Biologisch mest aanzuren verlaagt emissies en verhoogt biogasopbrengst
Voederbieten en reststromen uit de zuivelverwerking bieden perspectief voor melkveehouders die mest biologisch willen aanzuren. Volgens onderzoek van het Nutriënten Management Instituut (NMI) kan daarmee de ammoniakemissie op bedrijfsniveau met 45 tot 70 procent worden verminderd.
Daarbij kan de biogasopbrengst stijgen van 30 kuub naar 52 tot 67 kuub per ton drijfmest. Voederbieten bleken daarbij het enige onderzochte gewas dat melasse volledig kan vervangen. Volgens coauteur Wim Bussink van het rapport is het belangrijk om te onderzoeken welke alternatieven er zijn voor melasse. ‘Melasse is op de wereldmarkt wel genoeg beschikbaar, maar het zou mooi zijn als je zoveel mogelijk regionaal of in ieder geval nationaal kunt aanvoeren.’
De economische haalbaarheid van biologisch aanzuren hangt sterk af van de schaalgrootte. NMI berekende dat een volledig systeem van biologisch aanzuren en vergisting vooral rendabel wordt op bedrijven met zo’n zeshonderd melkkoeien.
Voor bedrijven met minder dan driehonderd koeien zijn de investeringen volgens de onderzoekers moeilijk terug te verdienen. Wel ziet het NMI mogelijkheden voor samenwerking met bestaande vergisters, waarbij biologisch aangezuurde mest van meerdere bedrijven wordt verzameld. In combinatie met stikstofstrippen kan daarbij bovendien een meststof met potentiële renure-status worden geproduceerd.
Reststromen en alternatieven melasse
Biologisch mest aanzuren geldt al langer als een mogelijke maatregel om ammoniak- en methaanemissies uit de melkveehouderij te beperken. Daarbij worden suikerrijke producten aan mest toegevoegd, waarna melkzuurbacteriën de pH van de mest verlagen. Omdat de beschikbaarheid van melasse in Nederland beperkt is, onderzocht NMI alternatieven in de vorm van gewassen en reststromen. Het gehele onderzoek is mede tot stand gekomen met bijdragen van ZuivelNL, provincie Groningen en ForFarmers en in samenwerking met Sanovations.
In vier proeven zijn voederbieten, mais, sorghum en silphie getest. Voederbieten kwamen daarbij duidelijk als beste naar voren. In een proef waarin een mestput werd nagebootst, was ongeveer 15 procent voederbieten nodig om de pH langer dan zestig dagen onder 5 te houden. Mais bleek eveneens bruikbaar, maar alleen in combinatie met 2,5 tot 3,5 procent melasse. Van de onderzochte reststromen lieten vooral de reststromen die ontstaan uit de weiverwerking een hoog verzurend potentieel zien. In onderstaande tabel staan de uitkomsten weergegeven ten opzichte van geen toevoeging aan de mest.
Volgens de onderzoekers biedt biologisch aanzuren niet alleen voordelen voor de emissies, maar ook voor mestvergisting. De biogasopbrengst steeg in de proeven van ongeveer 30 kuub naar 52 tot 67 kuub per ton drijfmest. Daarnaast verliep de vergisting 1,2 tot 2,3 keer sneller dan bij onbehandelde mest, waardoor bestaande vergisters meer mest kunnen verwerken.
Systeem langer beproeven
Hoewel het systeem volgens Bussink voor een gedeelte van de veehouders zeer kansrijk is, moet uitrol nog even op zich laten wachten. ‘We moeten in pilots op praktijkbedrijven met een duur van zeker twee jaar laten zien dat het robuust is en daadwerkelijk de reductie oplevert.’ Parallel daaraan moeten de emissiefactoren worden vastgesteld. Zowel op stalniveau als veldemissies.
Bussink stelt dat biologisch mest aanzuren van mest vooral een uitkomst is voor boeren die geen grote investeringen willen doen in de stal of voor boeren die meer rendement willen halen uit de vergister. Daarnaast kan het zorgen voor een stukje toekomstzekerheid omdat ammoniakreductie onderdeel is van het stikstofpakket van landbouwminister Jaimi van Essen.
Lees ook: Mest aanzuren aantrekkelijk met vergisting
Als de mest niet wordt vergist, maar direct wordt toegediend op het land, dan heb je lagere veldemissies voor ammoniak. ‘De mest heeft dan ook een hogere bemestende waarde, vooral voor stikstof en kalium’, zegt Bussink. ‘Als de mest eerst vergist en vervolgens wordt gestript, dan heb je een relatief stikstofarm digestaat’, vervolgt de bodemdeskundige. De pH van de mest is dan ongeveer gelijk aan die van normale mest’, legt hij uit.
‘De effecten op de bodembiologie zijn eerder positief dan negatief, maar ook hier is verder onderzoek voor nodig. Ik zou boeren vooral op het hart willen drukken dat ze de ontwikkelingen goed blijven volgen. Goed nadenken over welke mogelijkheden het beste zijn voor elk bedrijf. De verschillen in haalbaarheid zijn groot tussen de bedrijven,’ besluit Bussink.
Bekijk meer over:
Lees ook
Marktprijzen
Meer marktprijzen
Laatste nieuws
Nieuwste video's
Kennispartners
Meest gelezen
Nieuw op MechanisatieMarkt.nl
-

JOHN DEERE X940 COMPACTTREKKER 54" AUTO CONNECT (LIE) #781630
Gebruikt, P.O.A.
-

JOHN DEERE X350R ZITMAAIER 42" (BEN) #781578
Gebruikt, P.O.A.
-

Maaidek 60D autoconnect (HIL) #27086
Gebruikt, € 4.200
-

Pottinger schudder HIT 17160HT
2024, P.O.A.
Vacatures
Accountmanager Organische Bodemverbeteraars
Comgoed B.V. - NL
Projectmedewerker BoerenNetwerk – Natuurinclusieve Landbouw
Wij.land - Abcoude
Teamleider instroom kwekerij
IBN - Schaijk
Senior Adviseur Gewassenverzekeringen
AgriVer U.A. - Zoetermeer
Onderzoeker Agro-ecologie en Biodiversiteit
Louis Bolk Instituut - Bunnik
Weer
-
Woensdag20° / 15°10 %
-
Donderdag21° / 13°5 %
-
Vrijdag23° / 13°5 %
















