Eiwitnorm+aan+krachtvoer+voor+melkvee
Achtergrond
© Fotografie Twan Wiermans

Eiwitnorm aan krachtvoer voor melkvee

Een tijdelijke beperking van ruw eiwit in krachtvoer moet extra ruimte opleveren voor de bouw. Dat is het voorstel van landbouwminister Carola Schouten. Het moet nog groen licht krijgen van de Eerste en Tweede Kamer en Europa. Niet iedereen reageert enthousiast.

Het is een van de spoedmaatregelen om Nederland uit de directe stikstofimpasse te halen. Doel van de regeling was om in 2020 3,6 mol stikstof per hectare te winnen. Dit komt neer op een emissiereductie van 0,6 kiloton op jaarbasis.

Omdat de regeling pas op 1 september in werking gaat treden, is de reductie beperkt tot 0,2 ton voor de laatste vier maanden van dit jaar. Door de regeling nu al bekend te maken, hebben boeren de tijd om hier rekening mee te houden via voeraankopen en door eventuele voorraden eiwitrijke producten weg te werken.

Dat laatste is niet altijd handig, vers gras bevat in de zomer voldoende ruw eiwit. Een extra eiwitgift om voorraden weg te werken is daarom voertechnisch gezien water naar de zee brengen. Voor boeren een dilemma, bij overtreding volgt een geldboete.

Aanpassingen in het rantsoen werken kostprijsverhogend

Jan Dijkstra, universitair hoofddocent diervoeding bij WUR

Uitzonderingen

Overigens wordt voor tarwegistconcentraat en bierbostel een uitzondering gemaakt, omdat deze producten goed passen binnen het kringloopdenken van de landbouw. Dat geldt ook voor voederbieten, veldbonen en kunstmelkpoeder.

Voor de normen die gaan gelden voor het krachtvoer wordt 2018 als referentiejaar genomen. In dat jaar bevatte gras veel ruw eiwit. En dit werd toen minder via het krachtvoer verstrekt dan gemiddeld.
Omdat Nederland is ingedeeld in verschillende gebieden, worden voor verschillende grondsoorten ook andere normen gehanteerd. In bepaalde gebieden is de hoeveelheid eiwit uit ruwvoer hoger dan in andere gebieden.

Zo geldt voor zand- en lössgrond, waar nogal eens mais wordt bijgevoerd, een norm van 191 gram ruw eiwit per kilo diervoeder. Voor klei is dit 171 gram en voor veengronden 164. Bij het bepalen van de grondsoort waar een bedrijf onder valt, is het grootste aandeel in het areaal leidend.


Tekst gaat verder onder kader

Nevedi: 'Het totale rantsoen vraagt om maatwerk'

Henk Flipsen van de Nederlandse Vereniging Diervoederindustrie (Nevedi) noemt het huidige voorstel niet effectief. 'Het mengvoer is slechts een deel van het rantsoen. Ieder rantsoen is anders, net als iedere grondsoort.' Ook noemt Flipsen het een onmogelijk dure regeling die zijn effect mist. Niet alleen voor een aantal mensen die losse grondstoffen als soja inzetten wordt het lastiger, volgens Flipsen merkt bijna iedere veehouder de gevolgen. 'Melkveehouders kunnen hun rantsoen niet optimaliseren en dat kost geld. Daarbij kunnen ondernemers wel sturen op meer eiwit uit gras, maar de praktijk is weerbarstig. Hierdoor kun je juist een averechts effect krijgen, bijvoorbeeld doordat de weersomstandigheden op het juiste moment niet goed zijn.' Inhoudelijk kan Flipsen op de regeling verder niet reageren. 'We studeren op dit moment op de tekst. Wat staat er precies en op welke juridische grond is dit tot stand gekomen? Komende week wordt de regeling binnen het algemeen bestuur besproken. Daar beraden we ons over wat we gaan doen met deze regeling. Maar in principe staan voor ons alle mogelijkheden open.'

Daarbij speelt bij zand- en kleigronden de intensiviteit een rol. Voor intensievere bedrijven wordt de norm iets verhoogd. Zo geldt voor een bedrijf op klei met een melkproductie van meer dan 20.000 kilo per hectare een norm van 173 gram.

'In onze beleving moet met deze indeling iedere ondernemer dezelfde inspanning leveren om de hoeveelheid ruw eiwit omlaag te brengen. Per categorie is deze hoeveelheid met dezelfde mate teruggebracht. Natuurlijk is er spreiding binnen de categorie', stelt een woordvoerder van LNV.

Om de diergezondheid in het oog te kunnen houden, geldt een minimumeis van 155 gram ruw eiwit in het totale rantsoen. Dit geldt bijvoorbeeld voor bedrijven die ruwvoer verstrekken met een laag eiwitgehalte, met veel mais of natuurgras. LNV verwacht dat het hierbij om enkele bedrijven gaat. Zij mogen afwijken van de normen en de hoeveelheid ruw eiwit in het totale rantsoen opkrikken naar 155 gram. Bedrijven die hiervoor in aanmerking willen komen, moeten dit kunnen aantonen via de ingevulde KringloopWijzers.


'Hogere ammoniakemissie'

Jan Dijkstra, universitair hoofddocent diervoeding bij Wageningen University & Research (WUR), is minder te spreken over de maatregel, zo laat hij via Twitter weten. 'Vanaf september ontbreekt hiermee de mogelijkheid om melkvee naar individuele behoefte te voeren. Gelet op het basisrantsoen hebben sommige dieren meer eiwit nodig dan volgens deze regels maximaal in het mengvoer mag zitten. De maatregel leidt tot een daling in de melkproductie en daarmee tot een hogere ammoniakemissie dan verwacht.'



Ook verwacht de WUR-docent dat de maatregelen altijd kostenverhogend werken. 'Een deel van de veehouders zal de vermindering aan ruw eiwit willen compenseren door bijvoorbeeld meer graskuil en minder snijmais te voeren. Anderen zullen het management aanpassen en gras met meer eiwit willen oogsten, of juist meer krachtvoer willen verstrekken. Nodig of niet, het werkt altijd kostenverhogend.'


Webinar over stikstof

Wat betekenen de nieuwe stikstofregels voor uw bedrijf? Nieuwe Oogst organiseert samen met DLV Advies, LTO en WUR op dinsdag 12 mei om 20:30 uur een webinar.

Jan Dijkstra is een van de sprekers tijdens deze gratis online-bijeenkomst, waarin specialisten uitleg geven over de nieuwe regels. Aanmelden kan via nieuweoogst.nl/webinar-nieuwe-stikstofregels.


LTO: 'Laat boeren zelf beste route vinden'

LTO Nederland is geen voorstander van een pakket maatregelen van hogerhand. De organisatie stelt dat boeren hierdoor in de knel komen. Het is volgens LTO beter om ondernemers zelf de beste route naar het doel te laten vinden. Ook het feit dat het tijdelijke voerspoor in de melkveehouderij enkel dient om ruimte te creëren voor andere sectoren buiten de landbouw, stuit LTO tegen de borst. Het kabinet kiest met de reductie via het voerspoor voor verplichtingen op detailniveau voor het jaar 2020. Voor de situatie vanaf 2021 wil minister Carola Schouten van LNV alsnog afspraken maken met het Landbouw Collectief. De woensdag aangekondigde maatregelen zijn daarom in de ogen van LTO geen goede start, maar ze bieden wel enig zicht op verbetering in de daaropvolgende jaren. Het was beter geweest als er direct brede afspraken met de voltallige sector waren gemaakt. 'Maar we zullen de handschoen weer oppakken om voor 2021 een convenant te hebben met maatwerk, keuzevrijheid en integraliteit, in combinatie met een verdienmodel voor de melkveehouder. We zullen ook onderzoeken welke gevolgen dit beleid heeft voor onze melkveehouders', stelt een LTO-woordvoerder.

Weer

  • Woensdag
    12° / 10°
    70 %
  • Donderdag
    13° / 8°
    70 %
  • Vrijdag
    15° / 12°
    20 %
Meer weer