%27Het+gaat+er+niet+om+wat+je+roept%2C+maar+wat+je+doet+voor+boeren+en+tuinders%27
Interview
© Roel Dijkstra

'Het gaat er niet om wat je roept, maar wat je doet voor boeren en tuinders'

Negen jaar en zes maanden is Albert Jan Maat voorzitter van LTO Nederland geweest als hij op 1 oktober afzwaait. Nu de afspraken over modernisering en versterking van LTO rond zijn, vindt hij het een mooi moment om plaats te maken. ‘Mijn leven zal er anders uitzien en dat is goed.’

Boer is Albert Jan Maat (63) nooit geworden. Zijn vader had in het Overijsselse Heino een gemengd bedrijf, melkvee en akkerbouw. Later werd dat alleen een melkveehouderij, die zijn broer graag wilde voortzetten. ‘Als het een akkerbouwbedrijf was geworden, had het anders kunnen uitpakken’, vertelt Maat. ‘Maar ik had toen al de drive om bij een landbouworganisatie aan de slag te gaan.’

Nog twee weken trekt Maat vol gas de LTO-kar. Daarna richt hij zich helemaal op NetVISwerk, een belangenorganisatie voor de binnenvisserij en ambachtelijke kustvisserij. ‘Als Europarlementariër had ik ook visserij in mijn portefeuille. En ik heb altijd contacten in die sector gehouden. NetVISwerk is nieuw. Het is echt pionieren en opbouwen.’

Wat bracht u tot het besluit om te stoppen bij LTO?

‘Aanvankelijk vond ik het vorig jaar, toen mijn COPA-voorzitterschap erop zat, een mooi moment om terug te treden. Maar we waren al te lang bezig met discussies over een nieuwe LTO-structuur; die modernisering moest er komen en die kar wilde ik trekken.

'Halverwege dit jaar heb ik geroepen: ‘Het is nu erop of eronder.’ Dat is de enige keer dat ik met mijn portefeuille heb gezwaaid. Ook heb ik gezegd: ‘We gaan veranderen, we gaan investeren, zowel in menskracht als in kwaliteit.’ Toen heeft iedereen zijn verantwoordelijkheid genomen en kwam er nieuw elan.’

Ook stopt uw voorzitterschap van Agriterra.

‘En met een goed gevoel. Het is een fantastische organisatie. In Agriterra doen de ketenorganisaties nu volop mee en werken we samen met veertig boerenbonden uit landen wereldwijd. Overal in de wereld worden we door landbouworganisaties aangesproken op het goede werk.’

Krijgt u nu ook wat meer tijd voor andere dingen?

‘Ik hoop het. Ik lees en sport graag, maar daar komt het niet zo van. En ik ben actief op het terrein van mensenrechten in vergeten hoeken van de wereld. Daar blijf ik me voor inzetten. Mijn leven zal er anders uitzien en dat is goed.’

U stapte bij LTO in, toen de organisatie in een turbulente periode verkeerde. Hoe was dat?

‘Ik ben een boerenzoon uit Salland en daar zeggen we: ‘Het gaat er niet om wat je roept, maar wat je doet.’ Dus dat je werkelijk voor de sector gaat en probeert wat te bereiken.

'In 2005 was er een enorme revolutie binnen LTO en moest de organisatie weer worden opgebouwd. Dat was niet eenvoudig. Het was ook bepaald geen gespreid bedje waar ik instapte, hoewel Bart Jan Constandse organisatorisch de boel op orde had gebracht.

‘Cruciaal was dat ik niet kon verkroppen dat de lobby voor boeren en tuinders niet op het niveau zou zijn dat de Nederlandse land- en tuinbouw verdient. Ik heb toen mijn boerenhart laten spreken. Nu achteraf ben ik heel blij met die beslissing. Want het was hard nodig en we gingen roerige tijden in.’

Waarom roerig?

‘We moesten scherp zijn en dat vergde stuurmanskunst. Er was een nieuw kabinet en hadden net een enorme hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. De kunst was om voor de sectoren die het zwaarst werden getroffen, een goed overgangsbeleid te regelen. Dat hebben we in kunnen bouwen.

‘Ook stonden de productschappen onder grote druk. In de Tweede Kamer waren al twintig moties aangenomen voor afschaffing daarvan, dus zag je aankomen dat het er een keer van moest komen. We hebben dat via het nieuwe Europese landbouwbeleid goed weten om te vormen naar producenten- en brancheorganisaties, zodat er in de keten samenwerking blijft en geld naar innovatie en onderzoek gaat. Ik ben blij hoe snel sectoren dat hebben opgepakt. Daarmee laten we zien dat we als sector en LTO goed anticiperen op veranderingen.’

U maakte drie kabinetten mee. Wat heeft u geraakt?

‘Natuurlijk waren er tegenvallers, zoals het sneuvelen van de rode diesel. Maar het hevigste in de laatste twee kabinetsformaties was het idee: wij als politiek bepalen alles en maatschappelijke organisaties als LTO, MKB-Nederland en VNO-NCW houden we op afstand.

Dat vind ik een arrogantie van de politiek die niet te verkopen is. Want slechts 1 procent van de bevolking is lid van een politieke partij, terwijl ondernemersorganisaties allemaal tussen de 60 en 70 procent scoren.

In Nederland is het echt polderen. Dat betekent samen dijken bouwen, dus problemen oplossen, waarbij de zaken doorlopen en je blijft produceren. Dat hebben we goed kunnen realiseren. Bij dat echte polderen, problemen oplossen, voel ik me thuis. Ik doe dat liever dan aan de kant staan roepen.’

Is het dan niet nodig hard op de trom te slaan?

‘Zeker. Maar toen ik begon, hadden we bijna niets in Den Haag. We moesten onze invloed weer terugvinden en daar hoort een stijl bij. Overigens, ik heb wel als COPA-voorzitter de grootste boerendemonstratie in Brussel georganiseerd van de afgelopen vijftien jaar. Dat is de andere kant.

‘Ik probeer bruggen te bouwen. Zo heb ik met Eurocommissaris Phil Hogan een keihard gesprek gevoerd over de Russische boycot en aan het eind lag er 500 miljoen euro op tafel. Ook heb ik toen gezegd dat er een boerendemonstratie komt om de druk op de ketel te houden. Jammer dat die demonstratie dankzij enkele groepen uit de hand liep met schade in Brussel. Ik ben trots op het platteland, maar dat betekent ook dat je waardigheid hebt. Actievoeren is prima, maar doe het waardig.’

Hoe sterk is LTO nu? Is er een ‘groen front’?

‘Mensen die het over het groene front hebben, denken altijd vanuit de verdediging. We leven in een heel andere tijd. Ga niet in de verdediging, probeer een deel van de oplossing te zijn. LTO is zeven, acht jaar geleden begonnen met ‘Meer met minder’, meer en beter produceren met minder energie en grondstoffen en met meer maatschappelijke acceptatie. Dat is geweldig geland in het beleid dat we uitstralen.

‘Daar hoort natuurlijk wel een krachtige organisatie bij. In het begin had LTO veel weg van een gideonsbende. Daarmee kun je geschiedenis schrijven, maar het is niet de oplossing voor de lange termijn. Zo hebben we weer onze rol als werkgeversorganisatie opgepakt, zijn we in de SER en Stichting van de Arbeid gaan zitten en hebben we de modernisering van LTO ter hand genomen.’

Is de invloed van LTO veranderd?

‘We leven in een samenleving waar instituties minder invloed hebben. Dat raakt ook de land- en tuinbouw. Dat is de reden dat LTO meer een beweging moet worden. We moeten loskomen van de instituties, meer een beweging zijn die werkt vanuit leden en die allianties zoekt binnen en buiten de keten. Als het stilstaand water wordt, is over vijf jaar onze invloed weg.’

Is Nederland in die zin veranderd?

‘De belangstelling voor de sector en voedsel is toegenomen. Voedsel staat meer dan ooit op de agenda. Als LTO zien we ook kansen in het maatschappelijk debat. Daarom werken we nu volop samen met de supermarkten, andere ketenpartijen en de Dierenbescherming.

‘Ook is het belangrijk dat er goede binding is tussen de kennisinstellingen en de boeren en tuinders. Want alleen met perspectief kan de sector wereldwijd excelleren. Anders is het met de kennis snel afgelopen. Dat kan niet vaak genoeg gezegd worden.

‘Wat dat betreft doet het kabinet wat laconiek over de Russische boycot. Ik snap de politieke gevoeligheid, maar voedsel is nog altijd het eerste mensenrecht. Dus moet je zorgen dat voedsel buiten een internationale boycot blijft.’

Is de band met de maatschappij versterkt?

‘De houding dat de hekken dicht blijven, verandert. Dat is goed. Op erven en in kassen ontvangen we jaarlijks een miljoen bezoekers tijdens open dagen. Deze stille revolutie is echt van onderop tot stand gekomen. Wij hebben ons bekommerd om de gewone burgers. Dat is klasse van onze afdelingen en bedrijven.

‘Verder zie je dat wij met concepten toch een redelijke prijs voor onze producten krijgen. We moeten het dan ook niet van de laagste kostprijs hebben, maar van het excellente product en goed laten zien hoe we produceren. Daar valt nog een wereld te winnen. Als we dit beter doen, zul je zien dat politiek en maatschappij anders naar ons kijken.’

U hamert al jaren op een gelijk speelveld. Is er sprake van rechtsongelijkheid?

‘We worden geprezen om onze exportprestaties. Maar dat gaat niet vanzelf. Wat me irriteert, is dat bij de Europese steunpakketten de deur wordt opengezet voor nationale maatregelen. Dat is echt zo slecht voor de Nederlandse land- en tuinbouw. We hebben juist eensgezindheid in Europa nodig. Het anti-Europese sentiment is uitermate slecht voor onze sector.

‘Beter een strakke gehandhaafde Europese regel dan een nationale regel, want dat bevordert het gelijke speelveld. En natuurlijk weet ik, Brusselse regels zijn niet allemaal geweldig. Maar kijk bijvoorbeeld naar de keuringskosten. Onze agrariërs betalen die zelf, terwijl in omliggende landen de overheid die bekostigt.’

Wat wilt u LTO-leden nog meegeven?

‘Ik weet dat het niet vet is op veel bedrijven. Maar laat ook in moeilijke tijden de passie niet wegvloeien, want dan raak je gefrustreerd. Als boer of tuinder mag je trots zijn op wat je doet.
‘Het perspectief is nog altijd goed. Voedselproductie staat meer op kaart. In één generatie moet er 70 procent meer worden geproduceerd. Daarom is zelfbewustzijn zeker op zijn plaats.’

Weer

  • Maandag
    20° / 11°
    10 %
  • Dinsdag
    22° / 7°
    10 %
  • Woensdag
    21° / 9°
    10 %
Meer weer