Raad van State adviseert initiatiefwet grondgebonden melkveehouderij niet in behandeling te nemen

De Afdeling advisering van de Raad van State zet stevige vraagtekens bij het initiatiefwetsvoorstel grondgebonden veehouderij en adviseert het voorstel niet in behandeling te nemen, tenzij het is aangepast. Het wetsvoorstel komt uit de koker van voormalig NSC-Kamerlid Harm Holman en ChristenUnie-Kamerlid Pieter Grinwis.

Harm Holman (NSC) en Pieter Grinwis (ChristenUnie) presenteerden in Nieuwspoort een conceptwetsvoorstel over grondgebonden landbouw.
© Dirk Hol

Volgens de Raad van State is het voorstel te breed opgezet en onvoldoende concreet uitgewerkt om als wet te kunnen functioneren. Tenzij het wetsvoorstel stevig wordt aangepast, is deze volgens de Afdeling advisering nog niet rijp voor behandeling.

De initiatiefnemers schetsen een landbouw waarin grondgebonden melkveehouderij de norm wordt en de sector binnen tien jaar in balans is met natuur, water en klimaat. De Raad van State noemt die visie op zichzelf begrijpelijk, maar vindt de uitwerking te algemeen.

In de toelichting worden veel problemen en doelen tegelijk genoemd zonder dat duidelijk wordt welke concrete knelpunten het wetsvoorstel oplost. Daarmee ontbreekt voldoende houvast, stelt de Raad van State.

Drie sporen in één voorstel

De Afdeling advisering ziet de brede visie en geeft aan dat dit zich niet leent om een-op-een omgezet te worden in een samenhangend wetsvoorstel. De drie sporen van het voorstel zijn:

  • Het vastleggen van een wettelijke vorm van grondgebondenheid in de melkveehouderij. Bij een bepaalde hoeveelheid vee (GVE) hoort een bepaalde hoeveelheid grond.
  • De opsplitsing van de agrarische grond in Nederland in een Agrarische Hoofdstructuur (AHS) en Maatschappelijke Landbouwgebieden (ML), waarbij de grondnorm bij een ML gebied hoger ligt per aantal GVE’s dan binnen de AHS.
  • De introductie van een mestvervoersbeperking voor alle producenten van dierlijke meststoffen. Dit aan de hand van vervoersregio’s of binnen een straal van 100 kilometer.

De Raad van State geeft aan dat de kern, het vastleggen van grondnormen per GVE, een complexe systematiek heeft en in de praktijk zal leiden tot knelpunten. Daarnaast vraagt de raad zich af of het advies een structurele oplossing biedt. Het is volgens de raad niet aannemelijk dat deze invulling daadwerkelijk leidt tot kringlooplandbouw. De bijdrage aan doelen uit het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn blijft daarbij ook onduidelijk.

Gebiedsdifferentiatie lastig uitvoerbaar

Het onderscheid tussen AHS en ML moet ruimte bieden voor extensievere landbouw. Maar die gebiedsdifferentiatie stuit op praktische bezwaren, zoals schaarste aan grond en onduidelijkheid over vergoedingen.

Voor zover vergoedingen al nodig zijn binnen de ML blijkt niet uit de toelichting en zo ja, hoe worden deze voorzien? De Raad van State geeft aan dat deze factoren een belangrijk obstakel vormen om gedifferentieerde grondgebondenheid te realiseren. Daarom acht de Afdeling advisering de voorgestelde gebiedsdifferentiatie als een serieus risico voor effectiviteit en uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel.

Lees ook: ‘Wetsvoorstel grondgebondenheid stap verder: ‘Ik denk dat deze wet er komt’

Ten slotte kan de Afdeling advisering uit de toelichting onvoldoende opmaken wat de daadwerkelijke bijdrage van de voorgestelde invulling van mestvervoersbeperking zal zijn aan een gesloten mestkringloop. Het advies is openbaar in te zien en is op 8 juni gepubliceerd op de website van de Raad van State.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Dinsdag
    17° / 10°
    80 %
  • Woensdag
    17° / 9°
    75 %
  • Donderdag
    17° / 9°
    85 %
Meer weer