Veehouders willen aan de slag met stikstofuitstoot maar vragen om vertrouwen

Veehouders willen de stikstofuitstoot terugdringen, maar vragen overheden om meer vertrouwen, langdurige duidelijkheid en snellere erkenning van emissiereducerende technieken. Dat bleek tijdens de Tour de Boer voor pluimveehouders en periferie bij Vencomatic in het Noord-Brabantse Eersel. Volgens ondernemers duurt het nu te lang voordat de emissiereductie van nieuwe technieken officieel is vastgesteld, waardoor ze investeringen uitstellen.

Met een warmtewisselaar in combinatie met een luchtwasser is een forse emissiereductie bij pluimvee haalbaar.
© Marcel Berendsen

Zuid-Nederland en Vlaanderen horen tot de regio’s met de hoogste ammoniakemissies van Europa. De pluimveehouders en varkenshouders in deze regio’s staan voor een flinke uitdaging. Ze moeten de ammoniakuitstoot terugbrengen en tegelijk komen er eisen aan meer dierenwelzijn. Dit vraagt vaak om meer ruimte wat haaks kan staan op de ammoniakuitstoot. Niet alleen intensieve veehouders moeten aan de slag met emissiereductie. Dat geldt ook voor rundveehouders.

Voor het zoeken naar oplossingen om de ammoniakuitstoot in de pluimvee- en varkenssector te verlagen is het interregionale 'Reductie van AMmoniak via Brongerichte en flankerende Oplossingen' (RAMBO) gestart. Dit is een gezamenlijk project van ZLTO, De Hoeve Innovatie, Poortershaven en de Belgische organisaties Inagro, Proefbedrijf Pluimveehouderij, ILVO en Boerenbond. Dat heeft 52 ideeën opgeleverd die uitgebreid zijn getest. Op 15 september is de eindpresentatie van de projecten.

Lees ook: Project 'Rambo' geeft gas op reductiefronten

Dinsdag 13 juli was er een Tour de Boer voor beleidsmakers bij Vencomatic in Eersel. Daar werd de flinke opgave voor met name pluimveehouders gepresenteerd en was er ruimte om over de mogelijke oplossingen van gedachten te wisselen.

Gedeputeerde Marc Oudenhoven (Lokaal Brabant) die in Noord-Brabant de portefeuille Agrarische ontwikkeling en Bestuurlijke Ontwikkeling onder zijn beheer heeft, begrijpt dat het een flinke opgave wordt voor veehouders. Wel is het volgens hem zaak om nu de handschoen op te pakken. ‘Het is nu het belangrijkste om aan te tonen dat je de emissie echt kunt terugdringen. Ook al is het allemaal lastig met de nog lopende verzoeken tot handhaving.’

Jarenlange procedure

Een belangrijk knelpunt is de tijd die nodig is om emissiereductie officieel aan te tonen. Voor Vencomatic duurde het negen jaar om erkenning te krijgen voor het ECO Air Care-systeem, dat 90 procent reductie moet realiseren. De erkenning wordt in oktober verwacht voor leghennen en ouderdieren. ‘Is er dan voor vleeskuikens nog weer eens drie jaar nodig?’, vroeg Victor van Wagenberg van Vencomatic zich af. ‘En wordt het systeem wel betaalbaar voor vleeskuikens of mag je ook een deel van de uitgaande lucht reinigen?’

Vleeskuikenhouder Patrick van den Hurk vroeg zich af of er wel op tijd oplossingen komen. ‘Kunnen we niet gewoon starten met de warmtewisselaar? Die heeft zich immers al bewezen en er is een emissiefactor van bekend?’

De Vlaamse pluimveehouders die aanwezig waren, vroegen zich eveneens af of er genoeg tijd is om de reductiedoelen van 60 procent te halen. In de werkgroepen klonk de oproep: ‘We moeten kunnen beginnen. Geef ons ook het vertrouwen dat we het kunnen oplossen.

Vlaanderen

Sectoradviseur Katrien Boussery schetste de Vlaamse situatie. Pluimvee- en varkenshouders moeten hun emissie terugbrengen met 60 procent ten opzichte van de situatie in 2021 en rundveehouders met 25 procent. Het aantal dieren dat toen in de stal zat telt. Dus als de stal niet vol zat, moeten veehouders meer reduceren als ze het aantal dieren van hun vergunning willen behouden. Wel worden emissiereducerende maatregelen die al zijn genomen meegeteld.

Net als in Nederland is het in België toegestaan om combinaties te maken van techniek, managementmaatregelen of bijvoorbeeld minder dieren. Ook intern salderen mag, wat betekent emissies van pluimvee, varkens of runderen onderling uitruilen. Voor de technieken is er een investeringssteun van 40 procent bij nieuwbouw waarbij ondernemers tot 40 jaar er nog 25 procent bovenop krijgen. Voor techniek in bestaande stallen is de investeringssteun 80 procent.

Punt van aandacht is volgens Boussery nog wat er na 2030 gebeurt. De overschrijding van de ammoniakuitstoot moet dan met de helft zijn gereduceerd. De andere helft moet daarna nog. Ander lastig punt zijn de dierenwelzijnseisen. ‘Overgaan naar de Better Chicken Commitment-normen kan de ammoniakuitstoot juist wel tot drie keer toe verhogen’, zegt Boussery.

Dierenwelzijn inpassen

Voor dierenwelzijn is in Nederland het convenant 'Stappen naar een dierwaardige veehouderij' afgesloten en komt er na de zomer meer duidelijkheid over de algemene maatregel van bestuur over dierenwelzijn. Volgens beleidsadviseur dierlijke sectoren Ernest Bokkers van LTO Nederland is het duidelijk dat de sector al stappen heeft gezet met Beter Leven-vleeskuikens en bijvoorbeeld geen snavelbehandelingen meer bij leghennen. Legbatterijen kent Nederland al heel lang niet meer en de laatste kooisystemen worden uitgefaseerd. Stoppen met ingrepen bij ouderdieren komt er nog aan en ook de bezettingsgraden zullen nog dalen.

In de stallen zal meer aandacht komen voor functiegebieden, rustplaatsen met zitstokken of plateaus en hokverrijking, zodat kippen al hun gedrag kunnen uitvoeren. Hiertoe is wel onafhankelijk onderzoek noodzakelijk en de markt zal de extra kosten moeten betalen. ‘Wat dat betreft is het goed dat de retail het convenant heeft ondertekend’, zegt Bokkers. ‘Met het Beter Leven-vleeskuiken hebben we goede afspraken met de retail kunnen maken, maar met het stoppen met doden van eendagskuikens lukt het nog niet.’

Pluimveehouder Van den Hurk vindt dat afspraken over de extra kosten voor meer dierenwelzijn vooral met de marktpartijen gemaakt moeten worden. ‘Zodra de overheid er zich mee bemoeit, lukt het niet.’ Hij stoort zich ook aan de stroperigheid van het hele systeem. ‘Vijf jaar geleden heb ik een vergunning aangevraagd voor een overdekte uitloop en vaak die vraag herhaald, maar ik heb nog geen uitslag. Ik mis het goed fatsoen hier. Als je een aanvraag indient, blijft het stil, ook al heb je betaald en moet je er steeds zelf achteraan. De maatregelen om de stikstofuitstoot te beperken, moeten wel haalbaar en betaalbaar zijn’, vindt de pluimveehouder. ‘En het meten van de uitstoot moet ook betaalbaar en praktisch invulbaar zijn.’

Doelsturing

Frank van Wagenberg zet wat dat betreft vraagtekens bij het meten van de ammoniakuitstoot vanuit de stallen. ‘Als doelsturing alleen mag met sensoren die via een organisatie worden verstrekt ieder half jaar moeten worden gekeurd, rijzen de kosten de pan uit en kom je al snel aan tienduizenden euro’s. Dat kan anders door bijvoorbeeld het meten van stikstof in het spuiwater van de chemische luchtwasser.’ Andere oplossingen zijn bijvoorbeeld gebruikmaken van een afrekenbare stoffenbalans, zegt beleidsmedewerker Eva Litjes van ZLTO. ‘En erken dat er onzekerheden zijn. Als alles tot twee cijfers achter de komma moet, dan gaat het te lang duren.’

Wat betreft doelsturing is het ook lastig dat in de officiële erkenningen van emissiearme systemen wordt gewerkt met exacte getallen. Een systeem krijgt één getal dat de te behalen emissiereductie aangeeft. Beter is volgens Van Wagenberg om te werken met een gemiddeld haalbare reductie met een marge daaromheen, een boven- en ondergrens. ‘Omdat zaken als bijvoorbeeld weersomstandigheden een rol kunnen spelen bij de te behalen reductie.’

Het behalen van de stikstofdoelen zal vragen om inspanningen van alle betrokken partijen, blijkt ook tijdens de gesprekken in de werkgroepen. Er is ook politiek lef nodig. Gesprekken tussen alle verschillende partijen zijn nodig om tot haalbare oplossingen te komen.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Vrijdag
    25° / 15°
    5 %
  • Zaterdag
    21° / 17°
    5 %
  • Zondag
    20° / 13°
    5 %
Meer weer