Resultaat+voerspoor+onzichtbaar
Achtergrond
© Langs de Melkweg

Resultaat voerspoor onzichtbaar

LTO Nederland tekende in 2010 een convenant met de Nederlandse Vereniging Diervoederindustrie (Nevedi), genaamd 'het voerspoor'. De afspraak was om het fosforaandeel in mengvoer terug te schroeven. Een schets van wat er sindsdien is gebeurd en wat dat heeft opgeleverd.

Bij de start van het voerspoor in 2011 zetten LTO en Nevedi in op een traject voor de melkveehouderij en varkenshouderij. Voor de pluimveehouderij werd dat niet nodig geacht. Deze sector exporteert haar fosfaat grotendeels en zat al laag qua fosforaandeel in het mengvoer.

Het voerspoor voor de varkenshouderij is nooit toegepast. Vijf jaar geleden werd wel een fosfortoets (P-toets) ontwikkeld. Hoe efficiënter, hoe beter; zo zou het gaan werken. Er kwam zelfs een verordening van het productschap. Vlot daarop werden de productschappen afgeschaft en verdween de P-toets in een lade. Die kan makkelijk alsnog worden ingezet, maar de noodzaak leek de afgelopen jaren minder groot. De stijging van de fosfaatproductie in de varkenshouderij was niet groot.

Meer vleesvarkens

De fosfaatproductie van varkens groeide over 2015 echter opnieuw. Nu met 1,3 miljoen kilo. Het CBS becijferde dat de helft daarvan werd veroorzaakt doordat er 150.000 vleesvarkens meer werden gehouden dan een jaar eerder. Maar de andere helft van het extra fosfaat komt voort uit een iets hoger gemiddeld fosforgehalte in vochtrijk voer voor deze diergroep.

De melkveehouderij is de enige diergroep die aan het voerspoor is gebonden. Deze sector scherpte de normen voor fosfor in mengvoeders halverwege 2015 zelfs aan. Het voerspoor bestaat dus nog steeds, maar is sinds 2013 opgenomen in het Kringloopwijzertraject. Was het voerspoor eerst een convenant tussen LTO en Nevedi, sinds 2013 betreft het een overeenkomst tussen deze partijen met daarbij de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) en de Vereniging van Accountants en Belastingadviseurs (VLB).

Twee opties

In de overeenkomst staat dat mengvoerleveranciers twee opties hebben: of het brutofosforgehalte in mengvoer bedraagt hooguit 4,5 gram per kilo product of de verhouding fosfor (P) en ruw eiwit (RE) in het krachtvoer ligt hooguit op 1/2,5. Dat betekent dat het fosforaandeel maximaal 2,5 procent van het RE-aandeel bedraagt. Deze normen zijn in juli 2015 aangescherpt naar 4,3 gram fosfor per kilo product en de P/RE-ratio naar 1/2,3.

Vooral producenten in gebieden met veel mais in het rantsoen konden niet goed uit de voeten met een afrekening op basis van een maximum aan grammen fosfor per kilo product. Ervaring leerde dat eiwitarme rantsoenen bij een eenzijdige benadering van louter de fosfornorm per kilo product niet op de norm zijn te krijgen. Vandaar dat de tweede optie werd toegevoegd.
'Daarmee slaagt de mengvoerbranche erin de gestelde doelen te halen', stelt Mark Heijmans, programmamanager Diervoeder bij Nevedi.

Groei veestapel

Hoeveel het voerspoor precies heeft opgeleverd aan fosfaatreductie, is niet geheel duidelijk. Heijmans schat het op een paar miljoen kilo. 'Dat was het tastbare resultaat wanneer de veestapel niet was gegroeid.' Maar de veestapel groeide vanaf 2013 fors. Alles wat het voerspoor opleverde, wordt dan ook tenietgedaan en overschaduwd door deze groei.

Volgens Cor van Bruggen, rekenmeester van het CBS op dit terrein, is dat niet het hele verhaal. 'In 2012 werkte het voerspoor meteen erg goed en werd zelfs de huidige norm van 4,3 gram fosfor maximaal per kilo product gehaald. Maar de mogelijkheid wordt geboden om ook aan de eisen te voldoen als producent, wanneer de P/RE-ratio maximaal 1 staat tot 2,5 en later 2,3 bedroeg', zegt hij.

Eitwitrijk voer

'In 2013 ging het brutofosforgehalte alweer duidelijk omhoog richting 4,6 gram. Veevoedingsdeskundigen wijten dit in de eerste plaats aan een grotere behoefte aan eiwitrijke mengvoeders vanwege de matige ruwvoerkwaliteit. Daarnaast is dure soja vervangen door fosfor- en eiwitrijk raapzaad. Ook werd onder invloed van de toenmalige gunstige melkprijs vaker gekozen voor duurder eiwitrijk voer.'

In 2014 bedroeg het fosforgehalte gemiddeld 4,69 gram per kilo om in 2015 weer terug te lopen naar een gemiddelde van 4,53 gram. 'De daling is dus vorig jaar, waarschijnlijk door aanscherping van de normen, wel ingezet, maar gemiddeld ligt het boven de gestelde norm. Doordat mengvoerbedrijven een extra optie kregen om aan de normen te voldoen, komen ze wel uit, maar wordt de fosfaatproductie via het mengvoer veel minder verlaagd dan wenselijk is.'

Reductiewinst

Van Bruggen nuanceert zijn kritische kijk door toe te voegen dat ruwvoer voor 70 procent de fosfaatproductie bij rundvee bepaalt. 'De invloed van krachtvoer is dus minder groot, maar heeft wel degelijk effect. De daling van vorig jaar ten opzichte van 2014 leverde toch ongeveer een miljoen kilo reductiewinst op.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Zaterdag
    7° / 4°
    30 %
  • Zondag
    8° / 4°
    10 %
  • Maandag
    7° / 1°
    20 %
Meer weer