LTO%3A+%27Nieuwe+regels+ruw+eiwit+geen+goede+start+voerspoor%27
Nieuws
© Ida Hylkema

LTO: 'Nieuwe regels ruw eiwit geen goede start voerspoor'

LTO Nederland is kritisch op de vandaag afgekondigde maatregelen om het ruw eiwit in krachtvoer voor melkvee te beperken. Het gaat om een tijdelijke regeling voor de laatste vier maanden van dit jaar. Daarna wil landbouwminister Carola Schouten alsnog tot afspraken met de sector komen.

LTO is tegen een van bovenop opgelegd pakket regels waardoor boeren in de knel komen. Ook het feit dat dit tijdelijke voerspoor enkel dient om ruimte te creëren voor andere sectoren, stuit de belangenorganisatie tegen de borst.


Het was volgens LTO beter geweest als er direct brede afspraken met de voltallige sector waren gemaakt. LTO streeft ernaar om om voor 2021 een convenant te hebben met maatwerk, keuzevrijheid en integraliteit in combinatie met een verdienmodel voor de melkveehouder.


Tijdelijke regeling

Bij de tijdelijke regeling wordt ingezet op maximumnormen voor ruw eiwit in krachtvoer voor melkveebedrijven, waarbij rekening wordt gehouden met grondsoort en intensiteit.

LTO Nederland is tegen een dergelijke maatregel. Iedere ondernemer verplichten tot krachtvoermaatregelen past niet bij keuzevrijheid en maatwerk per bedrijf.


Totaalrantsoen

Daarnaast wordt niet het totaalrantsoen in ogenschouw genomen, terwijl gemiddeld driekwart van het rantsoen van melkvee uit ruwvoer – gras en mais – bestaat. De inzet vanuit het bedrijfsleven is niet voor niets geweest om het eiwitgehalte te verlagen in het totaalrantsoen. Dit doet het meeste recht aan de praktijk, is eenvoudiger en zal ook tot een groter resultaat in reductie van ammoniakemissie leiden.

LTO is wel positief over de subsidiemogelijkheid om veehouders verder te ondersteunen bij hun voermanagement door middel van gespecialiseerde bedrijfsadvisering.


Uitzondering voedermiddelen

Ook positief zijn de uitzonderingen van voedermiddelen die bijvoorbeeld uit eigen teelt komen, zoals luzerne en veldbonen, en restproducten die door melkveehouders worden verwerkt, zoals bierbostel en tarwegistconcentraat, en ook kunstmelkpoeder voor de kalveropfok. Dit doet recht aan de praktijk. Het zorgt ervoor dat rondom deze voedermiddelen geen problemen ontstaan met opslag en afzet en het draagt bij aan kringlooplandbouw.

Immers, volgens de regeling is het voor melkveehouders niet toegestaan om krachtvoeders die de normen overstijgen op hun bedrijf aanwezig te hebben en daarmee zouden deze voedermiddelen niet meer gevoerd kunnen worden.


Bijzondere rantsoenen

Ook is het volgens LTO Nederland goed om te constateren dat voor bijzondere rantsoenen een ontsnappingsclausule wordt geboden. Bedrijven met deze rantsoenen lopen anders een reëel risico dat zij hun dieren niet meer kunnen voeren om aan de minimale diergezondheidseisen te voldoen of om de productie op peil te houden, waaronder minimaal 155 gram ruw eiwit per kilo totaalrantsoen.

Dergelijke bedrijven kunnen op basis van Kringloopwijzerdata uit 2018 en 2019 aantonen dat zij wel op basis van een totaal rantsoen moeten worden afgerekend.


Diergezondheid

LTO Nederland hecht eraan om nogmaals te benadrukken dat de diergezondheid door deze maatregelen niet in het gedrang mag komen. Koeien die worden gemolken, droogstaande koeien en jongvee, al deze diergroepen hebben bijzondere en specifieke rantsoeneisen.



Bekijk meer over: