveiligheid vooral aan de melkleveringen, maar het speelt ook bij de afvoer van de koe.’

Dop benadrukt dat enkel gezonde dieren geslacht mogen worden. ‘Een zieke koe slachten met koorts is not done. De koe mag wél lokaal een afwijking hebben. Bij het juist invullen van dit formulier, kan hierop worden ingespeeld om te zorgen dat er enkel goed vlees van een dier komt.’

Juist een niet-correct ingevuld formulier roept vragen op

Arne Korthout, inspecteur NVWA

Verklaring voor spuitplek

Het is zaak het VKI-formulier goed in te vullen, benadrukt de senior inspecteur. ‘Tijdens de slacht kan blijken dat een formulier niet matcht met bevindingen bij de koe. Mochten we bij het dier een spuitplek zien, dan verwachten we een notitie op het formulier. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor uierontsteking.’

‘Voordat een dier richting slachthuis gaat, moeten veehouders zich afvragen of het dier voor consumptie geschikt is en of ze vlees van het dier zelf zouden eten.’


Ook NVWA-inspecteur Arne Korthout benadrukt dat een ondernemers moeten weten wat zij doen. ‘Laatst had een slachthuis twijfels of een koe nog in de wachttermijn zat. Het VKI-formulier liet zien dat het dier vanwege die termijn niet geslacht mocht worden. Terug halen was geen optie, overnachten ook niet. Daarop verdween het dier in de kadaverput. Dat wil niemand, ook de veehouder niet.’


Rekening houden met wachttermijn

Dop vult aan: ‘Een boer die bewust het VKI-formulier invult, kijkt ook of de koe ziek is geweest en hoe het dier is behandeld en naar de eventuele wachttermijn. Vervalt die termijn na de slachtdatum, dan moet de veehouder stoppen met het VKI-formulier en wachten met het afvoeren van de koe.’

Tussen de 100 en 200 meldingen worden jaarlijks vanuit de slachterij gedaan aan de buitendienst van de NVWA. Die bezoekt vervolgens de veebedrijven om de juiste informatie over een dier te achterhalen. ‘Hier kunnen consequenties aan zitten’, stelt Dop. Bij een aantal misstanden wordt ter plekke beslist of wordt telefonisch met de veehouder overlegd voordat een beslissing wordt genomen.


Meestal geen opzet

Dat het soms niet goed gaat, heeft volgens Dop verschillende oorzaken. ‘Ik denk dat het een enkele keer opzet is. Ik ga ervan uit dat het bij een ander deel om menselijke fouten gaat. Bijvoorbeeld doordat degene die het formulier invult niet op de hoogte is van de behandelingen. Bij een ander deel spelen verkeerde keuzes, misschien soms wel bewust.’

Wat ook mee kan spelen is dat bij een digitaal formulier een veehouder niet meer automatisch alle vragen te zien krijgt en met één klik alles op ‘nee’ kan zetten. Korthout: ‘Daar hebben we als inspecteurs wel eens gedachten bij. Maar er is één persoon die dit echt weet, en dat is de veehouder.’

Sommige ondernemers zijn bang voor een NVWA-controle wanneer ze alle informatie juist opgeven, vermoedt Korthout. Volgens hem is die vrees ongegrond. ‘Komt het VKI-formulier overeen met de bevindingen op het slachthuis, dat is het voor de NVWA reden om niet te controleren. Juist een niet-correct formulier roept vragen op. Dit leidt vaak tot een nadere controle bij de veehouder’.


Infuus calcium-magnesium

Veehouders vinden het trouwens ook niet altijd duidelijk wat er wel en niet moet worden ingevuld, blijkt in de praktijk. ‘Stel dat een middel wordt ingezet met 0 dagen wachttermijn, of het is geen antibioticum. Denk aan een infuus met calcium-magnesium bij melkziekte. Dit heeft geen wachttijd, maar als een koe in de dagen daarna geslacht wordt, zien we bij de inspectie van het rund vaak wel een bloeduitstorting en daardoor aanwijzingen voor een injectie’, vertelt Korthout.


‘Als er alleen een infuus is gegeven, is het vlees op zich veilig, maar bij het verkeerd invullen denkt de officiële dierenarts dat iets niet klopt. Een behandeling is immers niet gemeld. Dan wordt het voor de dierenarts raden wat er gegeven is. Alleen een infuus zonder wachttermijn of ook nog een pijnstiller met wachttermijn?

’Daarom is het belangrijk dat alle behandelingen worden gemeld. Vaak zijn toegediende middelen al uit de wachttermijn en daardoor onschuldig, maar op het slachthuis kun je dat aan de buitenkant niet zien’, waarschuwt Korthout.

Bekijk meer over:

Weer

  • Zaterdag
    5° / 0°
    10 %
  • Zondag
    4° / -1°
    20 %
  • Maandag
    4° / 0°
    40 %
Meer weer