Vakmanschap en innovatie nodig om scherpe ammoniakreductie te realiseren

Het terugdringen van ammoniakemissies uit de stal is een belangrijke pijler onder de stikstofaanpak die het kabinet op vrijdag 26 juni heeft gepresenteerd. Het doel is om de stalemissies te verlagen van gemiddeld 0,3 kilo ammoniak per kilo fosfaat in 2019 naar 0,164 kilo in 2035.

Mest dagvers vergisten is ook een mogelijke richting voor reductie.
© Ruben Meijerink

De maatregel maakt onderdeel uit van een breder pakket waarmee de ammoniakuitstoot in 2035 met 50 kiloton moet zijn teruggebracht ten opzichte van 2019. Een reductie van 46 procent. Daarmee staat de melkveehouderij voor een flinke opgave. Ongeveer 10 tot 15 procent van de melkveebedrijven in Nederland voldoet al aan het nieuwe bedrijfsspecifieke plafond. Zij worden beloond voor het vooroplopen.

Het harde ammoniakplafond waar ieder bedrijf in Nederland onder moet zitten in 2035 mag bereikt worden door middel van doelsturing. Er zijn een aantal maatregelen die melkveehouders hiervoor kunnen nemen. Zowel op het gebied van management, minder ruw eiwit in het voer en meer beweiden, als op het gebied van innovatie.

10 tot 15 procent kan doel halen

Volgens ingewijden kan 10 tot 15 procent van de ondernemers, bovenop de bedrijven die al onder het nieuwe emissieplafond zitten, het doel halen met managementmaatregelen. Voor de overige 75 procent zal dit betekenen dat zij investeringen moeten doen, bijvoorbeeld in een koetoilet, emissiearme stalvloeren of het plaatsen van een Lely Sphere of mestvergister.

Lubbert van Dellen, marktdirecteur Agro en senior bedrijfsadviseur bij Flynth, stelt dat het nieuwe ammoniakplafond niet vrijblijvend is. ‘De focus ligt op stalemissies realiseren via doelsturing, maar aan de achterkant is het bikkelhard geborgd. Als in 2030 blijkt dat de sector onvoldoende voortgang boekt, kan de overheid alsnog aanvullende krimpmaatregelen nemen. Juist daarom is het belangrijk dat ondernemers nu al stappen zetten met voermaatregelen en investeringen.’

Lees alle berichtgeving over de stikstofaanpak op onze themapagina

Dat betekent volgens Van Dellen overigens niet dat alle boeren meteen een mestvergister op hun erf moeten zetten. ‘Maar het is wel belangrijk dat ondernemers met 100 tot 150 koeien of meer zich gaan oriënteren op mestvergisting. Dit najaar kun je subsidie – de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE) – aanvragen. Dan heb je dat maar vast geborgd. Je hebt vervolgens drie jaar de tijd om wel of niet een vergister neer te zetten. Het rendement op deze installaties is goed en de bank wil er makkelijk op financieren.’

Onderzoekscoördinator Gerjan Hilhorst van De Marke is nauw betrokken bij project Koeien en Kansen en vindt de benodigde emissiereductie fors. ‘Bij De Marke voeren we 144 gram ruw eiwit, beweiden we 800 tot 900 uur en hebben we een, al dan niet wat verouderde, emissiearme stal. Wij moeten nog 18 procent ammoniak reduceren om op die 0,164 kilo per fosfaatrecht te komen.’

Volgens Hilhorst is het dan ook geen kwestie van kiezen voor management of innovatie, maar moet een combinatie van beide worden ingeregeld. ‘Als we dit doel willen halen, dan heb je alles nodig. Bewust omgaan met eiwit is zowel economisch als technisch verstandig, maar met alleen minder ruw eiwit in het rantsoen gaat een groot deel van de ondernemers het niet redden. Als je kunt sturen met energieproducten, dan is het voor veel boeren mogelijk om tussen de 145 en 150 gram ruw eiwit te voeren.’

Keuzes maken

Van Dellen ziet verschillen in de keuzes die melkveebedrijven moeten maken. ‘Extensievere bedrijven met 100 tot 150 melkkoeien kunnen relatief veel winst boeken met beweiding en een lager ruweiwitgehalte. Voor grotere bedrijven ligt de oplossing eerder in de combinatie van management en techniek. Een voorbeeld is monomestvergisting en vervolgens renure. Daarmee verlaag je niet alleen de emissies, maar houd je ook meer mineralen op het eigen bedrijf en beperk je de mestafvoer.’

Lees ook: ‘Emissienorm voor veehouders is nu haalbaar met best beschikbare technieken’

Hilhorst heeft via de tool van Intoagri uitgerekend hoeveel ammoniak-reductie er nog moet plaatsvinden. Met die rekentool kun je als melkveehouder met gegevens uit de KringloopWijzer kijken aan welke knoppen je kunt draaien om de benodigde ammoniak te reduceren. ‘De berekeningen zijn indicatief, zodat elke veehouder kan kijken wat het effect van bepaalde maatregelen is op de eigen situatie’, licht Steven Verkuil van Intoagri uit. De tool is op het moment van schrijven al meer dan duizend keer ingevuld.

Van Dellen verwacht voor de komende jaren dat verschillende stalsystemen naast elkaar zullen blijven bestaan. ‘Het gaat uiteindelijk niet om één specifieke vloer, maar om systemen die mest en urine effectief van elkaar scheiden. Dat is waar landbouwminister Jaimi van Essen de nadruk op legt. Dat biedt ruimte voor innovatieve oplossingen. Daarom moeten ondernemers kijken naar een combinatie van managementmaatregelen, staltechniek en mestverwerking.’

Eddo Nijhof is biologisch melkveehouder in het Overijsselse Denekamp.
Eddo Nijhof is biologisch melkveehouder in het Overijsselse Denekamp. © Eigen foto

‘Grond is en blijft een belangrijke zekerheid’

Biologisch melkveehouder Eddo Nijhof uit Denekamp boert op gevoel. Hij rekent niet voortdurend aan rantsoenen of ruweiwitgehalten, maar stuurt op het ureumgehalte in de melk. Dat past bij zijn bedrijfsvoering, waarin veel weidegang, vers gras en een lage input centraal staan. Met een jaarrond gemiddeld ureumgehalte van 17 ziet hij dat de balans goed is en blijven ook de ammoniakverliezen beperkt.

Nijhof melkt 165 koeien met 175 hectare grond. Zo’n 60 hectare bestaat uit natuurgrond van Staatsbosbeheer en uit eigen natuurpercelen, waarvan slechts 30 hectare beweidbaar is. Beweiden is een belangrijk onderdeel van zijn bedrijfsvoering, al vraagt het wel dagelijks vakmanschap. De koeien lopen gemiddeld 234 dagen per jaar buiten, in totaal bijna 2.200 uur. ‘Als ik denk dat ik meer moet wegmaaien om de weides fris te houden, dan voer ik in de stal gewoon meer vers gras van percelen op afstand.’

Het ureumgetal is voor Nijhof een goede graadmeter. Door te sturen op dit getal benut hij het eiwit uit het verse gras en de kuil, die van het voorjaar tot het najaar dichtzit, het beste. Bijkomend voordeel is dat de ammoniakemissie beperkt blijft. Hoewel ammoniak op zijn bedrijf geen groot thema is, volgt hij de ontwikkelingen wel. De strengere regels baren hem minder zorgen dan de mogelijke gevolgen van de Kaderrichtlijn Water. Vooral bufferzones langs beken kunnen volgens Nijhof grote impact hebben. ‘Niet dat ik er wakker van lig, maar dat kan nog wel een dingetje worden.’

De ondernemer heeft veel keuzes gemaakt die achteraf gezien goed aansluiten bij de richting waarin de regelgeving zich beweegt. Meer grond onder het bedrijf, veel beweiding en een extensieve bedrijfsvoering geven hem rust. ‘Onbewust hebben we daar wel wat op voorgesorteerd’, zegt hij. ‘Grond is en blijft de belangrijkste zekerheid onder je bedrijf.’

Melkveehouder Jan-Willem Tijken heeft een bedrijf in het Gelderse Zelhem.
Melkveehouder Jan-Willem Tijken heeft een bedrijf in het Gelderse Zelhem. © Jan van den Brink

‘Met deze investering ben je baas op eigen erf’

Melkveehouder Jan-Willem Tijken ziet het CowToilet als een kansrijke innovatie om de ammoniakuitstoot te verlagen. Op zijn bedrijf draait het systeem al jaren als praktijkproef. Volgens Tijken levert het niet alleen emissiewinst op, maar kan de opgevangen urine ook kunstmest vervangen. In combinatie met weidegang en sturen op het ureumgetal denkt hij dat veel melkveehouders de ammoniakdoelen kunnen halen.

Door urine direct op te vangen, komt die niet meer in contact met mest. Dat beperkt de vorming van ammoniak en levert een waardevolle meststof op. Bij wijze van proef gebruikt Tijken de opgevangen urine als vervanger van kunstmest. ‘Met deze investering ben je baas over dat stukje op je eigen erf’, zegt hij. Volgens Tijken verdient de investering zich daardoor in enkele jaren terug. Hoewel het koetoilet zorgt voor een reductie van circa 54 procent, ziet de ondernemer het niet als de complete oplossing. Ook sturen op ureum, een goede eiwitbenutting en weidegang blijven belangrijk. ‘Met een combinatie van innovatie, voermaatregelen en weidegang kun je het reductiepercentage wel halen.’

De investering is volgens de ondernemer goed haalbaar. ‘Een krachtvoerbox heb je toch nodig. We merken dat de koeien hier goed op lopen en we gemiddeld 5,5 plasjes per koe per dag opvangen. Het onderhoud valt ook wel mee; met een jaarlijkse beurt ben je er al.’ Wel mist Tijken duidelijkheid vanuit de overheid. Boeren zijn volgens hem bereid om te investeren, maar willen ook de zekerheid dat nieuwe eisen niet blijven stapelen. ‘Er wil best mee bewogen worden, maar geef dan ook de garantie dat het een keer genoeg is.’

Rene Jacobs is melkveehouder in het Limburgse Nuth.
Rene Jacobs is melkveehouder in het Limburgse Nuth. © LLTB

‘Het moet geen extra stapeling van eisen worden‘

Melkveehouder René Jacobs uit Nuth stuurt al jaren op het verlagen van het ruweiwitgehalte: van 167 gram naar 154 gram per kilo droge stof. Dit bevalt hem goed, ook omdat het geld oplevert. ‘Wel moet dit bij de nieuwe wetgeving een alternatief zijn voor andere maatregelen, ook voor zonering.’ De ondernemer is deelnemer aan het Netwerk Praktijkbedrijven en deed mee met het project Koe en Eiwit. Voor Jacobs is sturen op ruw eiwit in het rantsoen een dagelijkse realiteit, wat zowel kansen als complexe uitdagingen oplevert.

Hoewel vers gras soms de voedingswaarde van krachtvoer lijkt te hebben, blijft de praktijk weerbarstig. In de koe werkt dit gras anders dan je uit de monsters zou verwachten. ‘Je moet er vooral energie in pompen om dat eiwit te benutten’, aldus Jacobs. De veehouder benadrukt dat hij hierbij niet blind vaart op het ureumgetal. ‘Het is een indicator en een bewakingsmiddel, maar je moet het niet heilig verklaren.’ Jacobs’ aanpak vertaalt zich naar de resultaten op het bedrijf. Met 95 koeien behaalt hij een productie van circa 9.000 liter per jaar, met opvallend hoge gehalten: 4,75 procent vet en 3,65 procent eiwit.

Ook economie speelt een grote rol bij het beperken van eiwit; dit is immers de duurste component van het voer. Bovendien zorgt een lager eiwitgehalte voor minder mestafzetkosten. Al ziet Jacobs ook een nadeel: ‘De stikstofgehaltes in de mest dalen, wat betreft de bemestingswaarde te vergelijken is met een band die heel langzaam leegloopt. Dat het verlagen van de hoeveelheid ruw eiwit als maatregel wordt meegenomen in de kabinetsplannen, vindt Jacobs op zich positief. Wel stelt hij dat deze maatregel een alternatief moet bieden voor andere knellende regels, zoals gedwongen stalveranderingen. ‘Het moet geen extra stapeling van eisen worden.’

Bekijk meer over:

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Donderdag
    26° / 15°
    0 %
  • Vrijdag
    27° / 15°
    5 %
  • Zaterdag
    28° / 15°
    0 %
Meer weer