Aan+langer+groeiseizoen+kleven+ook+nadelen
Achtergrond
© Koos v.d. Spek

Aan langer groeiseizoen kleven ook nadelen

Minder nachten met vorst en een langer groeiseizoen. In potentie kunnen gras en gewas in Noordwest-Europa profiteren van de opwarming van de aarde. Maar aan het uitblijven van strenge winters kleven ook nadelen, zeker in de akkerbouw.

Kali strooien over de vorst. De momenten dat het kan, worden steeds schaarser. Tientallen centimeters diep bevroren grond is helemaal een zeldzaamheid geworden in de 21ste eeuw. In de jaren tachtig van de vorige eeuw was het nog heel normaal. Vergeleken met 75 jaar geleden is de duur van het vorstseizoen anno 2019 gemiddeld 30 dagen korter. In het najaar valt de eerste vorstdag gemiddeld 10 dagen later.

In het voorjaar is het verschil met vroeger niet minder groot. De laatste vorstdag in de lente valt gemiddeld 20 dagen eerder. Strenge vorst is in Nederland echt een zeldzaamheid geworden.

Uitwintering

De opwarming van de aarde vergroot de opbrengstenpotentie van gewassen en grasland, stelt het milieu-instituut EEA van de Europese Unie. Want het groeiseizoen is langer geworden en uitwintering van gras en granen is nagenoeg verleden tijd in Nederland. Vorig jaar was een groot deel van de eerste snee gras op de zandgronden eind april al ingekuild en de meeste mais was 1 mei al gezaaid. Uit cijfers van het suikerbietenteeltinstituut IRS blijkt dat de gemiddelde zaaidatum 14 dagen eerder valt.

'Strenge vorst is in Nederland echt zeldzaam geworden'

Zetmeelaardappels in Noordoost-Nederland blijven langer in de grond zitten, zegt Delphy-adviseur Bert Huizinga in Emmer-Compascuum (Dr.). Zeker dit jaar omdat er tijdens de extreem hete droge zomer heel weinig groei was en er dankzij de regen nog veel winst te behalen viel in september. 'In een najaar zoals dit jaar kan de zetmeelopbrengst wel met 30 procent stijgen door de oogst uit stellen.'

Lastig te herleiden

Ook het suikerbietentonnage stijgt voortdurend, al is het volgens IRS-coördinator voorlichting Jurgen Maassen niet precies te herleiden welk deel moet worden toegeschreven aan het langere groeiseizoen en welk deel te danken is aan betere genetica en teeltmanagement.

Bovendien stijgt het risico op vorstschade, als het groeiseizoen eerder begint. Al komt het maar zelden voor dat suikerbieten om die reden moeten worden overgezaaid of aardappelen opnieuw moeten worden gepoot.

Hart onbeschadigd

'Het blad kan er vreselijk zwart uitzien, maar als het hart van het plantje niet is beschadigd, herstelt het zich wel weer', zegt Maassen. Dit geldt niet alleen voor suikerbieten, maar ook voor mais en aardappelen, al zijn deze van oorsprong uitheemse gewassen gevoeliger dan suikerbieten.

Ook speelt de regio een rol. De kans op vorstschade in gezaaide gewassen en voor de eerste gemaaide graszode is het grootst in Oost-Nederland en Noordoost-Nederland. In de kustgebieden en Zeeland is dit risico verwaarloosbaar geworden, mede vanwege de hogere zeewatertemperatuur. In de fruitteelt blijft nachtvorst overal een risico.

Bodemstructuur

Ondanks de stijgende opbrengstpotentie kleven er ook veel nadelen aan de zachte winters, vooral in de akkerbouw. Verkoopleider Bram de Visser van de Zuidwest-Nederlandse coöperatie CZAV denkt in de eerste plaats aan de bodemstructuur.

Na een strenge winter is de Zeeuwse kleigrond in het voorjaar veel beter bewerkbaar en het waterbergend vermogen groter. 'Als het najaar dan ook nog eens heel nat verloopt, zoals dit jaar, wordt het lastig om de grond te bewerken en op tijd de grond winterklaar te leggen. Niet de temperatuur, maar vooral de hoeveelheid neerslag bepaalt de opbrengstpotentie van de gewassen in de Zeeuwse akkerbouw.'

Ziekten en plagendruk

Naast de verminderde draagkracht en de bewerkbaarheid van de bodem die de grotere opbrengstpotentie teniet kunnen doen, is ook de toenemende ziekten- en plagendruk een nadeel van klimaatverandering.

Huizinga van Delphy noemt de opkomst van de coloradokever in de Veenkoloniën. 'Er zijn wel middelen om de coloradokever te bestrijden, maar iedereen weet dat het middelengebruik onder druk staat. En gewasbescherming kost tijd en geld.' Huizinga gaat ervan uit dat een strenge winter de coloradokeverplaag sterk kan verminderen.

Opslag

Aardappel- en bietenopslag houden rechtstreeks verband met de zachte winters. In de suikerbietenteelt verergert vooral de vergelingsziekte die door luizen, die niet meer doodvriezen, wordt overgebracht.

In de aardappelteelt neemt de kans op aardappelmoeheid toe als gevolg van aardappelopslag, stelt Huizinga. Ook noemt hij aardappelbewaring als aandachtspunt als de (dauwpunt)temperatuur in het (late) najaar wekenlang te hoog blijft, waardoor het drogen in de bewaarschuur problematisch wordt.

Melkveehouderij

Anders dan in de akkerbouw heeft het langere groeiseizoen in de melkveehouderij meer voordelen dan nadelen. Er is meer ruimte om te beweiden, zowel in het voorjaar als in het najaar. Al geldt voor de klei- en veengrond net als in de akkerbouw dat de draagkracht in het voor- en najaar zeker zo bepalend is voor de grasgroeibenutting en opbrengstpotentie als de temperatuur.

Als strenge vorst uitblijft, sterven groenbemesters onvoldoende af. Het onderwerken van niet-verteerde plantenresten kan dan voor problemen zorgen.

Tenietgedaan

Op de zandgronden wordt het voordeel van zachte winters de laatste jaren in de zomer tenietgedaan door extreme droogte, vertelt jongveeopfokker Gerrit Vossers, in de Achterhoek bekend als de 'Weerboer van het Oosten'.

'En in het najaar groeit er wel veel gras, soms tot in december, maar de kwaliteit valt vaak tegen.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Woensdag
    7° / 4°
    20 %
  • Donderdag
    10° / 6°
    70 %
  • Vrijdag
    9° / 4°
    10 %
Meer weer