%27Europa+raakt+steeds+verder+achterop+met+groene+middelen%27
Achtergrond
© Koos van der Spek

'Europa raakt steeds verder achterop met groene middelen'

Groene gewasbeschermingsmiddelen worden genoemd als het alternatief voor veelvuldig gebruik van de nu gebruikte chemische middelen. Toch denken specialisten niet dat de land- en tuinbouw op korte termijn helemaal zonder chemie kan functioneren.

Een medewerker van Syngenta legde onlangs op een congres met een praktijkvoorbeeld de vinger feilloos op de zere plek. Telers in Zuid-West Nederland moesten bieten opnieuw inzaaien. Door het verbod op een coating met neonicotinoïden was het ingezaaide onbeschermde zaad ten prooi gevallen aan aaltjes.

Dergelijke ontwikkelingen zullen volgens vakgroepvoorzitter Vollegrondsgroenten Niels Zuurbier van LTO vaker voorkomen. 'De snelheid waarmee middelen worden afgeschaft, is te hoog. Vervangende middelen zijn er nog niet. Als we willen verduurzamen, hebben we snel groene middelen nodig. Anders gaat er een megagat ontstaan tussen het afschaffen van middelen en het beschikbaar komen van nieuwe groene middelen.'

Natuurlijke laagrisicomiddelen

Met groene gewasbescherming worden in de regel laagrisicomiddelen van natuurlijke oorsprong bedoeld, zoals planten, dieren, micro-organismen en -mineralen en nagemaakte middelen die identiek zijn aan de natuurlijke stof en een laag risico hebben voor mens, dier, milieu en niet-doelwitorganismen.

Niet alles wat uit de natuur komt, heeft een laag risico

Jolanda Wijsmuller, ICM & Chain Manager bij Bayer

Voorzitter Piet Boonekamp van Artemis, de brancheorganisatie voor fabrikanten van biologische middelen, herkent zich in de woorden van Zuurbier. 'Sinds een wetswijziging in 2009 is het aantal registraties van chemische middelen met 70 procent afgenomen', zegt hij.

'Er is gewoon geen hertoelating aangevraagd. Die nieuwe groene middelen zijn er wel, maar het zijn er te weinig. Minder dan een half procent van alle gewasbeschermingsmiddelen in buitenteelten in Europa is groen.'

Knelpunt

Het probleem zit volgens Boonekamp in de toelating. Die geschiedt in twee fasen: de toelating van de stof en die van het middel. Die toelating is duur en kost te veel tijd, vindt hij. Een toelating van een stof wordt getoetst door de Europese instantie EFSA en duurt al snel vier jaar. Dan volgt mogelijk toelating van een middel op nationaal niveau, bijvoorbeeld door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Dat duurt een tot twee jaar.

De duur van dit traject is volgens Boonekamp vooral nadelig voor kleinere bedrijven die met innovatieve middelen op de markt willen komen. Die bedrijven dienen na jaren van onderzoek een aanvraag voor registratie in en moeten jaren wachten voor ze hun middel op de markt kunnen brengen. In de tussentijd levert dit product geen geld op voor de onderneming. 'Multinationals kunnen dat doen. Kleine bedrijven kiezen daarom eerder voor andere markten.'


Ook Willem Ravensberg van producent Koppert Biological Systems ziet toelating als een knelpunt. De toelating is volgens hem niet ingericht op groene middelen. 'Feromonen zijn voor de Europese wetgeving een chemische stof, terwijl ze zijn gemaakt naar voorbeeld uit de natuur. Ze worden gebruikt om het gedrag van insecten te beïnvloeden, niet om insecten te doden. Er zijn wel stappen gezet voor toelating van feromonen, plantextracten, micro-organismen en biopesticiden. Er worden minder zware eisen gesteld, maar het betekent toch een lang traject.'

Buiten Europa

Ravensberg en Boonekamp zien buiten Europa trajecten waarmee groene middelen sneller op de markt komen. In de VS duurt het minder dan twee jaar. Er zijn daar ongeveer 400 biologische middelen geregistreerd tegen 120 in Europa. 'De fabrikanten vinden Europese toelating te ingewikkeld', zegt Ravensberg. 'Ze richten zich op andere markten. Brazilië en China zetten stappen op dit gebied. Europa loopt achter en gaat nog verder achterlopen.'

Jolanda Wijsmuller van middelenfabrikant Bayer vindt de registratie niet een onoverkomelijk probleem. 'Er zit echt wel vooruitgang in. Het Ctgb zoekt voor de groene middelen de ruimte binnen de wetgeving, om deze registraties zo spoedig mogelijk door het registratieproces heen te krijgen. Bepaalde studies zijn nu eenmaal noodzakelijk. Je wilt niet dat deze middelen gevaar opleveren voor hun omgeving. Niet alles wat uit de natuur komt, heeft een laag risico.'

Het gaat er volgens Wijsmuller ook om hoe dergelijke producten worden geaccepteerd in de agrarische sector. 'De grootste drempel is of die middelen door de praktijk worden opgepakt. De hoeveelheid potentiële laagrisicostoffen of basisstoffen bedraagt ongeveer 25 procent van het totaal aantal geregistreerde actieve stoffen in Europa. Er is dus behoorlijk veel aanbod, maar daarmee is niet gezegd dat telers het ook gaan gebruiken.'

Hogere kosten

Wijsmuller wijst in dit verband op de hogere kosten van de groene middelen. 'Die staan toepassing in bijvoorbeeld de fruitteelt in de weg. De marge is klein, dus een meerprijs van 20 procent is al veel. In de glastuinbouw vormt gewasbescherming een kleiner deel van de totale kosten. Dan is het plaatje anders.'

Daarnaast zijn groene middelen soms lastiger toe te passen of minder effectief dan de chemische, stelt Wijsmuller. 'Dat maakt de drempel hoger. Het is begrijpelijk dat telers een andere keuze maken. Het is aan de producent om helder te maken wat het rendement is voor een onderneming. Als dat niet lukt, stapt geen ondernemer over. Een agrarisch bedrijf is geen charitatieve instelling. Een groen middel zal alleen worden gebruikt als het voldoende rendement oplevert. Verduurzaming kost geld. Dat zou tot uiting moeten komen in extra omzet voor de teler.'

Ook met een betere prijs en een snellere toelating ziet Wijsmuller een rol voor chemie. 'Verwacht voorlopig nog niet dat je alles kunt afdekken met groene middelen. Er is een breed spectrum aan ziekten en plagen. In de plantaardige productie blijft chemie de komende tijd hard nodig om samen met de groene innovaties het systeem van gewasbescherming te laten functioneren.'

'Voor verduurzaming is meer nodig dan groene middelen'
Voorzitter Piet Boonekamp van branchevereniging Artemis stelt dat voor verduurzaming van de land- en tuinbouw meer nodig is dan groene gewasbeschermingsmiddelen. Hij noemt drie factoren. 'We moeten toe naar een nieuw teeltsysteem met weerbare planten. De sector produceert nu met relatief zwakke gewassen, gericht op opbrengst of smaak', zegt de Artemis-voorzitter. 'We moeten naar sterkere planten, zodat ziekten en plagen geen kans krijgen.' Een tweede factor is de weerbare bodem, met alle 'microbiële vrienden' van de plant die als een afweerschild werken. 'Het gaat om micro-organismen, bijvoorbeeld bacteriën en mycorrhiza.' Tot slot is er een hele omgeving om de akker. 'Van de technische middelen om uitbraken van ziekten en plagen te voorkomen en zo vroeg mogelijk in te dammen, tot bloeiende akkerranden als schuilplaats voor natuurlijke vijanden', stelt Boonekamp.

Weer

  • Donderdag
    6° / 3°
    60 %
  • Vrijdag
    6° / 2°
    90 %
  • Zaterdag
    7° / 4°
    50 %
Meer weer