‘Perspectief nodig dat verder gaat dan krimp’

Het is positief dat Brussel kiest voor verduurzaming en versterking van de veehouderij in plaats van krimp. Dat biedt ondernemers duidelijkheid over de richting en ruimte om te investeren. Tegelijkertijd wordt de (melk)veehouderij in Nederland voor een groot deel van de stikstofopgave aangesproken, schrijft Flynth-adviseur Lubbert van Dellen in dit opiniestuk.

Volgens Lubbert van Dellen moet vooral worden gestuurd op minder emissies via management en techniek, in plaats van op minder dieren.
© Job Hiddink

Juist daarom is het belangrijk dat nationaal beleid boeren ondersteunt en beloont voor de stappen die zij zetten. Niet door vooral te sturen op minder dieren via krimp, maar door te sturen op minder emissies via management en techniek. Op dit punt wijkt het accent van Brussel af van dat van de Nederlandse overheid.

Veel ondernemers zijn bereid en in staat verder te verduurzamen. Op veel bedrijven wordt al gewerkt aan efficiënter voer, emissiearme stalsystemen, beter mestmanagement, precisielandbouw en andere toepassingen van data. Ook wordt geïnvesteerd in mestverwerking, energieproductie en technieken die emissies terugdringen zonder dat dit ten koste gaat van de bedrijfsvoering.

De kennis, techniek en ondernemingskracht zijn aanwezig. Wat nodig is, is een perspectief dat verder gaat dan krimp. Europa zet daarom in op innovatie, emissiereductie, mestverwerking en nieuwe technieken. Het ligt voor de hand dat nationaal beleid daarop aansluit.

Belangrijk is dat Nederland de Brusselse koers doorvertaalt in nationaal beleid

Lubbert van Dellen, senior bedrijfsadviseur & marktdirecteur agro bij Flynth

De opgave voor de komende jaren is om duurzaamheid, eiwittransitie, de rol van herkauwers, organische meststoffen, koolstofopslag in grasland, biodiversiteit, dierenwelzijn en verdienvermogen met elkaar te verbinden. Dat vraagt ruimte voor investeringen in oplossingen die aantoonbaar bijdragen aan lagere emissies en toekomstbestendigheid.

Denk aan stallen die het dierenwelzijn verbeteren en emissies verlagen, of aan mestverwerking om nutriënten beter te benutten. Zo ontstaat vooruitgang voor natuur en milieu, terwijl bedrijven economisch gezond kunnen blijven.

De Europese koers laat zien dat verduurzaming en een sterke veehouderij hand in hand kunnen gaan. Dat is belangrijk voor zowel de Europese voedselzekerheid als de voedselveiligheid. Nu is het aan Nederland om die lijn door te trekken. Ondernemers hebben behoefte aan duidelijkheid, een stabiel investeringsklimaat en beleid dat innovatie stimuleert. Nederland kan zich daarbij niet langer verschuilen achter het argument dat ‘het moet van Brussel’.

Ruimte voor innovatie

Wie de Kamerbrief van landbouwminister Jaimi van Essen met een positieve blik leest (hoe moeilijk ook), ziet dat hij buiten de zones rond natuurgebieden een andere koers kiest dan zijn voorgangers. Hij stuurt niet vooraf op krimp, maar biedt ruimte voor managementmaatregelen en innovatie. Daarmee kunnen bedrijven perspectief en verdienvermogen behouden en tegelijkertijd emissies terugdringen.

Wel geldt als voorwaarde dat bedrijven die in 2035 onvoldoende emissiereductie hebben gerealiseerd alsnog kunnen worden verplicht te krimpen. Een kritische kanttekening is dat een vergelijkbare mogelijkheid tot verplichte krimp voor industriële bedrijven vooralsnog ontbreekt. Is het dan wel fair dat van de agrosector te vragen?

Lees ook: Europese Commissie presenteert ‘vijfsterrenstrategie’ voor veehouderij

Belangrijk is dat Nederland de Brusselse koers doorvertaalt in nationaal beleid: geen focus op krimp van de veestapel, maar op emissiereductie via innovatie, techniek en beter management. Wie de Kamerbrief kritisch leest, ziet dat de minister die lijn voor stalemissies volgt, maar voor veldemissies weinig ruimte biedt voor managementmaatregelen en innovatieve technieken. Juist daar liggen nog kansen.

Daardoor blijft krimp van de veestapel onderdeel van de aanpak als de doelen voor 2035 uiteindelijk niet worden gehaald. Op dat punt kiest Brussel een andere benadering. Ze wijst expliciet op emissiereductie via innovatie, het vervangen van kunstmest door bewerkte dierlijke mest en het gebruik van data om uitspoeling te voorkomen.

Positieve rol van mest

Daarnaast benadrukt Brussel de positieve rol die mest speelt. Niet alleen als bron van nutriënten, maar ook vanwege de bacteriën en schimmels die bijdragen aan een gezond bodemsysteem. Daarmee zet ze nadrukkelijk in op emissiereductie en het behoud van een sterke veehouderij. Dit is van belang voor alle agrarische bedrijven met grond: extensieve en intensievere melkveehouders, overige veehouderij, maar ook akkerbouwers. Op zand- en lössgronden speelt deze opgave doorgaans sterker dan op kleigronden.

Als Europa wel kiest voor innovatieve oplossingen die emissies verminderen, moet Nederland ervoor zorgen dat ondernemers deze ook daadwerkelijk kunnen toepassen. Dat betekent ruimte bieden aan innovatie, techniek en doelsturing om veldemissies te verlagen, in plaats van primair sturen op krimp. Alleen zo kunnen ondernemers de noodzakelijke stappen zetten, blijven investeren en bouwen aan een toekomstbestendige landbouw.

Het is nu aan de Tweede Kamer om – met de gewijzigde koers van Brussel achter zich – de minister te bewegen meer ruimte voor innovatie en management te geven om emissies te verlagen en krimp zowel aan de voor- als achterkant uit het plan van aanpak te halen. En daarmee de agrosector op het gebied van emissiereductie gelijk te behandelen als industrie.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Donderdag
    29° / 19°
    5 %
  • Vrijdag
    25° / 16°
    35 %
  • Zaterdag
    26° / 13°
    0 %
Meer weer