IBR kost dagelijks 1,5 tot 2 liter melk per koe

Aanpak van Infectieuze Bovine Rhinotracheïtis (IBR) is vanaf 2027 verplicht. Een goede zaak, vindt dierenarts Frederik Waldeck van Royal GD. ‘Een koe met IBR is een potentiële besmettingsbron en produceert dagelijks 1,5 tot 2 liter melk minder.’

Een besmette koe blijft levenslang een besmettingsbron en produceert minder melk.
© Twan Wiermans

De eerste aanzet tot een verplichte aanpak van Infectieuze Bovine Rhinotracheïtis (IBR) werd in 2017 gegeven door oud-staatssecretaris Martijn van Dam van Economische Zaken. Hij heeft regelgeving voorbereid die nodig is voor het kunnen aanvragen van een officiële Europese status voor IBR. Van een dergelijk raamwerk voor de aanpak van Boviene Virale Diarree (BVD) was toen nog geen sprake.

In 2018 is gestart met een landelijke aanpak voor alle melkveebedrijven, zowel van IBR als BVD. ZuivelNL was en is daarbij de regelinghouder. Er zijn drie routes om de IBR-status van het bedrijf op orde te krijgen. De eerste is een snelle route: bloedonderzoek van alle runderen die ouder zijn dan één jaar. Ook aangevoerde dieren van een niet-IBR-vrij bedrijf die jonger zijn dan één jaar worden onderzocht.

Een koe blijft levenslang besmet met IBR. Besmette dieren worden afgevoerd en de IBR-status wordt getest via maandelijks onderzoek van de tankmelk. De veehouder kan vervolgens kiezen voor een virusvrije status met of zonder vaccinatie. Dat is mogelijk omdat bij onderzoek de antistoffen van het vaccin verschillen van de antistoffen tegen het veldvirus van IBR.

Tankmelkonderzoek

De tweede route is tankmelkonderzoek. Alle bedrijven zonder IBR-antistoffen krijgen in dit geval eerst de status ‘IBR-onverdacht’. Zijn er vervolgens in 24 maanden tijd geen antistoffen te vinden tegen het veldvirus, dan kan het betreffende bedrijf officieel IBR-vrij worden.

Daartoe moeten wel eerst alle runderen die ouder zijn dan zes jaar worden onderzocht, net als alle runderen die zijn aangevoerd van niet-IBR-vrije bedrijven. Besmette dieren moeten worden afgevoerd. Die afvoer is volgens rundveedierenarts Frederik Waldeck van Royal GD echt nodig. ‘Een besmet rund blijft zijn hele leven lang drager en kan zomaar weer IBR uitscheiden. Dan raken de andere dieren besmet.’

Vaccineren van runderen

De derde mogelijkheid is voor bedrijven waar antistoffen in de melk zijn gevonden of voor bedrijven die willen vaccineren. Elk halfjaar worden alle runderen gevaccineerd. Doordat de koeien die ooit besmet zijn geraakt met IBR op een gegeven moment van het bedrijf zijn verdwenen, kan het bedrijf op termijn voor een IBR-vrije status gaan.

Op zich gaat het goed met de IBR-aanpak op melkveebedrijven. Op 5 januari van dit jaar had 57,4 procent een IBR-vrij status. Daarnaast was op dat moment 27,3 procent van de bedrijven IBR-onverdacht. Gezamenlijk gaat het om bijna 85 procent, wat 2,2 procentpunt meer is dan een jaar geleden. Deze cijfers bieden een gunstige uitgangspositie voor de definitieve aanpak van IBR, die op 1 januari 2027 start.

Vooral bedrijven met meerdere locaties kunnen het beste nog dit jaar IBR-vrij worden.
Vooral bedrijven met meerdere locaties kunnen het beste nog dit jaar IBR-vrij worden. © Marcel Berendsen

Van alle melkbedrijven is 15,3 procent besmet met IBR of besmet geweest en nu aan het vaccineren. Een paar jaar geleden had 40 procent van de vaccinerende bedrijven geen antistoffen in de tankmelk, een teken dat ze goed op weg zijn om IBR-vrij te worden. Ook sommige IBR-vrije of IBR-onverdachte bedrijven kiezen bewust voor vaccinatie om het risico op besmetting met het veldvirus te voorkomen. Van de vleesveebedrijven is 22 procent op vrijwillige basis IBR-vrij. Op die bedrijven komt het virus volgens Waldeck nagenoeg niet voor.

Tegelijkertijd zijn in de afgelopen vier kwartalen 48 IBR-vrije bedrijven opnieuw besmet geraakt met de virusziekte. Nog eens 45 bedrijven hebben de status IBR-onverdacht verloren. ‘Het is jammer dat die vrije bedrijven weer besmet zijn geraakt’, vindt Harm Albring, woordvoerder diergezondheid melkvee bij LTO Nederland. ‘Hierdoor zijn we, met de haven al in zicht, weer wat achterop geraakt.’

Uitstel

De oorzaak is doorgaans de aankoop van dieren of oudere IBR-dragerkoeien die op niet-vrije bedrijven voor een uitbraak hebben gezorgd. In de ogen van Albring komt dit doordat de definitieve aanpak van IBR veel te lang op zich heeft laten wachten. ‘Verplichte bestrijding is keer op keer uitgesteld. En omdat we als land nog niet officieel IBR-vrij zijn, kunnen we op dat vlak ook geen eisen stellen aan de import van runderen.‘

Lees ook: Ministerie wil inzet levend vaccin toestaan bij IBR-bestrijdingsplan

De verplichte IBR-aanpak gaat op 1 januari 2027 van start. Daartoe komt er een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Alle rundveebedrijven, dus niet alleen melkveebedrijven, zijn verplicht om vanaf dat jaar hun runderen te vaccineren. Uiterlijk op 1 juli 2027 moet aan die vaccinatieplicht zijn voldaan, tenzij het bedrijf in aanmerking komt voor een uitzondering. Voor BVD lijkt de verplichte bestrijding op 1 januari 2028 in te gaan.

Om te voorkomen dat Nederland verder achterop raakt, adviseert Albring rundveehouders om nu al strikte eisen te stellen aan de dieren die ze aankopen. ‘IBR-vrije of -onverdachte bedrijven moeten zeker weten dat ze IBR-vrije dieren aankopen. Ga niet voor het korte gewin.’

Let op indirecte contacten waarmee IBR het bedrijf kan binnenkomen

Harm Albring, woordvoerder diergezondheid melkvee bij LTO Nederland

Verder benadrukt hij om goed te letten op indirecte contacten waarmee IBR het bedrijf kan binnenkomen, zoals transport of de mens. Alle veehouders, ook de vleesveehouders die nog geen IBR-vrije status hebben, moeten volgens Albring direct starten met vaccineren en niet wachten totdat het verplicht is. ‘Zolang er nog IBR-besmette bedrijven zijn, vormen die een risico voor hun omgeving.'

Nu IBR-bestrijding verplicht wordt, kunnen veel bedrijven nog snel starten met IBR-vrij worden. Dit adviseert Waldeck ook, om de situatie werkbaar te houden. ‘Onverdachte bedrijven moeten nog wel definitief checken en kunnen mogelijk een paar dieren afvoeren.’

Zeker bij meerdere locaties snel naar status IBR-vrij
Vooral voor bedrijven met meerdere locaties is de beste optie om nog dit jaar vrij te worden van Infectieuze Bovine Rhinotracheïtis (IBR). Bij aanvang van de verplichte bestrijding krijgt namelijk iedere locatie met runderen, ofwel elk Uniek Bedrijfsnummer (UBN), een eigen IBR-deelname en -bewaking. Daarmee vervalt de mogelijkheid voor een bedrijf met meerdere locaties om als een veterinaire eenheid te functioneren.
Dit betekent dat vanaf 1 januari 2027 voor de uitwisseling van runderen tussen de verschillende locaties van een bedrijf aanvullend bloedonderzoek nodig is. Om deze situatie te voorkomen, adviseert Royal GD om zo snel mogelijk de IBR-vrij-status te verkrijgen. Voor bedrijven die al twee jaar of langer onverdacht zijn, is dat eenvoudig haalbaar via bloedonderzoek van alle koeien die ouder zijn dan 6 jaar en van alle runderen die zijn aangevoerd van niet-IBR-vrije bedrijven. Voor bedrijven die nog geen twee jaar onverdacht zijn, is koppelonderzoek nodig.
Heeft een bedrijf de status IBR-vrij verkregen, dan gelden er vanaf 1 januari 2027 geen extra eisen en onderzoeken. Ook is er geen bloedonderzoek meer nodig bij het uitwisselen van dieren. Is een melkveebedrijf op 1 januari 2027 nog niet IBR-vrij verklaard, maar wel onverdacht, dan wordt de bewaking via tankmelkonderzoek voortgezet. Op de jongveelocatie(s) is vaccineren in dit geval verplicht en bij aanvoer naar het melkveebedrijf is bloedonderzoek een vereiste.
Met de nieuwe regels kan het op termijn IBR-vrij worden van het complete rundveebedrijf in de nabije toekomst lastiger en kostbaarder worden.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Dinsdag
    20° / 14°
    90 %
  • Woensdag
    21° / 15°
    80 %
  • Donderdag
    21° / 13°
    80 %
Meer weer