Tuenter+kijkt+met+ondernemer+naar+biggenuitval
Achtergrond
© Hans Prinsen

Tuenter kijkt met ondernemer naar biggenuitval

De biggenuitval kan omlaag. Daarvan is Lisette Tuenter van Varkenszorg Advies en Begeleiding uit Doetinchem overtuigd. Niet met grote investeringen, maar met gewoon gezond boerenverstand. 'Voor een goede kraamperiode en bigoverleving is aandacht een belangrijke factor.'

Hormonaal verschillen een varken en een mens niet zo veel van elkaar. En misschien omdat ze zelf vrouw is en kinderen heeft, weet ze in de kraamstal goed de vinger te leggen op de verbeterpunten. 'Die zijn vaak bedrijfsspecifiek. En het is ook niet een kwestie van zwart of wit. Het ligt allemaal veel genuanceerder', zegt Lisette Tuenter van Varkenszorg Advies en Begeleiding.

'Voor een goede kraamperiode is aandacht een van de belangrijkste factoren. Net als voeding. Veel problemen in de kraamstal zijn te herleiden op de voeding van de zeug. Tuenter noemt te harde mest, het geboorteproces, de uierdruk of het geboortegewicht. 'Goed voer maken, kunnen ze allemaal wel. Goed voeren is een ander verhaal.'

Harde uier

Neem bijvoorbeeld een harde uier, zegt Tuenter ter illustratie. Is stuwing de oorzaak, dan zitten de voedingsstoffen niet in de goede verhoudingen in het voer. Is de uier hard door de schijven die erin zitten, dan is de melkgift dan wel uierdruk in de eerste dagen te hoog geweest en de uier niet goed leeggedronken. En dan kan een harde uier ook nog worden veroorzaakt door uierontsteking of zucht.

De laatste big heeft al 50 procent minder kans op overleving

Lisette Tuenter, Varkenszorg Advies en Begeleiding

'Schat je dat verkeerd in, dan begint wat tot verbetering moet leiden, al met een verkeerd advies.'

Grove spenen

Tuenters ervaring is dat varkenshouders iets afwijkends vaak wel vaststellen, maar dat ze lang niet altijd actie ondernemen. Ze staaft dat met het voorbeeld van een zeug met grove spenen.

'Zie je op derde dag de biggen achteruitgaan, dan moet je gewoon in actie komen. Hoe ouder de zeug, hoe meer stimulatie ze namelijk nodig heeft om de uier aan de gang te houden. Dit lukt alleen met zwaardere, vitale biggen.'

Overleggen

Tuenter is geen voorstander van onnodig veel overleggen, maar wel een warm pleitbezorger van uniforme tomen. En als overleggen daarvoor nodig is, dan is het beter daar niet te lang mee wachten. Binnen zes tot achttien uur, want dan treedt er geen onrust op bij de zeug en de biggen.

'Eigenlijk ben je een soort matchmaker tussen de juiste uiers en spenen en passende biggen. Het resultaat is dat je veel biggen speent per zeug, je uniforme tomen speent en de uitval laag is.' Kijk wat je hebt en kies daarbinnen. En maak het jezelf niet te moeilijk, is Tuenters praktische advies bij overleggen.

Leeftijdsopbouw

Is de leeftijdsopbouw van de zeugenstapel goed, dan zijn er ook goede overlegmogelijkheden, is haar standpunt. Verder adviseert Tuenter gelten de eerste dagen vol te leggen. 'Spenen die tijdens de eerste worp niet worden aangesproken, zijn de volgende worp geen voorkeursspenen. 'Dat zijn ze wel als ze drie à vier dagen zijn gebruikt.'

Tuenter is ook een voorstander van een meerwekensysteem. Dat geeft meer rust in de bedrijfsvoering en meer ruimte voor focus tijdens het werpen. Vooral biggen tussen de 800 en 1.000 gram vragen aandacht. 'Daar kan een goed vleesvarken uit groeien, als daar genoeg zorg aan wordt besteed.'

Afkoeling

Een lichte big kampt snel met een energietekort, terwijl afkoeling op de loer ligt. Zo'n big pakt Tuenter in de kraamstal op. Ze legt de big aan de uier en sprayt wat melk in de bek. 'Die herkent de smaak en is direct 'wakker'. De kachel moet aanslaan', zegt ze.

Bij een zwakke big straalt Lisette Tuenter melk in de bek. 'De motor moet aanslaan.'
Bij een zwakke big straalt Lisette Tuenter melk in de bek. 'De motor moet aanslaan.' © Henk Riswick

Wie niet wil melken, kan de big ook Roosvicee, een suikeroplossing of een commercieel product geven. 'Waar het om gaat, is dat lichte biggen energie krijgen. Energie komt uit de glycogeenvoorraad. Bij een lichte big is die gewoon kleiner.'

Zoogbeurten

Verder weet Tuenter dat de continue melkstroom van de zeug stopt op het moment dat de nageboorte eraf komt. Vanaf dat moment komt de melk met zoogbeurten. 'Een normaal werpproces duurt zo'n vier uur. De laatste big heeft al 50 procent minder kans op overleving, omdat de biest meer is verdund en de big vaak wat verzuurt.'

Tuenter noemt het ook het overwegen waard om gelten tijdens of na het werpen pijnbestrijding te geven. Onbekendheid met de situatie maakt de zeug onrustig, wat het geboorteproces, de bigvitaliteit en bigoverleving niet ten goede komt.

Enkele jaren geleden was het uitgangspunt in de varkenshouderij dat een productieve baarmoeder maximaal 23 tot 25 kilo kan voorbrengen. Dat is achterhaald, stelt Tuenter. Vorige week nog had ze een zeug die achttien biggen van gemiddeld 1.800 gram wierp. 'En dan heb je het vruchtwater en de nageboorte nog niet meegerekend.'

Tweefasenvoedering

Tuenter is even stil en vervolgt: 'Je kunt een zeug niet voeren naar behoefte. Eigenlijk zou je in de dracht al moeten beginnen met tweefasenvoedering.' Het effect van hard voeren aan het eind van de dracht wordt volgens haar overschat. Wat aan het begin van de dracht niet goed is aangelegd, komt niet weer goed, is haar ervaring.

'Het is niet wenselijk, maar ook uit een te magere zeug komen in de regel goede biggen. En zijn de biggewichten niet goed of schort het aan uniformiteit, dan moet je dat op andere manieren corrigeren.'

Lisette Tuenter: bedrijfsblindheid dwarsboomt veranderen
Haar hart lag altijd al bij dieren, toch volgde Lisette Tuenter in eerste instantie een opleiding tot kraamverzorgster. Daarna ging ze alsnog naar de landbouwschool en werd paraveterinair. Ze werkt al ruim dertig jaar in de varkenshouderij. Sinds 2013 is ze actief als zzp'er. Haar bedrijf heet Varkenszorg Advies en Begeleiding. Tuenters handelsmerk is een diergerichte aanpak. Ze heeft een antenne voor het herkennen en interpreteren van diersignalen. 'Aandacht is de belangrijkste factor voor een goede kraamperiode van de zeug.' Tuenter legt zich vooral toe op het geven van praktische verbetermogelijkheden bij kraamstalmanagement en het overleggen van pasgeboren biggen. Ondernemers willen het vaak wel anders, beter doen, is Tuenters ervaring, maar ze zien vaak niet hoe. 'Bedrijfsblindheid is een groot ding. In mensen zitten veel vaste patronen. Dat dwarsboomt het veranderen. Kom ik op een bedrijf, dan werk ik mee en kijk ik ondertussen over de schouder van de ondernemer naar verbeterpunten in de kraamstal. Ook zorg ik ervoor dat daar waar dat nodig is, er verandering komt.' Tuenter is een groot voorstander van meer diergericht onderwijs. Als het aan haar ligt, krijgen toekomstige ondernemers en werknemers in de varkenshouderij meer les in de fysiologische processen van het dier en leren ze beter te kijken naar varkens en de signalen die worden afgegeven te interpreteren. Met het oog op de toekomst is dat ook belangrijk. Tuenter spreekt in termen van 'opvoeding'. 'Wanneer de zeugen los in het kraamhok komen en ze nog meer hun natuurlijk gedrag kunnen vertonen, wordt een goede verstandhouding tussen verzorger en dier belangrijker.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Maandag
    21° / 13°
    40 %
  • Dinsdag
    21° / 12°
    30 %
  • Woensdag
    22° / 10°
    10 %
Meer weer