Hoe+zorg+je+dat+iedere+zeug+genoeg+drinkt%3F
Achtergrond
© De Snuitgeverij

Hoe zorg je dat iedere zeug genoeg drinkt?

Goede prestaties van de zeug hangen af van schoon, vers drinkwater. Soms mag je kraamzeugen enkele dagen een handje helpen om voldoende vocht binnen te krijgen. Bij dragende zeugen moet verspilling van drinkwater en een te lage of te hoge opname worden voorkomen. Zorg voor voldoende drinkplaatsen op de goede plek, met de juiste bak of nippel.

Bij het bepalen van de wateropname door zeugen is het op de eerste plaats van belang om na te gaan wat er wordt gemeten. Een watermeter geeft de hoeveelheid water aan die er doorheen is gestroomd. 'Dat is dus inclusief de vermorsing van water. Dat is niet hetzelfde als de wateropname door een zeug of groep zeugen', zegt Anita Hoofs, onderzoeker van Wageningen Livestock Research.

'Neemt niet weg dat de variatie in de wateropname tussen zeugen groot is. Een zeug kan te weinig drinken of veel meer dan nodig. Een onderzoek door Carola van der Peet van Wageningen University & Research in 1999 liet een verschil zien van 3,8 tot 26,7 liter per dag per dragende zeug.'

Recent onderzoek door onderzoeker Pieter Langendijk van Trouw Nutrition op het Swine Research Centre wijst uit dat de verschillen nog groter zijn. Daar werd met behulp van waterstations – vergelijkbaar met voerstations – de exacte wateropname per zeug gemeten. Morswater werd apart opgevangen. De wateropname verschilt van minder dan 3 liter tot meer dan 40 liter per dier per dag.

Maximaal twee dagen voor en na het werpen water bijgeven.
Maximaal twee dagen voor en na het werpen water bijgeven. © De Snuitgeverij

Stimuleer opname bij slechte drinkers met aangezuurd water

Anita Hoofs, onderzoeker van Wageningen Livestock Research

Langendijk: 'Zeugen die in het begin van de dracht weinig drinken, blijven dat doen. Hetzelfde geldt voor de zeugen die dagelijks veel water opnemen.'

Effecten onjuiste wateropname

Het onderzoek van Van der Peet wees uit dat een hoge wateropname – gemiddeld ruim 11 liter per zeug per dag – negatieve effecten heeft op het totaal aantal geboren biggen. Dat lag op 10,3 tegen ruim 12 biggen bij de zeugen met een gemiddelde of lage opname (cijfers uit 1999).

Langendijk heeft de zeugen onderverdeeld in categorieën: minder dan 4 liter, 4 tot 10 liter en meer dan 10 liter. Die verschillen in wateropname bleken geen effect te hebben op de voeropname. Ook de groei en spekdikte van de zeug en het aantal geboren biggen werd er niet door beïnvloed.

Wel bleek het gevolgen te hebben voor het geboortegewicht en de biestopname. Bij de zeugen die minder dan 4 liter per dag drinken is het geboortegewicht gemiddeld 50 gram lager en de biggen drinken de eerste levensdag 50 gram minder biest. 'Je moet dus in ieder geval een te lage opname van drinkwater zien te voorkomen', stelt Langendijk.

Drinkwater voor jonge biggen hoort schoon en vers te zijn.
Drinkwater voor jonge biggen hoort schoon en vers te zijn. © De Snuitgeverij

Geen goede verklaring

Een goede verklaring voor de enorme verschillen was er volgens Van der Peet niet. Wel lijken de zeugen die weinig drinken rustiger van aard, terwijl de dieren die veel drinken juist heel actief zijn. Langendijk kon ook geen goede verklaring vinden. 'Videobeelden laten geen relatie zien tussen gedrag, wegjagen en dergelijke. Wel drinken zeugen met een lage wateropname ook erg langzaam.'

Zowel Hoofs als Langendijk concluderen op basis van de onderzoeksresultaten dat een te lage en te hoge opname voorkomen moet worden. 'In de praktijk is dat niet zo eenvoudig. De meeste zeugenhouders weten niet eens hoeveel water hun zeugen drinken.'

Maatregelen

Neemt niet weg dat je volgens Hoofs wel enkele maatregelen kunt nemen. Op de eerste plaats is minimaal één drinkbak of -nippel per vijftien tot twintig dragende zeugen nodig. 'Driekwart van de wateropname vindt plaats tijdens en vlak na het voeren.'

De drinkplek moet op de juiste plaats zitten. Bij voerstations is dat waar zeugen eruit komen. Bij voerboxen met uitloop mogen ze tot 1 uur na het voeren uit de nippel in de box drinken. Daarna alleen nog uit een drinkbakje op de uitloop.

De drinkplek moet op de juiste plaats zitten.
De drinkplek moet op de juiste plaats zitten. © De Snuitgeverij

Type drinkbak belangrijk

Het type drinkbak noemt Hoofs ook erg belangrijk. Gebruik bij zeugen geen drinkbakje met een dakje erboven. 'Ze zal dan vaak met de bek gaan happen op de onderrand. Daardoor bestaat de kans dat ze niet genoeg drinkt en veel morst. Je moet een soort kom als drinker hebben', legt Hoofs uit.

Zijn er voldoende drinkplekken en de juiste drinkers met een waterafgifte van circa 1,5 liter per minuut, dan zit het meestal goed. Is de wateropname toch wat aan de lage kant, dan is het volgens Langendijk een optie om de laatste maand van de dracht het water aan te zuren.

Veeldrinkers voorkomen

'Alle zeugen drinken dan meer, blijkt uit ons onderzoek op het Swine Research Centre', zegt Hoofs. 'Met name de dieren die te weinig drinken wil je met het smakelijker maken van water stimuleren om meer op te nemen. Om dan te veel veeldrinkers te voorkomen, is het een optie om het zuur niet de hele dag op het water te zetten.'

Vers en koel drinkwater onbeperkt beschikbaar stellen aan zeugen in het kraamhok moet een vanzelfsprekendheid zijn. 'Heb je het idee dat de zeugen voor het werpen te weinig drinken uit de druk- of bijtnippel, dan kun je ze handmatig tweemaal daags extra water geven. De laatste twee dagen voor het werpen', tipt Hoofs.

'Dat kan de biestproductie verhogen. Ook na werpen kun je zeugen die niet voldoende drinken handmatig tweemaal daags water bijgeven. Maar doe dat niet langer dan twee dagen. Anders wennen ze eraan en blijven ze wachten tot je weer komt. Dit geldt voor zowel bedrijven met droogvoer als die met brijvoer. En zorg ervoor dat troggen elke dag leegkomen. Een zeug moet fris water kunnen blijven drinken.'

Eerste levenservaring met drinkwater moet positief zijn
'Jong geleerd is oud gedaan' gaat ook op voor het leren drinken. Het eerste water dat een big in zijn leven drinkt moet een stimulerende ervaring zijn. Dat lukt alleen als het dier op een rustige manier schoon, vers drinkwater binnen krijgt. Als de big na zo'n zeven dagen voor het eerst gaat drinken, mag dat geen water zijn dat dagenlang stil heeft gestaan in een vuile leiding. Een aparte (dode) leiding naar de nippel voor de biggen is uit den boze. De beste keuze is de drinknippel of het bakje voor de biggen op de leiding van de zeug te plaatsen. De nippel voor de zeug zit dan achter de biggendrinknippel. Een andere optie is het installeren van een laag geplaatst drinkbakje voor de zeug, waar ook de biggen makkelijk uit kunnen drinken. Om de wateropname na spenen zo weinig mogelijk te verstoren, is het advies om in de opfokafdelingen dezelfde nippel of hetzelfde drinkbakje als in de kraamstal te gebruiken.

Bekijk meer over:

Weer

  • Zaterdag
    23° / 8°
    10 %
  • Zondag
    25° / 13°
    30 %
  • Maandag
    18° / 15°
    70 %
Meer weer