'Mijd wintertarwe na bieten en vóór aardappelen om stolbur te voorkomen'

'Teel geen wintertarwe ná suikerbieten en vóór aardappelen om problemen met de gewasziekten stolbur en SBR te voorkomen.' Die oproep deed teeltadviseur Johannes Ritz van het Duitse Bioland dinsdag aan Nederlandse akkerbouwers tijdens de Pootaardappeldag in het Flevolandse Emmeloord.

Geen wintergraan na bieten en voor aardappelen drukt de populatie van glasvleugelcicaden.
© Job Hiddink

Volgens Ritz is het cruciaal om op tijd preventief maatregelen te nemen tegen stolbur en syndrome basses richesses (SBR). Hij drukt Nederlandse akkerbouwers op het hart om de populatie van de glasvleugelcicaden, die het fytoplasma verspreiden en stolbur en SBR veroorzaken, zo laag mogelijk te houden. 'Geen wintertarwe na bieten betekent geen voedsel voor de glasvleugelcicaden.'

Omdat dit graangewas een waardplant is voor het betreffende fytoplasma Candidatus Arsenophonus phytopathogenicus, beveelt de teeltadviseur van Bioland aan om ook vóór aardappelen wanneer mogelijk geen wintertarwe te telen. Volgens hem blijkt deze bouwplanmaatregel tot dusver de meest effectieve methode om de glasvleugelcicaden uit te roeien.

'Het grote aantal waardplanten voor de glasvleugelcicade is een serieus probleem', stelt Ritz. Voor zover bekend betreft het nu al meer dan 180 waardplanten, waaronder aardbeien, asperges en diverse meerjarige onkruiden. Of ook populaire groenbemesters of mengsels daarvan waardplanten zijn, is niet duidelijk.


Weinig natuurlijke vijanden

Ritz legt uit welke factoren massale voortplanting van glasvleugelcicaden bevorderen. Dat begint met het feit dat er weinig natuurlijke vijanden zijn voor de volwassen insecten en nimfen. 'Daarbij kennen cicaden een hoge voortplantingssnelheid en een hoge ondergrondse mobiliteit, waar ze ook goed kunnen overleven. Daarnaast hebben waardplanten een groot aanpassingsvermogen voor glasvleugelcicaden', zegt de adviseur van Bioland.


Stolbur en SBR zijn de afgelopen jaren in diverse Europese landen sterk opgekomen. In Duitsland richten veel akkerbouwers hun bouwplan inmiddels anders in vanwege de geleden schade. Ook in de westelijke grensregio's Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen neemt de problematiek toe. Ritz roept daarom in de zaal in Emmeloord op om vooral langs de landgrens nauwlettend te monitoren omdat vectoren zich daar mogelijk al bevinden. Volgens hem is het mogelijk om met vangplaten in het perceel een goede indicatie te krijgen van de vectorendruk.

'Focus je bij de monitoring niet op één gewas, maar houd de hele omgeving goed in de gaten', waarschuwt de Duitser. Hij verwacht dat in Nederland de eerste grote problemen met de oprukkende gewasziekten optreden in Limburg. 'Het is belangrijk om de problematiek serieus te nemen.'

Symptomen van stolbur in pootgoed zijn paarsverkleuring en opkrullen van de bladtop, dunne rechtopgaande stengels en luchtknollen. Ook kunnen knollen rubberachtig worden en kan interne bruinverkleuring ontstaan. Voor wat betreft rubbery taproot disease (RTD) zijn de eerste verschijnselen vaak slapende aardappelplanten tijdens hete dagen in juni. Later kunnen vergeling en necrose van oudere bladeren optreden, gevolgd door een rubberachtige structuur van de knollen die daardoor soms ook wegrotten.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Donderdag
    4° / -1°
    10 %
  • Vrijdag
    5° / 0°
    65 %
  • Zaterdag
    10° / 3°
    45 %
Meer weer