ZLTO+en+provincie+Zeeland+%27puzzelen+om+veehouderij+toekomst+te+bieden%27
Interview
© Camile Schelstraete (Duo Foto)

ZLTO en provincie Zeeland 'puzzelen om veehouderij toekomst te bieden'

ZLTO hoefde in de hete stikstofherfst in Zeeland geen protestacties te organiseren. Door snel in overleg te treden, werden de stikstofplooien gladgestreken. Toch moeten er nog moeilijke puzzels gelegd worden. Gedeputeerden Jo-Annes de Bat (Landbouw, CDA) en Anita Pijpelink (Milieu, PvdA) en ZLTO-bestuurder Joris Baecke over stikstof en zoetwater.

In het najaar van 2019 landde de hete aardappel van de stikstofcrisis op de borden van de provincies. Hoe raakten jullie als provinciebestuur met ZLTO in gesprek?

Pijpelink: ‘ZLTO kwam met het initiatief om samen aan tafel te gaan zitten. Daarop hebben wij gezegd, heel graag. Ik ben teruggekomen van mijn herfstvakantie. Daar heb ik nog steeds geen spijt van.’

'Stikstof en mesttekort kunnen enorm gaan botsen'

Landbouwgedeputeerde Jo-Annes de Bat, CDA

Baecke: ‘Er waren heel veel zorgen bij onze achterban, bij ons niet anders dan in alle andere provincies. De manier waarop we al jaren met de provincie in contact staan, oftewel de korte lijntjes, hebben we in dat bewuste weekend ook aangehaald. Een paar telefoontjes en het gesprek met GS en de commissaris van de Koning was geregeld.’

Hoe verliepen die gesprekken?

Pijpelink: ‘Het ging al heel snel naar waar het over moest gaan. Dat was weer een kiempje voor het vervolg. Er is geen draaiboek dat je uit de kast haalt, maar wel een geschiedenis van overleg. Blijkbaar kon daar heel goed op voortgeborduurd worden.’

Maar in het vee-luwe Zeeland valt het toch allemaal ook wel mee met de stikstofproblematiek?

Baecke: ‘Natuurlijk is in Zeeland de situatie echt even wat anders dan in veel andere provincies. De meeste stikstof komt uit België en van zee en we hebben weinig intensieve veehouderij. Maar soms hebben landelijk bedachte maatregelen daardoor juist hier veel meer impact, zeker als je weinig extern te salderen hebt. We moeten het komend jaar dan ook nog wel wat puzzelen om de veehouderij in Zeeland ook nog een toekomst te bieden.’

Voor het sluiten van kringlopen is het voor Zeeland misschien wel goed als er meer veehouderijen zouden zijn?

De Bat: ‘Dat is absoluut een volgende opgave. In Zeeland is gewoon een mesttekort. Er zijn veehouders die geld krijgen voor hun mest en er zijn er die moeten betalen om het af te zetten. Daarom moet je mensen bij elkaar zetten rondom de gezamenlijke vraagstukken in Zeeland, oftewel stikstof en het mesttekort. Die twee kunnen enorm gaan botsen maar we hebben ze wel allebei.’

Milieugedeputeerde Anita Pijpelink, PvdA.
Milieugedeputeerde Anita Pijpelink, PvdA. © Camile Schelstraete (Duo Foto)

Wat doet de provincie eraan om deze puzzel op te lossen?

De Bat: ‘Rondom de gebieden waar de stikstofdepositie te hoog is, moeten we iets met de veehouders die daar zitten, of niet. Dat onderzoeken we nu. En we moeten ook iets met het mesttekort. Dat kan betekenen dat je op vrijkomende locaties veehouders voorrang geeft terwijl ons beleid is: geen intensieve veehouderij. Dus de vraag is: wat komt er dan wel?’

Baecke: ‘Je zou ook kunnen denken aan een neventak veehouderij voor akkerbouwers. Dan ben je niet direct een instroom aan het organiseren want dat ligt in de Zeeuwse samenleving gevoelig, maar dat biedt de mogelijkheid om op bedrijfsniveau de kringloop te sluiten.’

Pijpelink: ‘We zijn nu bezig met de gebiedsgerichte aanpak voor stikstof. Hoe beter en eerder we dat in beeld krijgen en aan welke knoppen we kunnen draaien, des te meer ruimte we kunnen bieden voor dit soort processen. Met name de natuurgebieden Kop van Schouwen en De Manteling op Walcheren. Daar wordt de kritische depositiewaarde enorm overschreden, maar het zijn druppels op een gloeiende plaat als je de maximumsnelheid verlaagt of die enkele veehouder uitkoopt.’

De Bat: ‘Mest uitrijden heeft wel veel impact op de depositie. Dat is niet alleen die ene veehouder, maar het zijn ook alle akkerbouwers die mest uitrijden op hun land. Dat zijn wel vraagstukken waar je naar moet kijken. Maar willen we terug naar een depositiewaarde die klopt, dan moeten we terug naar de tijd van voor de industriële revolutie. Dat heeft dus geen zin.’

Dus het loopt wel los in Zeeland?

Baecke: ‘Nou, er is best wel wat aan de hand, dat moeten we ook niet ontkennen. Dat gaat verder dan alleen stikstof. Denk aan de beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen en het gebrek aan zoetwater. De oplossing ontstaat nog wel eens op tekentafels van anderen die niet het risico dragen voor de gevolgen. Daarvan zeg ik: ga mét die boer kijken wat mogelijk is en houd rekening met de ambities die je stelt.’

Pijpelink: ‘Ik heb me ook gerealiseerd dat iedereen al die tijd heeft geprofiteerd van het landbouwsysteem. Het is te makkelijk om bij een probleem met je armen over elkaar te gaan staan kijken wat de agrarische sector eraan gaat doen. Dat is niet fair. Ik herinner me heel goed dat Wim Bens in ons eerste stikstofoverleg direct aangaf dat ZLTO en de agrarische sector ook willen verduurzamen, maar niet op deze manier. Ik heb dat opgenomen als een uitgestoken hand en vanaf toen stond alles in die context.’

Zoetwater is een ander hot item in agrarisch Zeeland. In het bestuursakkoord staat dat het college een Deltaplan Zoetwater wil optuigen.

De Bat: ‘Het is tijd om als provincie de regie te pakken in de zoektocht naar zoetwater en niet alleen maar met elkaar daar over praten. Wat er is, moeten we borgen en als er te weinig is, moeten we kijken hoe we het krijgen. Voor de zomer moeten de eerste plannen over hoe we dat gaan doen op tafel liggen.’

Houd het Volkerak Zoommeer zoet en leg een tweede landbouwleiding aan, zullen veel boeren zeggen.

Pijpelink: ‘We hebben in de discussie over het Volkerak steeds gezegd; eerst het zoet, dan het zout. De investering is tot 2032 ook uitgesteld en dat geeft ons tot pakweg 2029 de tijd om te onderzoeken wat het beste is en wat de scenario’s zijn. Dat geeft voorlopig wat rust.’

Landbouwgedeputeerde Jo-Annes de Bat, CDA.
Landbouwgedeputeerde Jo-Annes de Bat, CDA. © Camile Schelstraete (Duo Foto)

In welke andere maatregelen zien jullie heil?

De Bat: ‘Dat is heel breed. Van opslaan van zoetwater in de bodem op erfniveau tot ander peilbeheer om te bufferen. We hebben nu nog geen heel grote oplossingen, het is veelal nog pionieren.’

Pijpelink: ‘Daarom hebben we het ook het Deltaplan genoemd, net zoals het oorspronkelijke Deltaplan. Dat was ook niet één oplossing voor veiligheid. De oplossing is niet alleen de aanvoer van zoetwater. Je moet ook bufferen en water efficiënt inzetten.’

Baecke: ‘We zijn blij dat er gekozen is om het probleem aan te pakken via de route van een Deltaplan want dan zet je een stevige ambitie neer die uit verschillende onderdelen bestaat. We hebben als ZLTO vorig jaar nog onze ambities en wensen voor het zoetwaterdossier gedeeld met het provinciebestuur. Je moet als het ware Zeeland klimaatadaptief maken door de kracht van de agrarische sector, het bedrijfsleven en de logistieke positie te benutten.’

Deltaplan Zoetwater op de korte termijn
Landbouwgedeputeerde Jo-annes de Bat (CDA) wil dat Zeeuwse boeren en tuinders, naast het feit dat er ruimtelijk beleid komt met de bijbehorende financiële middelen, al in de huidige bestuurstermijn (2019-2022) de eerste vruchten van het Deltaplan kunnen plukken. De Bat: ‘Wij willen wel binnen vier jaar iets hebben, zo werkt het natuurlijk ook. Misschien kunnen we een exploitatieplan voor een tweede landbouwleiding maken. Maar we hebben ook nog 600.000 liter water van Coroos dat nu nog de Westerschelde in wordt gepompt. Verschillende partijen denken erover na hoe ze dat water kunnen benutten.’ ‘Er komt een heleboel op tafel waarvan we eerst niet precies wisten dat het bestond’, stelt de gedeputeerde. ‘Kom maar op met ideeën en plannen, dan gaan wij wel kijken hoe we kunnen helpen en faciliteren.’

Bekijk meer over:

Weer

  • Woensdag
    17° / 13°
    50 %
  • Donderdag
    18° / 14°
    60 %
  • Vrijdag
    18° / 14°
    50 %
Meer weer