PBL%3A+verduurzaming+niet+alleen+zaak+van+boeren
Achtergrond
© Dirk Hol

PBL: verduurzaming niet alleen zaak van boeren

Verduurzaming van de voedselconsumptie is niet alleen een taak van de boer. Een duurzamer dagelijks menu kan alleen als consumenten, maatschappelijke organisaties en alle partijen in de keten, van bord tot boer, hieraan meewerken. Dat is een van de conclusies uit de PBL-publicatie 'Dagelijkse kost'.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft in het rapport het traject van voedsel tegen het licht gehouden. Vanaf het bord van de consument heeft het bureau terug de keten in gekeken tot aan het boerenerf. Elke schakel kan een bijdrage aan verduurzaming leveren.


In het onderzoek wordt een aantal negatieve gevolgen van voedselproductie op de leefomgeving genoemd: verlies van biodiversiteit, klimaatverandering, kwaliteitsverlies van bodem, lucht, water en landschap en dierenwelzijn die onder druk staat.

Buitenland

Het grootste deel van deze effecten treedt op tijdens het primaire proces op de boerderij. Dat gebeurt niet alleen in Nederland, maar wereldwijd, want driekwart van het Nederlandse menu komt uit het buitenland. Anderzijds exporteert Nederland driekwart van de eigen voedselproductie. Het PBL vindt dat alle partijen in het voedselsysteem kunnen bijdragen aan verduurzaming van de voedselproductie.

1.800 vierkante meter is nodig om Nederlander te voeden

Het bureau wijst erop dat duurzaam voedsel voor meerderlei uitleg vatbaar is. Voor de een heeft duurzaam te maken met eerlijke handel en leefbaarheid op het platteland, voor de ander heeft het te maken met voedselveiligheid of dierenwelzijn.

In strijd met elkaar

In de praktijk kunnen die verschillende opvattingen van het begrip niet allemaal worden verwezenlijkt. Soms zijn ze zelfs in strijd met elkaar. Als voorbeeld noemt het PBL de verhoging van het dierenwelzijn of de ruimte voor natuur in weiden en akkers. Die kan averechts werken op de efficiëntie van productie en kan leiden tot hogere broeikasgassen of meer landgebruik.

Het PBL onderscheidt vier aangrijpingspunten die tot verandering kunnen leiden. Consumenten en bedrijven kunnen de druk op de leefomgeving als gevolg van voedselproductie verminderen door duurzamer te eten, minder voedsel te verspillen, duurzamer te produceren of zorgvuldiger te produceren. Overheden kunnen dit met beleid en wet- en regelgeving stimuleren.

Andere eetgewoontes

Duurzamer eten en minder voedsel verspillen betekent voor consumenten dat hun alledaagse gewoontes moeten veranderen. Dat heeft invloed op de boodschappen die ze doen, wat en hoe ze koken en wat ze in een restaurant bestellen. Het PBL stelt dat de samenstelling van ons menu grotendeels cultureel bepaald is. Aardappelen, vlees en groente zijn de norm en insecten worden hier vrijwel niet gegeten.

De aangeleerde voedselvaardigheden, oftewel kan een consument koken met basisproducten, en de fysieke voedselomgeving, het aanbod, spelen ook een rol in het voedingspatroon. Overheden en bedrijven, zoals supermarkten, horeca en voedingsmiddelenbedrijven, kunnen consumenten ondersteunen in het duurzamer eten en minder voedsel verspillen, bijvoorbeeld door het aanbod aan te passen.

Efficiënter produceren

Voor boeren en tuinders zijn efficiënter of zorgvuldiger produceren een optie voor verduurzaming. Met efficiënter produceren bedoelt het PBL minder hulpbronnen en grondstoffen gebruiken tijdens de productie of, omgedraaid, meer produceren met dezelfde hoeveelheid hulpbronnen. Zorgvuldiger produceren betekent dat de wijze van productie wordt veranderd om negatieve effecten op het dierenwelzijn of de leefomgeving te verminderen.

De verwerkende industrie en supermarkten nemen initiatieven om de voedselproductie te verduurzamen. Ze stellen duurzaamheidseisen die verder gaan dan de wet voorschrijft. Daarmee zetten ze boeren en tuinders aan tot verduurzaming, soms tegen vergoeding. De redenen voor bedrijven om dit te doen, zijn divers: reputatiemanagement, maatschappelijke druk, verdienkansen en de mogelijkheid om grondstoffenaanvoer veilig te stellen.

Cijfers

Om zichtbaar te maken wat met voedselbeleid kan worden bereikt, heeft het PBL berekeningen gemaakt om de effecten op de leefomgeving in cijfers uit te drukken. Gekeken is naar de hoeveelheid land die nodig is voor productie en de broeikasgassen die daarbij vrijkomen. Het PBL heeft becijferd dat gemiddeld 1.800 vierkante meter land nodig is, een kwart voetbalveld, om een Nederlander een jaar lang van voedsel te voorzien.

Een combinatie van de vier eerdergenoemde aangrijpingspunten kan de druk op de leefomgeving met een derde doen afnemen. Hierbij is ervan uitgegaan dat consumenten zich een eetpatroon aanwennen met minder vlees en zuivel en dat zij minder voedsel verspillen. Van producenten wordt verwacht dat zij de efficiëntie van gewasopbrengsten en dierlijke productie verhogen.

Biologisch

Een theoretische 100 procent biologische landbouw zou volgens het PBL betekenen dat de grondbehoefte met 50 procent toeneemt.

'We moeten af van het dogma dat duurzaam duurder is'
Het PBL presenteerde het rapport 'Dagelijkse kost' dinsdag in Den Haag. Daarbij gingen diverse vertegenwoordigers uit de hele keten in discussie. Er werd gesproken over extra inkomsten voor boeren om hun investeringen in duurzaamheid terug te verdienen. Voorzitter Hennie de Haan van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP) constateerde dat veel pluimveehouders niet op een meerprijs voor duurzame producten kunnen rekenen, waardoor zij in financiële problemen zijn gekomen. Directeur Marc Jansen van supermarktkoepel CBL vindt dat een onjuiste benadering. 'Duurzaamheid moet juist tot lagere kosten leiden. We moeten af van het dogma dat duurzaam duurder is.'

Weer

  • Dinsdag
    18° / 11°
    10 %
  • Woensdag
    17° / 9°
    10 %
  • Donderdag
    19° / 7°
    30 %
Meer weer