Zoeken+naar+betaalbaar+minder+fijnstof
Achtergrond
© Berrie Klein Swormink

Zoeken naar betaalbaar minder fijnstof

Het Praktijkcentrum Emissiereductie Veehouderij in Barneveld wil het voor techniekleveranciers en pluimveehouders gemakkelijker maken om met nieuwe betaalbare technieken de uitstoot van fijnstof te verminderen. Aan het eind van de zomer beginnen metingen op praktijkbedrijven.

Van alle legkippen in Nederland leeft een groot deel in de gemeenten Barneveld, Ede, Renswoude en Scherpenzeel. Daardoor is in deze regio het fijnstofprobleem vanuit de veehouderij verhoudingsgewijs groter dan in andere gebieden.

Bij alle diersoorten in de veehouderij nam de uitstoot van fijnstof de afgelopen jaren af, behalve bij legkippen. Daar was juist sprake van een forse toename. Oorzaak: door de omschakeling van legbatterij naar loslopende kippen op strooisel is de emissie uit kippenstallen de laatste jaren vertienvoudigd. De kippen werpen met springen, vliegen, stofbaden en scharrelen veel strooiseldeeltjes op.

'Maar liefst 87 procent van het fijnstof dat in een pluimveestal ontstaat, komt uit de strooisellaag als gevolg van het gescharrel van de kippen', zegt Jan Workamp. Als agrarisch adviseur en pluimveehouderijdeskundige is Workamp aangetrokken om het Praktijkcentrum Emissiereductie Veehouderij uit de startblokken te helpen.

'Een techniek testen in vier proefstallen, daar is zo 100.000 euro mee gemoeid'

Jan Workamp van het Praktijkcentrum Emissiereductie Veehouderij

Manifest

Het praktijkcentrum heeft als doel om het voor pluimveehouders makkelijker te maken om hun stallen uit te rusten met technieken die de uitstoot van fijnstof verminderen. De start van het praktijkcentrum komt voort uit het Manifest Gezonde Leefomgeving Veehouderij regio FoodValley dat eind vorig jaar gepresenteerd is.

Partners achter het manifest zijn de vier eerder genoemde gemeenten, provincie Gelderland, Wageningen UR, LTO Noord Gelderse Vallei, de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP), het Poultry Expertisecentrum (PEC), Nederlandse Vakbond Varkenhouders (NVV) regio midden, Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) en het Agrarisch Jongeren Kontakt (AJK).

Relatief duur

Een lastig punt bij het verminderen van de uitstoot van fijnstof uit stallen is dat er maar weinig haalbare en betaalbare technieken voorhanden zijn. 'Erkende systemen zijn vaak relatief duur', zegt Workamp. 'Neem bijvoorbeeld een warmtewisselaar. In vleeskuikenstallen zijn de kosten daarvan terug te verdienen omdat je zeven periodes per jaar veel warmte in de stal nodig hebt. Bij legkippen is dat niet het geval. Investeren in een warmtewisselaar betekent in die sector een forse verhoging van de kostprijs.'

Dat de keuze beperkt is komt onder meer doordat het voor bedrijven duur en tijdrovend is om nieuwe fijnstof reducerende technieken op de landelijke lijst te krijgen. Het is bijvoorbeeld verplicht om een techniek in minimaal vier proefstallen te testen volgens een uitgebreid meetprotocol. 'Daar is zo 100.000 euro mee gemoeid.'

Kiezen

Pluimveehouders in de gemeenten Barneveld, Ede, Renswoude en Scherpenzeel krijgen de komende jaren te maken met extra eisen als ze een vergunning aanvragen om de uitstoot van fijnstof te verlagen. Voor de extra reductie hoeven ze geen gebruik te maken van technieken die op de landelijke lijst van erkende technieken staan. Ze mogen kiezen voor systemen die het Praktijkcentrum Emissiereductie Veehouderij akkoord heeft bevonden.

Het praktijkcentrum test vanaf dit jaar veelbelovende technieken op praktijkbedrijven. Onderzoek, onderwijs, regionale overheden en het bedrijfsleven werken hierbij nauw samen. 'Door de samenwerking boeken we snel en betaalbaar vooruitgang. Studenten van Groenhorst en Aeres Hogeschool in Barneveld voeren onder supervisie van Wageningen Universiteit de noodzakelijke metingen uit. Een mooi neveneffect is dat zo meer studenten in aanraking komen met de pluimveehouderij.'

Twintig leveranciers

Dat het Praktijkcentrum Emissiereductie drempelverlagend werkt merkt Workamp nu al. Maar liefst twintig leveranciers hebben zich gemeld om dit jaar een fijnstoftechniek door het centrum te laten testen. Bij de aanmeldprocedure hoort een uitgebreide vragenlijst die duidelijk moet maken of een techniek interessant genoeg is om in de praktijk te testen. Een wezenlijk onderdeel van de vragenlijst is de betaalbaarheid van een systeem.

'We laten bedrijven volgens onze rekenregels de jaarkosten per dierplaats berekenen. Harde financiële grenzen zijn moeilijk aan te geven. Voor een systeem dat de fijnstofuitstoot met 20 procent reduceert, kunnen bijvoorbeeld jaarkosten van 5 cent per kip acceptabel zijn. Maar een systeem dat 50 procent reduceert mag misschien wel een kwartje per kip kosten. Welk systeem de voorkeur verdient kan ook afhangen van de achtergrondconcentratie in de omgeving', schetst Workamp.

Het praktijkcentrum let ook op andere aspecten van een systeem. Bijvoorbeeld het effect op de emissie van geur en ammoniak of praktische voordelen. 'Een voorbeeld is de inmiddels erkende strooiselschuif voor volièrestallen. Die zorgt niet alleen voor minder fijnstof en minder ammoniak in de stal, maar draagt ook bij aan minder grondeieren. En is bovendien heel betaalbaar.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Maandag
    3° / -1°
    10 %
  • Dinsdag
    5° / 0°
    10 %
  • Woensdag
    5° / 2°
    10 %
Meer weer