Angst voor stemverlies houdt Afrikaanse varkenspest in Roemenië in stand

Ondanks steunmaatregelen slaagt de Roemeense overheid er nauwelijks in om de binnenlandse productie van varkensvlees te versterken. Tegelijkertijd is het houden van varkens in dit land, door het grote aantal backyardbedrijven, ook erg risicovol.

Roemenië telt meer dan 800.000 backyardbedrijven. De verschillen tussen deze bedrijven zijn groot.
© Ilona Lesscher

Zo’n 70 procent van de varkens in de Europese Unie die in een zogenoemde ‘backyard’ worden gehouden, bevinden zich in Roemenië. Het op deze manier houden van varkens zit diep verankerd in de cultuur. In de vijftiende eeuw waren varkens voor de lokale bevolking een belangrijke bron van overleving. En dus houden nog steeds veel Roemenen één of meerdere varkens en laten zij een deel van de pacht voor de grond die ze in eigendom hebben, uitbetalen in voer voor de varkens.

De eerste uitbraak van Afrikaanse varkenspest in Roemenië stamt uit 2017. Sindsdien is de ziekte niet meer weggeweest. Vorig jaar waren er 475 uitbraken bij gehouden varkens: 14 op professionele bedrijven, de rest op de zogeheten backyardbedrijven. Bij wilde varkens werd het virus 270 keer vastgesteld. In februari van dit jaar zijn de eerste nieuwe gevallen gemeld. Het aantal uitbraken bij gehouden varkens staat inmiddels op 90 stuks.

Sinds de uitbraak in 2017 is het aantal varkens op professionele bedrijven gedaald van 4,5 miljoen naar 3,34 miljoen in 2025. Op ruim 360 professionele bedrijven worden 140.000 tot 150.000 zeugen gehouden. De grootste bedrijven hebben 10.000 tot 12.000 zeugen, al zijn er ook kleinere bedrijven met 200 tot 400 zeugen. Uitschieter is Comtim Romania, met 52.000 zeugen. Dit bedrijf, opgericht door Smithfield Foods, is sinds 2013 in eigendom van WH Group.

Lees ook: ‘T-bone van Angus-rund past bij wensen van Europese consument’

Professionele varkenshouderijen in Roemenië hebben een hoge gezondheidsstatus (SPF). De oorzaak van de uitbraken op deze bedrijven ligt vrijwel altijd bij menselijk handelen. ‘Ik ben ervan overtuigd dat wij de beste bioveiligheid van alle landen in de Europese Unie hebben. Medewerkers worden enorm goed getraind, maar de taal is in de communicatie soms een behoorlijk struikelblok’, vertelt Jeno Bálint. Hij is dierenarts en werkt als adviseur voor Topigs Norsvin.

Tekort aan personeel met ervaring

Stalmedewerkers en soms ook bedrijfsleiders komen steeds vaker uit Aziatische landen als Sri Lanka of Nepal. ‘We hebben een tekort aan mensen met ervaring in de varkenshouderij’, merkt Bálint op. ‘Het feit dat een bank of investeerder eigenaar is van een varkenshouderij helpt de ontwikkeling van de sector ook niet. Voor hen blijkt de beschikbaarheid van subsidies vaak een reden om te investeren en niet het verbeteren van het management of de diergezondheid.’

Roemenië is zes keer zo groot als Nederland en telt ongeveer evenveel inwoners. ‘Dode of zieke wilde zwijnen opsporen, is in ons land lastig’, zegt Adrian Balaban, voorzitter van de vereniging van varkensvleesproducenten APCPR. Die organisatie telt 72 leden, die gezamenlijk 75 procent van de binnenlandse productie voor hun rekening nemen. ‘Het probleem zit bij de plattelanders die jaarlijks één of enkele varkens houden in hun achtertuin. Zij houden het virus in stand.’

In Roemenië is genoeg ruimte en er wordt voldoende voer geteeld om zelfvoorzienend te worden in de vraag naar varkensvlees.
In Roemenië is genoeg ruimte en er wordt voldoende voer geteeld om zelfvoorzienend te worden in de vraag naar varkensvlees. © Ilona Lesscher


Op de kaart van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (WOAH) is heel Roemenië daardoor ‘rood’ gekleurd. Exportbeperkingen richting Azië door Afrikaanse varkenspest in Duitsland en Spanje zorgen ervoor dat varkensvlees uit die landen tegen lage prijzen op de Roemeense markt terechtkomt. Bálint spreekt zelfs in termen als ‘Roemenië is het afvoerputje’.

De lage prijzen van geïmporteerd varkensvlees in combinatie met oplopende productiekosten waren voor APCPR een reden om aan het begin van dit jaar een ingezonden brief te sturen naar de Roemeense media. In het schrijven draait het om de ongelijke strijd in de supermarkt tussen goedkoper geïmporteerd varkensvlees en varkensvlees van eigen bodem. Balaban: ‘Binnen de Europese Unie is weliswaar sprake van een vrije markt, toch is er een commerciële prijzenslag gaande die niet fair en niet slim is.’

Politieke angst

Varkensvlees in Roemenië komt ruwweg voor een derde van professionele varkenshouderijen, voor een derde van backyardbedrijven en nog eens circa 33 procent wordt geïmporteerd. Die importdruk frustreert de ontwikkeling van de binnenlandse varkenshouderij, omdat lage rendementen investeringen afremmen. Een groot aantal bedrijven met vleesvarkens is om die reden, in combinatie met de hoge biggenprijzen, recent gesloten geworden.

Ook wanneer Afrikaanse varkenspest oplaait, drukt importdruk de animo om in de sector te investeren. ‘In Roemenië is genoeg land en volop voer beschikbaar. Waarom zouden wij niet ons eigen varkensvlees kunnen produceren? Eigenlijk moet de Europese Unie naar wegen zoeken om landen te beschermen met onderontwikkelde markten, zoals in Roemenië’, merkt Balaban op.

Binnen de Europese Unie is weliswaar sprake van een vrije markt, toch is er een commerciële prijzenslag gaande die niet fair en niet slim is

Adrian Balaban, voorzitter van de vereniging van varkensvleesproducenten APCPR

De echte oplossing voor het probleem dat Afrikaanse varkenspest veroorzaakt, ligt echter bij de nationale overheid, stellen beide Roemenen. De overheid zou bioveiligheidseisen moeten stellen aan het houden van varkens in een achtertuin. Van daaruit kan dan gewerkt worden aan zones die vrij (moeten) zijn van Afrikaanse varkenspest. ‘Toch lijkt dit lastig, omdat het in de achtertuin houden van varkens zo sterk verankerd is in de natuur’, vreest Bálint.

Balaban kan niet anders dan dat beamen. De modernisering van de Roemeense varkenshouderij lijkt daarmee vooral een culturele en politieke uitdaging te zijn geworden, waarbij verandering tijd vraagt. ‘Een gecontroleerde productie is beter voor iedereen. Die omslag komt als het land zich meer Europees ontwikkelt, mensen meer gaan verdienen en beter gaan leven.’

Meest populaire combinatie is TN 70 x Duroc Danbred
De combinatie van TN70 en Duroc Danbred is in Roemenië het meest populair. ‘Als je over zeugenlijnen speekt, dan is het gemakkelijk om de TN70 te verkopen. Daar krijgen we goede feedback op’, merkt dierenarts Jeno Bálint op. Voor de TN Duroc die Topigs Norsvin in 2023 introduceerde, ligt dat lastiger. Maar Bálint is ervan overtuigd dat dit een kwestie is van tijd. ‘In groei zullen beide Durocs niet voor elkaar onderdoen, maar als het gaat om gezondheid en uitval wint de TN Duroc.’
Sperma van de TN Duroc komt nu uit Hongarije of Tsjechië, maar er wordt gezocht naar een geschikte Roemeense locatie voor een berenstation. Investeren in Roemenië betekent vijf tot tien jaar vooruitkijken. Bálint noemt het een ‘mooie springplank naar de Oekraïne’. In zijn ogen is dat een land met veel perspectief en ‘de oorlog zal er een keer stoppen’, geeft hij aan.
Sinds kort heeft Topigs Norsvin wel twee nucleusbedrijven in Roemenië, waar de productie net op gang komt. Op het bedrijf nabij Brasov, in het midden van het land, worden vijfhonderd zeugen gehouden. Op een locatie in het noordwesten, nabij de stad Satu Mare en op de grens met Hongarije, staan nog eens vierhonderd zeugen. Beide nucleusbedrijven produceren F1-zeugen.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Vrijdag
    30° / 15°
    5 %
  • Zaterdag
    26° / 14°
    20 %
  • Zondag
    22° / 14°
    25 %
Meer weer