Pasklaar antwoord chitwoodi ontbreekt

Akkerbouwers kunnen wel wat doen om de druk van Meloidogyne chitwoodi te beperken. Maar volledig uitroeien van het plantparasitaire aaltje is een lastige opgave. Inundatie en resistentieveredeling bieden op termijn mogelijk oplossingen voor besmette percelen.

Pasklaar+antwoord+chitwoodi+ontbreekt
© nieuwe oogst

De druk van Meloidogyne (M) chitwoodi neemt de laatste jaren snel toe. Uit gegevens van NVWA blijkt dat het areaal pootgoed in aangewezen gebieden van 2008 tot en met 2015 is gestegen van 716 hectare tot 2.351 hectare. Van 58 hectare pootgoed is in 2015 de opbrengst besmet verklaard, dat was zeven jaar eerder 20 hectare.

Een pasklaar antwoord op besmettingen door chitwoodi is er nog niet, meldt nematoloog Leendert Molendijk van Wageningen University & Research PAGV-Lelystad. 'Het duurt nog wel tien tot vijftien jaar voordat we chitwoodi in dezelfde mate kunnen beheersen als nu lukt met aardappelmoeheid.'

Molendijk was onlangs uitgenodigd op een bijeenkomst in Espel van de LTO Noord-afdeling Noordoostpolder om uitleg te geven over met name M. chitwoodi. De avondvoorzitter en zelf ook pootgoedteler Marien Verhage riep daar de regionale akkerbouwers op om meer open te zijn over chitwoodi en vooral om samen te werken aan een betere beheersing.

Jaren dertig

M. chitwoodi is voor het eerst beschreven in de Verenigde Staten in 1980. Enkele jaren later werd het aaltje ook gevonden in Nederland. Sinds 1998 geldt voor de Meloidogyne-soorten chitwoodi en fallax de quarantainestatus.

'Een goede toets toont werkelijke besmetting aan'

Leendert Molendijk van Wageningen UR

Waarschijnlijk komen de aaltjes al vanaf de jaren dertig in Nederland voor, blijkt met terugwerkende kracht, vertelde Molendijk in Espel. 'In knollen uit die tijd met vergelijkbare symptomen, die bij de PD bewaard zijn op sterk water, is later aangetoond dat ze ook chitwoodi bevatten.'

De Meloidogyne-soorten zijn wortelknobbelaaltjes die verwinteren in een eipakket in de bodem. Alleen de larven die uit de eieren komen zijn mobiel omdat ze op zoek zijn naar voedsel in de vorm van jonge wortels. Chitwoodi en falax hebben twee tot drie generaties per jaar. Van de aaltjespopulatie in het najaar overleeft grofweg slechts 10 procent de winter.

Veel waardplanten

Probleem met chitwoodi is volgens Molendijk het groot aantal waardplanten, zoals aardappel, peen, schorseneer, rogge, gras en diverse groenbemesters. Voor de wortelknobbelaaltjes geldt dat ze een voorkeur hebben voor lichte grond. Bij de beheersing van chitwoodi spelen bouwplan en preventie in de vorm van schoon uitgangsmateriaal en een goede onkruidbestrijding een grote rol.

Het is altijd goed om afhankelijk van het probleemaaltje overleg te hebben met teeltspecialisten over het beste bouwplan, vindt Molendijk. 'Voor het onderdrukken van chitwoodi is tulp bijvoorbeeld een uitstekende voorvrucht. Maar zaai dan geen rogge als winterdek. Verder zijn mengsels van groenbemesters wellicht goed voor de bodemstructuur, maar zeker niet voor de beheersing van aaltjes.'

Niet uitgedoofd

In een bakkenproef toonde Wageningen UR aan dat het lukt om vijf verschillende grondsoorten, variërend van 3 tot 40 procent afslibbaar, te besmetten met aangetast pootgoed. Ook blijkt in deze proef dat de teelt van een niet-waard een besmetting van chitwoodi niet helemaal uitdooft.

Volgens Molendijk is het een bewijs dat uitroeien van chitwoodi vrijwel onmogelijk is, ook op zwaardere gronden in bouwplannen met nauwelijks waardplanten. 'In eerder onderzoek is getest welk effect het braak leggen van percelen heeft op het besmettingsniveau. Daaruit blijkt dat na drie jaar braak geen aaltjes meer te vinden zijn in de bovengrond tot een diepte van 20 centimeter. Maar daaronder nog wel. Ook braak is dus geen garantie voor een volledig schoon perceel.'

Inundatie

Voor het ontsmetten van percelen met chitwoodi biedt inundatie volgens Molendijk perspectief. Hij laat resultaten zien van proeven in de Wieringermeer. Daar is in 2015 een besmet perceel voor een periode van veertien weken onder water gezet. 'Zowel in de bovenste laag als in de laag tot 40 centimeter diep is na het onder water zetten geen chitwoodi meer te vinden.'

De werking van inundatie is gebaseerd op het zuurstofloos verteren van organisch materiaal. Daarbij komen stoffen vrij die schadelijk zijn voor de aaltjes. Molendijk stelt dat voor een goede werking percelen zeker drie maanden onder water moeten staan en dat de bodemtemperatuur niet lager mag zijn dan 16 graden Celsius. 'Efficiënt inunderen in de winter is geen optie.'

Een oplossing voor de langere termijn is resistentieveredeling. Voor een aantal gewassen zijn veredelaars al bezig om resistentiegenen in te kruisen. Molendijk noemt onder meer aardappel, bladrammenas en raaigrassen. Van bladrammenas zijn al ongevoelige rassen beschikbaar.

Meloresist

'Bij aardappel hebben we in Wageningen binnen het project Meloresist vastgesteld dat de resistentie tegen chitwoodi werkt. Maar kwekers zijn nog wel enige tijd bezig met het ontwikkelen van geschikte rassen. Deze oplossingsrichting doet denken aan de strategie die dertig jaar geleden is gekozen voor aardappelmoeheid.'

Molendijk ging in Espel ook in op de waarde van goed toetsen op chitwoodi. Goed toetsen betekent volgens hem het aantonen van werkelijke besmettingen. 'Bemonsteren moet gebeuren op het moment dat je de zwaarste druk van chitwoodi kunt verwachten. Dus in het najaar na de teelt van een gevoelig gewas. Een nul in de meting is dan ook meer waarschijnlijk een echte nul.'

Bekijk meer over:

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Donderdag
    10° / 5°
    30 %
  • Vrijdag
    11° / 6°
    30 %
  • Zaterdag
    10° / 6°
    55 %
Meer weer