Twaalf factoren bepalen risico op insleep Afrikaanse varkenspest
Er zijn twaalf factoren die het risico op insleep van Afrikaanse varkenspest bepalen. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Sofie Dhollander aan de Universiteit Utrecht. Enkele voorbeelden zijn: onvoldoende ontsmetting van voertuigen, slecht functionerende hygiënesluizen, gebrekkige ongediertebestrijding, te veel bezoekers, het ontbreken van insectenschermen en loslopende wilde varkens.
Dhollander heeft onderzocht welke factoren bijdragen aan uitbraken van Afrikaanse varkenspest en welke maatregelen ondernemers kunnen nemen om de risico’s te verkleinen. Ze keek daarbij naar de reden van seizoensgebonden uitbraken in met name Oost-Europese landen en of insecten een rol kunnen spelen bij de overdracht van Afrikaanse varkenspest. Dhollander hoopt op dinsdag 27 januari 2026 te promoveren.
Uit een systematische literatuurstudie blijkt Dhollander dat veel factoren samenhangen met Afrikaanse varkenspest, waaronder infectiedruk in de omgeving, sociaaleconomische omstandigheden, bedrijfsopzet en de aanwezigheid van wilde zwijnen. Tegelijkertijd is weinig bekend over welke praktische bioveiligheidsmaatregelen het meeste effect hebben.
Onderzoek in buitenland
Om meer inzicht te krijgen in de bioveiligheidsmaatregelen heeft Dhollander eerst de risicofactoren bij uitbraken in Roemenië onderzocht. Daaruit blijkt dat de nabijheid van besmette varkensbedrijven een belangrijke risicofactor is voor zowel commerciële varkensbedrijven als zogenoemde 'backyard farms'.
Voor backyard farms neemt het risico toe wanneer ze meer varkens houden, er meer wilde zwijnen in de omgeving zijn en er meer besmette wilde zwijnen worden gevonden. Ook regelmatig bezoek van externe professionals, de omgeving (bijvoorbeeld de teelt van gewassen die wilde zwijnen aantrekken) en het management op het bedrijf zijn risicofactoren.
Het onderzoek werd voortgezet met een analyse van uitbraken van Afrikaanse varkenspest op commerciële bedrijven in Polen, Litouwen en Roemenië. Ook hier is het risico op een besmetting groter wanneer in de omgeving recent een uitbraak is geweest onder wilde zwijnen. Gewassen die wilde zwijnen aantrekken, vormen ook een risicofactor.
Afgesloten kadaveropslag
Er zijn meerdere risicofactoren die verband houden met bioveiligheid. Zo kunnen gestorven dieren volgens Dhollander het beste op enige afstand van het bedrijf worden bewaard, totdat ze worden opgehaald. Ook een goed afgesloten kadaveropslag verkleint het risico op insleep van Afrikaanse varkenspest.
Bedrijven die machines delen, lopen meer risico op het virus en het risico op insleep is ook hoger wanneer er plotselinge gebeurtenissen zijn op het bedrijf. Verspreiden van mest van andere bedrijven rondom het varkensbedrijf blijkt eveneens een risicofactor.
'De piek in uitbraken van Afrikaanse varkenspest ligt jaarlijks tussen mei en oktober, zowel op kleine als grote bedrijven', meldt Dhollander. Opvallend is dat de meeste bedrijfsfactoren niet veranderen tussen de seizoenen. De grootste seizoensfactoren zijn: rijpende gewassen die wilde zwijnen aantrekken en omstandigheden die leiden tot meer insectenactiviteit op bedrijven.
Rol van insecten
Uit onderzoeken op commerciële bedrijven blijkt dat het een voordeel is wanneer een bedrijf is uitgerust met insectengaas. Dhollander heeft daarom de mogelijke rol van insecten bij de overdracht van Afrikaanse varkenspest nader onderzocht. Daarbij heeft ze ingezoomd op stalvliegen en knutten.
In de vliegen en verschillende knuttensoorten is genetisch materiaal van Afrikaanse varkenspest aangetroffen. Er is echter geen directe relatie aangetoond tussen uitbraken van Afrikaanse varkenspest op varkensbedrijven en het aantonen van het genetische materiaal, meldt Dhollander.
Wel is duidelijk dat varkensbedrijven een grote aantrekkingskracht hebben op zowel stalvliegen als knutten. Dhollander: 'Daardoor zijn er wel mogelijkheden voor de overdracht van Afrikaanse varkenspest via vliegen en knutten. Maar er is geen hard bewijs voor.'
Handhaven van maatregelen
Het onderzoek laat volgens Dhollander zien dat het noodzakelijk is dat bioveiligheidsmaatregelen worden gehandhaafd. Ze wijst daarbij vooral op het reinigen en ontsmetten van transportmiddelen, het zorgen voor goed functionerende hygiënesluizen, het aanpakken van plaagdieren en goed bezoekersmanagement.
Daarnaast zou de omgeving van het bedrijf onaantrekkelijk moeten zijn voor wilde zwijnen, zodat contact wordt voorkomen. Ook is er dan minder kans is dat insecten een besmetting overdragen van wilde zwijnen naar varkens. Opvolgend is ook een effectieve insectenbestrijding van belang, bijvoorbeeld via betere hygiëne, verwijdering van broedplaatsen, goede ventilatie en insectenschermen.
Bekijk meer over:
Lees ook
Marktprijzen
Meer marktprijzen
Laatste nieuws
Nieuwste video's
Kennispartners
Meest gelezen
Nieuw op MechanisatieMarkt.nl
-

Husqvarna R318 X Benzine Frontmaaier 112cm (LIE) #39507
Gebruikt, € 5.849
-

Pottinger schudder HIT 17160HT
2024, P.O.A.
-

Pottinger Novacat 442 achtermaaier
2025, € 24.941
-

Honda HF2417K4 HB
2018, P.O.A.
Vacatures
Directeur Verenigingsbureau VAB
VAB - NL
Veldcoördinator en ecologisch medewerker Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer
Boerennatuur Noordwest Overijssel - Staphorst
Projectleider
Boerennatuur Noordwest Overijssel - Staphorst
Gezocht; Allround bedrijfsleider Veen-natuurmelkveebedrijf
Stichting VIP Hegewarren - Oudega, Smallingerland
Weer
-
Zaterdag10° / 5°20 %
-
Zondag7° / 2°5 %
-
Maandag6° / -3°5 %















