Sturen+op+stikstofbenutting+rantsoen
Achtergrond
© Vidiphoto

Sturen op stikstofbenutting rantsoen

Via het voerspoor de mineralenuitscheiding van de Nederlandse melkveestapel verlagen is voor stikstof moeilijker dan voor fosfaat. Maar er liggen zeker mogelijkheden.

De stikstofuitscheiding van de Nederlandse melkveestapel is in 2018 minder snel gezakt dan de fosfaatuitscheiding. Dat is volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) te wijten aan de gestegen melkproductie per koe, waardoor het krachtvoerverbruik per koe ook is gestegen. Bovendien nam het aandeel mais in het rantsoen de laatste jaren af, als gevolg van de derogatieregel die de teelt van snijmais ontmoedigt.



 

Deels is de gestegen melkproductie per koe het gevolg van de veestapelkrimp. Het minst productieve deel van de veestapel is geslacht. In 2018 ging 11 procent van al het melkvee in Nederland naar de slacht. De aanwas van de veestapel daalde nog sneller, met 25 procent.

De fors gedaalde fosfaatproductie komt ook door het voerspoor

Henk Flipsen, directeur van Nevedi

Minder vaarzen

Het aandeel vaarzen in de Nederlandse melkveestapel was in 2018 aanzienlijk lager dan het jaar daarvoor. Ook hierdoor is de melkproductie per koe gestegen. Vaarzen geven immers minder melk dan oudere koeien.

Als de melkproductie per koe stijgt, neemt het krachtvoerverbruik per koe ook toe. Dit hoeft niet eens een bewuste keuze te zijn. Rantsoenberekeningsprogramma's verhogen de krachtvoergift automatisch, als de melkproductie per koe stijgt.

Maar het kan ook wel degelijk een heel bewuste keuze zijn. Niet voor niets werd al snel na de introductie van de fosfaatrechten het kengetal melkproductie per kilo fosfaat geïntroduceerd. De prijs van fosfaatrechten is zo hoog, dat het van belang is om op dit kengetal te sturen.

Actie nodig

Directeur Henk Flipsen van de veevoerbrancheorganisatie Nevedi: 'Rantsoenberekeningsprogramma's optimaliseren nu eenmaal niet in de eerste plaats op stikstofbenutting. Het saldo is leidend. Ook wil ik benadrukken dat de fosfaatproductie ver onder het plafond is gedaald, mede dankzij het voerspoor. Maar er is zeker actie nodig om de stikstofbenutting te verbeteren, zoals de LTO-vakgroep Melkveehouderij aangeeft.'

Flipsen wijst erop dat het stikstofgehalte in mengvoer minder eenvoudig te verlagen is dan het fosforgehalte. Het minimale ruweiwitpercentage en de benutting van het ruw eiwit uit het krachtvoer verschillen van bedrijf tot bedrijf en van rantsoen tot rantsoen, afhankelijk van de ruwvoersamenstelling en het melkproductieniveau.

Opdrijven melkproductie per koe

Kringlooppionier Frank Verhoeven van adviesbureau Boerenverstand vindt dat de veevoerindustrie belang heeft bij het opdrijven van de melkproductie per koe en vergroting van de mengvoeromzet. Volgens hem is het nodig om te sturen op het ruweiwitpercentage in het totale rantsoen.

'Meer dan 15 procent ruw eiwit is niet nodig. Helaas is dit kengetal van veel rantsoenberekeningen verdwenen. In de praktijk blijkt dat de stikstofefficiëntie niet toeneemt bij een hoge melkproductie.'

Lees ook het interview met Jan Dijkstra: 'Betere stikstofbenutting rantsoen goed mogelijk'
 

Grondige analyse nodig

Naast het gestegen krachtvoerverbruik zijn de tegenvallende stikstofproductiecijfers ook het gevolg van de extreme droogte in 2018. Hierdoor steeg het ruweiwitgehalte van het gras. Ook kan voorraadvorming het beeld beïnvloeden. Daarover moet de komende maanden meer duidelijkheid komen, als de definitieve cijfers worden vastgesteld. De vorige week gepubliceerde cijfers zijn voorlopig.

De gestegen aanvoer van stikstof uit ruwvoer heeft ook te maken met een trend die al enkele jaren zichtbaar is, aldus het CBS. De aanvoer van stikstof uit kunstmest daalt niet meer, na een decennialange daling sinds de jaren tachtig.

LTO Melkveehouderij bepleit grondig onderzoek naar de tegenvallende stikstofbenutting en wil een aanpak in ketenverband, samen met de veevoer- en zuivelbrancheorganisaties Nevedi en NZO.

Ureum in tankmelk licht gestegen in 2018
Hoewel het de laatste jaren weinig aandacht heeft gekregen, is een verlaging van het ureumgetal in de tankmelk naar minder dan 20 milligram per 100 gram melk al jaren het streven. De afgelopen jaren is het tankmelkureumgetal echter niet meer gedaald. In 2018 is het zelfs gestegen van 22,2 naar 22,6. Dit blijkt uit cijfers van het FrieslandCampina Melkweb. Het gemiddelde ureumgetal lag in 2005 landelijk op 25, waarna het zakte tot 21 milligram per 100 gram melk in 2012. Het ureumgetal is een maat voor de hoeveelheid ammoniak die bij de eiwitvertering in de pens vrijkomt en verloren gaat via de urine. Dit proces heeft een nauwe relatie met het Onbestendige Eiwit Balans (OEB)-getal in de rantsoenberekening.

Weer

  • Zaterdag
    23° / 7°
    10 %
  • Zondag
    23° / 11°
    40 %
  • Maandag
    20° / 14°
    70 %
Meer weer