Stikstofvoerspoor%2C+makkelijker+gezegd+dan+gedaan
Achtergrond
© Twan Wiermans

Stikstofvoerspoor, makkelijker gezegd dan gedaan

Door te sleutelen aan het eiwitgehalte in het rantsoen kan de stikstofuitstoot van melkvee 10 tot 15 procent omlaag. Dat is in theorie. Maar in de praktijk is de introductie van zo'n stikstofvoerspoor behoorlijk complex. Hoe meet je het systeem en hoe wordt het geborgd? En kan het ruw eiwit in onze grasrijke rantsoenen überhaupt flink kelderen?

Directeur Henk Flipsen van de Nederlandse Vereniging Diervoederindustrie (Nevedi) zet nog veel vraagtekens bij de uitwerking van het stikstofvoerspoor. De materie is volgens hem veel complexer dan die van het fosfaatvoerspoor. Daarbij zijn duidelijke afspraken gemaakt over de hoeveelheid bruto fosfor in mengvoer. Flipsen: 'Deze aanpak is effectief gebleken.'

Maar bij stikstof is er volgens de Nevedi-directeur geen pasklare oplossing. Er spelen veel factoren mee die het stikstofgehalte in het rantsoen bepalen: grasmanagement, weersomstandigheden, regio, grondsoort en stalsysteem.


Meten

Ook heeft Nevedi nog veel vragen over hoe de maatregelen kunnen worden gemeten. 'Wil je dat doen op bedrijfsniveau of op sectorniveau? En hoe ga je het systeem borgen?' Inhoudelijk is de materie niets nieuws. 'We werken al sinds 2014 met LTO aan dit dossier in de vorm van het PAS-convenant.'

Goed voeren is eigenlijk het bij elkaar brengen van eiwit en energie in de juiste verhouding

Cathy van Dijk, projectleider project 'Proeftuin Natura 2000'

Ook volgens Jan Dijkstra, universitair hoofddocent Diervoeding bij Wageningen University & Research, is verlaging van de stikstofuitstoot geen simpele klus. 'Dat gaat niet van vandaag op morgen.'


Veiligheidsmarge

Dijkstra schat dat boeren in Nederland gemiddeld 10 procent ruw eiwit te veel voeren. 'Ze houden logischerwijs graag een veiligheidsmarge aan. Er is hier nog veel te halen, maar dat vergt maatwerk voor ieder bedrijf en dat heeft tijd nodig. 5 procent daling in eiwit kan zonder noemenswaardig verlies aan melkproductie, maar daarboven wordt het spannend.'

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt volgens de universitair hoofddocent Diervoeding dat de stikstofuitstoot van melkvee per kilo melk sinds 2013 behoorlijk is gestegen. In 2012 lag die uitstoot 8 procent lager dan nu. Belangrijke oorzaak hiervan is de invoering van de derogatie.


Snijmais

Het aandeel snijmais in het rantsoen daalde vanwege de aanscherping van de derogatie-eis. Deelnemers mochten in plaats van 30 procent nog maar 20 procent mais telen. 'De rantsoenen werden eiwitrijker door het vele gras. Ik ben dus voorstander van meer maisteelt in Nederland, maar dan wel via een moderne en duurzame teelt.'

In Nederland was het gemiddelde ruweiwitgehalte in het totale rantsoen voor melkkoeien 16,8 procent, blijkt uit de Kringloopwijzer van 2018. Voerleverancier Agrifirm is ervan overtuigd dat de ruweiwitgehaltes van rantsoenen zonder probleem kunnen worden verlaagd naar 14,5 tot 15 procent. Hiermee wordt de stikstofefficiëntie hoger, de stikstofexcretie daalt met 10 procent en de ammoniakemissie neemt met 10 tot 15 procent af.


Uitbalanceren

'Door het rantsoen beter uit te balanceren, wordt de fosfaataanvoer bovendien gereduceerd met 4 tot 5 procent', zegt innovatiedirecteur Albert van den Belt van Agrifirm. 'Voor de veehouder betekent dit dat er per koe per dag zo'n 1 kilo minder eiwit wordt gevoerd in de vorm van soja en raapzaadschroot.'

De voerfirma kijkt al jaren in hoeverre het ruweiwitgehalte verder kan worden verlaagd zonder nadelige effecten voor melkproductie, gehaltes, verdienvermogen van de boer en diergezondheid.


Proeftuin Natura 2000

In het project 'Proeftuin Natura 2000' werken veehouders en adviseurs samen aan het behalen van Natura 2000-doelen met behoud van ontwikkelingsmogelijkheden voor de sector. Het voerspoor is een van de speerpunten. De ervaring leert ook hier dat het verlagen van ruw eiwit een grens kent bij 15 procent. Daarna biedt verdere verfijning van de voerprincipes mogelijkheden. Een goede penswerking is belangrijk voor de productie.

De omzetting van stikstof naar microbieel eiwit vraagt om energie. Als er niet genoeg energie is voor de omzetting, dan gaat stikstof verloren in de vorm van ureum in urine. Dat leidt tot meer vorming van ammoniak. 'Goed voeren is eigenlijk het bij elkaar brengen van eiwit en energie in de juiste verhouding', zegt projectleider Cathy van Dijk van 'Proeftuin Natura 2000'.


Grens

Melkveehouders balanceren met deze maatregel wel op op een grens, omdat te lage eiwitgehaltes een negatieve uitwerking op de voeropname en de gerealiseerde melkproductie kunnen hebben.


'Met sturen op ureum ben je op de goede weg'

Koeien & Kansen-bedrijven werken al langer aan een hogere benutting van stikstof, van 25,7 procent in 2015 naar 26,9 procent in 2017. De meeste bedrijven gingen efficiënter met stikstof om. De grootste stijgers in 2017 verminderden het aandeel graskuil, terwijl de VEM-gehalten van zowel de graskuil als de maiskuil waren toegenomen. 'Er zit veel in voeding. Het is een kwestie van veel energie en niet zoveel stikstof in de vorm van eiwit. Het hoeft niet per se te leiden tot minder productie, hoewel voor een hogere productie meer eiwit nodig is. Ook daar gaat het om diezelfde balans', zegt projectleider Michel de Haan. De Haan raadt ondernemers aan om te sturen op een laag ureumgetal. 'Dan doe je al goede dingen. Maar het borgen is lastig, temeer omdat het ureumgetal enkel bij melkkoeien wordt gemeten. Bij Koeien & Kansen wordt de stikstofefficiëntie bepaald met behulp van de bedrijfsspecifieke excretie.'

Goed borgen is lastig volgens Leon Sebek.
Goed borgen is lastig volgens Leon Sebek. © Proeftuin Natura 2000


'Stikstofuitstoot is lastig te borgen'

De Kringloopwijzer en het ureum zeggen beide iets over stikstofuitstoot via het voerspoor, maar de Kringloopwijzer geeft een resultaat weer en verandering in het melkureumgetal meer een beweging. 'Echt borgen is lastig, de gevraagde betrouwbaarheid is erg hoog.' Dat stelt veevoerspecialist Leon Sebek van Wageningen University & Research. Via de bedrijfsspecifieke excretie in de Kringloopwijzer kan worden vastgesteld wat de stikstofuitstoot in mest is. Maar volgens de onderzoeker zijn de onzekerheidsmarges nog te groot om veehouders af te rekenen op een harde norm. 'De onzekerheidsmarges rond stikstofexcretie liggen rond de 5 procent. Elke vervolgstap vergroot die onzekerheidsmarge, bijvoorbeeld bij ammoniakemissie. Het gaat er maar net om welke weg de mest verder op het bedrijf gaat. En welke onzekerheidsmarge is acceptabel?' Sebek denkt aan een andere borging waarbij de Kringloopwijzer een managementinstrument is om reductie te bewerkstelligen, ook al weet je niet of de norm wordt gehaald. 'Dan gaat het vooral om een positieve beweging en is de onzekerheidsmarge minder streng.' Afrekenen op ureum is lastig. 'Ureum is een indicator. Je kunt met melkureum geen excreties kwantificeren. Boer één heeft bij 9.000 kilo melk en een ureumgetal van 21 een excretie van 120 kilo per jaar, boer twee met hetzelfde ureumgetal een excretie van 130 kilo.'

Mat Winkelmolen Voergroep Zuid
Mat Winkelmolen Voergroep Zuid © Dirk Hol


'Ook in Zuiden zijn stappen mogelijk'

In het maisrijke Zuid-Nederland wordt al redelijk scherp op stikstofefficiëntie gevoerd, constateert Mat Winkelmolen, nutritionist van Voergroep Zuid. Toch zijn ook hier nog stappen mogelijk. 'We hebben een aantal mogelijke maatregelen al in de kast staan.' Winkelmolen ziet dat melkveehouders in Zuid-Nederland als gevolg van de maisrijkere rantsoenen beter met eiwit omspringen en daardoor efficiënter produceren als het gaat om stikstof. 'Veel bedrijven hebben een groot aandeel snijmais en/of bijproducten in het rantsoen. Hierdoor moeten ze het eiwitgedeelte aanvullen. Ze kunnen precies sturen op wat nodig is voor de behoefte van de koe qua eiwit. Aangezien eiwit aangekocht moet worden en relatief duur is, wordt hier kritisch naar gekeken.' Winkelmolen ziet mogelijkheden om middels toevoegmiddelen te werken naar een lagere stikstofuitstoot: 'Je kunt met additieven focussen op een goede benutting van het eiwit. Zo was de tweede snede dit jaar iets verhout, waardoor dit lastig verteert. Het is dan verstandiger om additieven toe te voegen waardoor dit gras goed verteerbaar wordt, wat het eiwit en de energie beter benutbaar maakt.' Winkelmolen weet dat er producten zijn die de vertering van de hele organische stof verbeteren. 'Ook die kosten geld. Maar het is nog onduidelijk hoe de overheid de stikstofreductie wil aanpakken.'
Sjon de Leeuw
Sjon de Leeuw © Dirk Hol

'Efficiëntie kwestie van strak plannen'

Een strakke planning en die planning ook vasthouden. Dat is volgens Sjon de Leeuw van PPP Agro Advies een van de ingrediënten om de stikstofuitstoot te beperken. In de Proeftuin Veenweiden is het beperken van de stikstofemissie onderzocht. Het leverde drie handvatten op die lijken op het plan van het Landbouw Collectief. Het gaat om meer beweiden, mest verdunnen met water en minder eiwit toedienen via het voerspoor. Het voerspoor is volgens De Leeuw soms lastig. 'Beweiding is goed. Wat koeien aan gras eten, hoef je aan eiwit niet te kopen. Maar in de veenweiden heb je eerder te veel eiwit in het gras dan in een minder grasrijk gebied', zegt hij. 'Het is de kunst om een goede planning te maken, ook als het gaat om de bemesting. In de veenweiden is de grootste klapper om eiwitarmer gras te winnen in het voorjaar. Hier moet je ook naar bemesten.' En dan is het kunst om die planning vast te houden. 'Als je voor 4 ton drogestofopbrengst bemest, dan moet je ook wachten tot die 4 ton op het land staat. Sommige ondernemers willen bij goed weer eerder maaien, maar dan zit er te veel eiwit in het gras', zegt De Leeuw. 'Met 180 tot 190 gram ruw eiwit in het gras wordt het lastig om in het totale rantsoen het eiwit te drukken, zeker als er geen of weinig mais is het rantsoen zit. Een kwestie van strak plannen, hoewel dat met weerbarstig weer wel moeilijk is.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Dinsdag
    23° / 8°
    10 %
  • Woensdag
    21° / 10°
    50 %
  • Donderdag
    17° / 13°
    70 %
Meer weer